:2 Beslistermijn Artikel 1:3 Indiening aanvraag (VERVALLEN) Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing Artikel 1:7 Termijnen Artikel 1:8 Weigeringsgronden Artikel 1:9 Lex Silencio Positivo (VERVALLEN) Hoofdstuk2Openbare orde Afdeling1Bestrijding van ongeregeldheden Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden Artikel 2:2 Verstoring van de openbare orde Afdeling2Betoging Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen Afdeling3Verspreiden van gedrukte stukken Artikel 2:4 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen Afdeling4Vertoningen op de weg Artikel 2:5 Muziek en vermakelijkheden (waaronder straatmuzikant) Afdeling5Bruikbaarheid en aanzien van de weg Artikel 2:6 Het plaatsen van voorwerpen of stoffen op of aan een openbare plaats Artikel 2:6a Maken filmopnames en dergelijke Artikel 2:7 Hinderlijke beplanting Artikel 2:8 Gladheidbestrijding en andere overlast op de weg Afdeling6Evenementen Artikel 2:9 Definitie Artikel 2:9a Evenementenkalender Artikel 2:10 Evenementenvergunning Artikel 2:11 Ordeverstoring Afdeling7Betaald Voetbal Artikel 2:12 Meldingsplicht Artikel 2:13 Verboden voetbalwedstrijd Artikel 2:14 Verwijdering supporters Artikel 2:15 Omgevingsverbod Afdeling8Toezicht op openbare inrichtingen Artikel 2:16 Definities Artikel 2:16a Veiligheidsplan Artikel 2:17 Terrasvergunning Artikel 2:18 Sluitingstijden openbare inrichtingen Artikel 2:19 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting Artikel 2:20 Aanwezigheid in gesloten openbare inrichting Artikel 2:21 Ordeverstoring Artikel 2:22 Het college als bevoegd bestuursorgaan Afdeling8aBijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Drank- en Horecawet Artikel 2:22a Definities Artikel 2:22b Regulering paracommerciele rechtspersonen Artikel 2:22c Verbod verstrekking sterke drank Afdeling8bBepalingen over het verstrekken van alcoholvrije dranken Artikel 2:22d Definities Artikel 2:22e Vergunning alcoholvrij bedrijf Artikel 2:22f Nadere regels Artikel 2:22g Vereisten vergunning alcoholvrij bedrijf Artikel 2:22h Weigeren en intrekken van de vergunning Artikel 2:22i Wijziging leidinggevende Afdeling9Grow-, Head-, Smartshops Artikel 2:23 t/m Artikel 2:37 is vervallen. Afdeling10Nachtverblijf, kamperen buiten kampeerterreinen Artikel 2:38 Definitie Artikel 2:39 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen Artikel 2:40 Aanwijzing kampeerplaatsen Artikel 2:41 Verschaffing gegevens nachtregister Artikel 2:42 Slapen op of aan de weg Afdeling11Maatregelen tegen overlast en baldadigheid Artikel 2:43 Betreden gesloten woning of lokaal Artikel 2:43a Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen Artikel 2:44 Plakken en kladden Artikel 2:45 Vervoer plakgereedschap e.d Artikel 2:46 Vervoer inbrekerswerktuigen en hulpmiddelen voor winkeldiefstal Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen Artikel 2:48 Verboden drankgebruik Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen Artikel 2:49a Hinderlijk gedrag in of vanuit een woning Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Artikel 2:51 Mosquito Artikel 2:52 Neerzetten van fietsen e.d. Artikel 2:53 Bespieden van personen Artikel 2:54 Loslopende honden Artikel 2:55 Verontreiniging door honden Artikel 2:56 Gevaarlijke honden Artikel 2:56a Gevaarlijke honden op eigen terrein Artikel 2:57 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren Artikel 2:58 Bedelarij Artikel 2:58a Zoeken van contact, verrichten van handelingen van seksuele aard Afdeling12Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen Artikel 2:59 Definitie Artikel 2:60 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister Artikel 2:61 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van strafrecht Afdeling13Drugsoverlast Artikel 2:62 Drugshandel op straat Artikel 2:63 Hinderlijk gebruik softdrugs Afdeling14Vuurwerk Artikel 2:64 Definities Artikel 2:65 Bezigen van vuurwerk Afdeling15Veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen Artikel 2:66 Veiligheidsrisicogebieden Artikel 2:67 Cameratoezicht op openbare plaatsen Artikel 2:68 Verblijfsontzegging Afdeling16Messen en schietwapens Artikel 2:69 Schietwapens Artikel 2:70 Messen en andere voorwerpen als steekwapen Hoofdstuk 3 Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen Afdeling 1 Algemene bepalingen Artikel 3:1 Afbakening Artikel 3:2 Definities Afdeling 2 Vergunning Seksbedrijf Artikel 3:3 Vergunning Artikel 3:4 Concentratie seksinrichtingen Artikel 3:5 Nuloptie raamprostitutiebedrijven Artikel 3:6 Aanvraag Artikel 3:7 Weigeringsgronden Artikel 3:8 Eisen met betrekking op vergunning Artikel 3:9 Intrekkingsgronden Artikel 3:10 Melding gewijzigde omstandigheden Artikel 3:11 Verlenging vergunning Afdeling 3 Uitoefenen seksbedrijf paragraaf 3:1 Regels voor alle seksbedrijven Artikel 3:12 Sluitingstijden seksinrichtingen; (tijdelijke) sluiting; aanwezigheid; toegang Artikel 3:13 Adverteren paragraaf 3:2 Regels voor alle prostitutiebedrijven en prostituees Artikel 3:14 Leeftijd en verblijfstitel prostituees Artikel 3:15 Bedrijfsplan Artikel 3:16 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf paragraaf 3.3 Raam- en straatprostitutie Artikel 3:17 Verbod raamprostitutie Artikel 3:18 Verbod straatprostittie Afdeling 4 Overige bepalingen Artikel 3:19 Verbodsbepalingen klanten Artikel 3:20 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke Overgangsbepalingen Hoofdstuk 3 Hoofdstuk4Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Afdeling1Geluidhinder en verlichting Artikel 4:
:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten Artikel 4:4 Onversterkte muziek Artikel 4:5 Overige geluidhinder Afdeling2Bodem-, weg- en milieuverontreiniging Artikel 4:6 Straatvegen Artikel 4:7 Natuurlijke behoefte doen Artikel 4:7a Ballonnen oplaten Afdeling4Maatregelen tegen ontsiering Artikel 4:8 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame Hoofdstuk5Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente Afdeling1Parkeerexcessen Artikel 5:
Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen Artikel 5:4 Voertuigwrakken Artikel 5:5 Parkeren van aanhangwagens, caravans en dergelijke Artikel 5:6 Parkeren van grote voertuigen Artikel 5:6a Uitzicht belemmerende voertuigen Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen Artikel 5:8 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen Afdeling2Collecteren Artikel 5:9 Inzameling van geld of goederen Afdeling3Venten Artikel 5:10 Definities Artikel 5:11 Ventverbod Artikel 5:12 Vrijheid van meningsuiting Afdeling4Standplaatsen Artikel 5:13 Definities Artikel 5:14 Standplaats Artikel 5:15 Afbakeningsbepaling Afdeling5Snuffelmarkten Artikel 5:16 Begripsbepalingen Artikel 5:17 Organiseren van een snuffelmarkt Afdeling6Openbaar water Artikel 5:18 Voorwerpen op, in of boven openbaar water Artikel 5:19 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen Artikel 5:20 Aanwijzingen ligplaats Artikel 5:21 Verbod innemen ligplaats Artikel 5:22 Reddingsmiddelen Artikel 5:23 Veiligheid op het water Artikel 5:24 Kite-surfen Afdeling7Terreinrijden Artikel 5:25 Crossterreinen Afdeling8Verbod vuur te stoken Artikel 5:26 Verbod vuur te stoken Hoofdstuk6Straf-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 6:1 Strafbepaling Artikel 6:2 Toezichthouders Artikel 6:3 Binnentreden woningen Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening Artikel 6:5 Overgangsbepaling Artikel 6:6 Citeertitel Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1:1Definities In deze verordening wordt verstaan onder: college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere; openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; weg: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten; openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op een andere wijze toegankelijk zijn; bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Bouwverordening 2012; gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid onder c, van de Woningwet; bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen. Artikel1:2Beslistermijn 1.Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2.Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste zes weken verdagen. 3.In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:6, tweede lid. Artikel1:3Indiening aanvraag VERVALLEN Artikel1:4Voorschriften en beperkingen 1.Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2.Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. Artikel1:5Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. Artikel1:6Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn;of de houder dit verzoekt. Artikel1:7Termijnen De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd indien het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft. Artikel1:8Weigeringsgronden 1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: de openbare orde; de openbare veiligheid; de volksgezondheid; de bescherming van het milieu. 2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 3 weken voor de datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. Artikel1:9 Lex Silencio Positivo Vervallen Hoofdstuk2.Openbare orde Afdeling1.Bestrijding van ongeregeldheden Artikel2:1Samenscholing en ongeregeldheden 1.Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2.Degene die op een openbare plaats: aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of; zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3.Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4.De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid. 5.Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. Artikel2:2Verstoring van de openbare orde 1.Het is verboden op of aan de weg of openbare plaats op enigerlei wijze de orde te verstoren, personen lastig te vallen of te vechten. 2.Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 424 of 426 bis van het Wetboek van Strafrecht. 3.Het is verboden op of aan de weg of openbare plaats een voorwerp of stof, kennelijk meegebracht om de orde te verstoren, bij zich te hebben. Afdeling2.Betoging Artikel2:3Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1.Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennisgeving aan de burgemeester. 2.De kennisgeving bevat: naam en adres van degene die de betoging houdt; het doel van de betoging; de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging; voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3.Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. 4.Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip voorafgaande werkdag. 5.De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste lid, genoemde termijn verkorten en een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen. AFDELING3.VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN Artikel2:4Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen of proefmonsters 1.Het is verboden gedrukte of geschreven stukken, afbeeldingen of proefmonsters onder het publiek te verspreiden en/of te laten verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2.Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3.Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4.Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 5.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Afdeling4.Vertoningen op de weg Artikel2:5Muziek en vermakelijkheden (waaronder straatmuzikant) Het is verboden, zonder vergunning van de burgemeester op openbare plaatsen muziek te maken of een vertoning of een vermakelijkheid te geven of te houden. Indien wordt voldaan aan alle onderstaande voorwaarden is het gestelde in het eerste lid niet van toepassing: a. er wordt met ten hoogste 3 personen opgetreden; b. er wordt geen gebruik gemaakt van draaiorgels, geluid versterkende apparatuur of instrumenten met een vel (membranofonen) zoals trommels, bongo’s en dergelijke; c. het optreden omvat maximaal een halfuur achtereen op dezelfde plaats, waarbij een locatie binnen 100 meter als dezelfde plaats wordt beschouwd; d. het optreden vindt uitsluitend plaats tussen 9.00 en 22.00 uur; e. het optreden vindt niet plaats binnen een straal van 100 meter van markten of evenementen, of binnen 100 meter van ziekenhuizen; f. het plaatsen van kleine objecten met een gezamenlijke oppervlakte van max. 25m2 ten behoeve van een optreden is toegestaan, voor zover het plaatsen van deze objecten zich niet verzet tegen de in artikel 1:8 genoemde belangen; g. het optreden vindt niet plaats in geheel of deels overdekte, openbaar toegankelijke ruimtes. h. er worden geen artikelen verkocht of geld aangenomen waarvoor het publiek actief is benaderd. i. er is geen sprake van hinderlijk gedrag of overlast voor de directe omgeving. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet openbare manifestaties, het Wetboek van Strafrecht of indien artikel 2:10 van deze verordening van toepassing is. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Afdeling5.Bruikbaarheid en aanzien van de weg Artikel 2:6 Het plaatsen van voorwerpen of stoffen op of aan een openbare plaats Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd: als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. Het verbod is niet van toepassing op: het maken van filmopnames als bedoeld in artikel 2:6a; evenementen als bedoeld in artikel 2:9; terrassen als bedoeld in artikel 2:16; standplaatsen als bedoeld in artikel 5:13; voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen; situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Omgevingsverordening Flevoland. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder a, is niet van toepassing als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder c, is niet van toepassing als in de voorkoming van overlast wordt voorzien door de Wet milieubeheer. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:6a Maken filmopnames en dergelijke Het is verboden zonder vergunning van het college filmopnames te maken in de openbare ruimte voor andere dan privé doeleinden. Geen vergunning is vereist als: de opnames plaatsvinden tussen 08.00 uur en 23.00 uur; maximaal 12 personen tegelijktijdig aanwezig zijn (film- en opnamecrew) met gebruik van maximaal drie camera’s vanaf schouder of statief; geen objecten op rijbaan of fietspad worden geplaatst die een vrije doorgang belemmeren; maximaal 5 attributen (elk max. 5m2) op het voor voetgangers bedoelde deel van de weg worden geplaatst waarbij een vrije doorgang geborgd is; geen omleidingen of afzettingen worden geplaatst; maximaal 5 parkeerplaatsen worden afgezet (gereserveerd), niet zijnde betaald parkeerplaatsen of blauwe zones, waarbij niet meer dan de helft van het aantal beschikbare parkeerplaatsen in de straat wordt gebruikt; parkeerplaatsen alleen worden gebruikt voor voertuigen die aantoonbaar noodzakelijk zijn voor de opnames en elk een normale parkeerplaats innemen; geen geweld scènes of scènes met speciale effecten plaatsvinden; niet meer dan twee aaneengesloten dagen wordt gefilmd; Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel2:7Hinderlijke beplanting Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar oplevert. Artikel2:8Gladheidbestrijding en andere overlast op de weg Het is verboden een toegang tot een woning, een vaartuig, een gebouw of een gedeelte daarvan, alsmede het voetpad of trottoir dat direct grenst aan een woning, een vaartuig, een gebouw of een gedeelte daarvan, voorwerpen of stoffen te plaatsen te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten, waardoor overlast of gevaar wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt die de toegankelijkheid kan belemmeren. Afdeling6.Evenementen Artikel2:9Definities 1.In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak op het gebied van kunst, ontwikkeling, ontspanning, sport of daarmee gelijk te stellen vermaak, alsmede herdenkingsplechtigheden, tentoonstellingen, optochten, kermissen, circussen, feesten, braderieën en wedstrijden op of aan de weg, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:5 en 5:16 van deze verordening; g. reguliere sportactiviteiten in en op sportaccommodaties, niet zijnde vechtsportevenementen of -gala’s. h. betaald voetbalwedstrijden als bedoeld in artikel 2:12. 2. Onder organisator wordt verstaan een natuurlijk persoon of in geval van een rechtspersoon, de bestuurder van deze rechtspersoon dan wel diens gevolmachtigde, die een evenement als bedoeld in het eerste lid organiseert, of leidt. Artikel2:9aEvenementenkalender Het college stelt jaarlijks een evenementenkalender vast. Dit is een lijst van evenementen die in een daarop volgend kalenderjaar in de gemeente kunnen plaatsvinden en die is opgesteld aan de hand van door organisatoren op uiterlijk 1 september aangemelde evenementen. Artikel2:10Evenementenvergunning 1.Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2.Geen vergunning is vereist voor kleinschalige, ééndaagse evenementen, als: het een evenement in de open lucht betreft; er sprake is van een organisator/organisatoren; het aantal bezoekers op enig moment niet meer bedraagt dan 100 personen; het een evenement betreft dat plaatsvindt tussen 9.00 en 23.00 uur of op een zon- of feestdag tussen 13.00 en 23.00 uur; het evenement plaatsvindt buiten door de burgemeester aangewezen stadscentra dan wel locaties en evenemententerreinen, tenzij minimaal twee weken voor het evenement een schriftelijke kennisgeving is ontvangen en hiervoor schriftelijk toestemming is verleend; het evenement niet plaatsvindt op een rijbaan van een doorgaande weg of hoofdvaarroute van openbaar water of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer of de hulpverleningsdiensten; slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25m2 per object, voor zover het plaatsen van deze objecten zich niet verzet tegen de in artikel 1:8 genoemde belangen; het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 70 db(A) op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden; er geen conflicterende samenloop is met andere evenementen waarvoor een vergunning is verleend, wegopbrekingen en/of hoofdroutes van hulpdiensten; wordt voldaan aan nadere regels als bedoeld in artikel 2:10 lid 7; 3.De burgemeester kan besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt; 4.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op door de burgemeester aangewezen categorieën evenementen; 5.De burgemeester classificeert aanvragen om een evenementenvergunning aan de hand van een risicoscan volgens de Landelijke Handreiking Evenementenveiligheid in: a. een regulier evenement (klasse A) b. een aandacht evenement (klasse B) c. een risicovol evenement (klasse C) 6.Onverminderd de artikelen 1:6 en het bepaalde in artikel 1:8 lid 2 kan de burgemeester een evenementenvergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd intrekken of wijzigen indien naar zijn oordeel: het evenement waarvoor de vergunning wordt aangevraagd niet is opgenomen op de evenementenkalender; op de evenementenkalender al een reservering is opgenomen voor een ander evenement op de gevraagde tijd en locatie; de aanvraag voor - een regulier evenement minder dan acht weken, óf - een aandacht- c.q. risicovol evenement minder dan twaalf weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is; het gelet op een gebeurtenis van nationale omvang, op de dag van het evenement of daags voor het evenement met een dusdanig effect op het gemeenschapsleven, niet wenselijk is dat de activiteiten worden verricht of voortgezet; de ter handhaving van de openbare orde en veiligheid noodzakelijke politie- en betreffende hulpverleningscapaciteit een onenvenredig beroep op de beschikbare bezetting doet. 7.De burgemeester kan ten aanzien van de in het eerste, tweede en vierde lid bedoelde evenementen nadere regels stellen ter bescherming van de in artikel 1:8 genoemde belangen. 8.Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing opeen wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. 9. Het tweede lid is niet van toepassing op vechtsportwedstrijden of -gala’s. 10. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement of -gala weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is. 11. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 12. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:11 Ordeverstoring Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. Afdeling7.betaald voetbal Artikel2:12Meldingsplicht 1.De organisator van een voetbalwedstrijd in het kader van het betaald voetbal is verplicht, tenminste vier weken voor de vastgestelde speeldatum van de wedstrijd, daarvan schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester. 2.Indien een kennisgeving, gelet op het tijdstip waarop de speeldatum wordt vastgesteld, niet vier weken tevoren kan worden gedaan, dient de organisator van de wedstrijd na de vaststelling van de speeldatum hiervan onmiddellijk de burgemeester schriftelijk in kennis te stellen, maar in ieder geval één week voor de speeldatum. 3.De burgemeester stelt een formulier vast voor het doen van de in het eerste lid bedoelde kennisgeving. 4.De kennisgeving bedoeld in het eerste lid kan meerdere wedstrijden betreffen. 5.De burgemeester kan met betrekking tot een voetbalwedstrijd aan de organisator voorschriften opleggen in het belang van de openbare orde en veiligheid. 6.De burgemeester kan het doen spelen van een voetbalwedstrijd verbieden: Uit vrees voor het ontstaan van ernstige verstoring van de openbare orde; Indien de krachtens het vijfde lid opgelegde voorschriften niet worden nageleefd; Indien geen of niet tijdig schriftelijke kennisgeving is gedaan als bedoeld in het eerste lid. Artikel2:13Verboden voetbalwedstrijd Het is de organisator van een voetbalwedstrijd ingevolge artikel 2:12, eerste lid, verboden, deze te doen plaatsvinden, indien: de kennisgeving aan de burgemeester minder dan vier weken tevoren is gedaan, danwel minder dan één week als bedoeld in het tweede lid van artikel 2:12; in strijd wordt gehandeld met de ingevolge artikel 2:12, vijfde lid, gegeven voorschriften; wordt afgeweken van de bij de kennisgeving verstrekte gegevens wat betreft het tijdstip, de plaats en de voorgestelde maatregelen ter voorkoming van wanordelijkheden; de burgemeester de wedstrijd heeft verboden. Artikel2:14Verwijdering supporters 1.Personen, die zich door kleding, uitrusting of gedragingen manifesteren als voetbalsupporter en inhet bezit zijn van een geldig toegangsbewijs voor de te bezoeken wedstrijd zijn verplicht om, indien sprake is van verstoring van de openbare orde of ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, hun weg naar het stadion te vervolgen zodra ze de gemeente bereiken. 2.Al degenen die behoren tot de supportersaanhang van een bezoekende betaald voetbalclub en dat door bijvoorbeeld kleding, uitrusting, gedraging of anderszins kenbaar maken zijn verplicht om, indien sprake is van verstoring van de openbare orde of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan daarvan, direct na afloop van de wedstrijd te vertrekken uit de gemeente of zich te begeven in een door de politie aan te geven route en richting. 3.Personen, die zich door kleding, uitrusting of gedragingen manifesteren als voetbalsupporter en niet in het bezit zijn van een geldig toegangsbewijs voor de wedstrijd en op een of andere wijze de openbare orde verstoren of ernstig dreigen te verstoren dan wel racistisch gedrag vertonen of racistische uitlatingen doen, zijn verplicht zich op eerste aanzegging van de politie buiten de gemeentegrenzen te begeven of in een door de politie aan te geven route en richting. Artikel2:15Omgevingsverbod De burgemeester kan een persoon schriftelijk het verbod opleggen zich op te houden in de omgeving van het stadion vanaf 2 uur voor het vastgestelde begin tot 2 uur na afloop van de voetbalwedstrijden van de organisator. De burgemeester kan overgaan tot het opleggen van het in het vorige lid bedoelde verbod nadat vast is komen te staan dat de persoon de openbare orde in de omgeving van het stadion in ernstige mate heeft verstoord op een dag dat een wedstrijd van de organisator werd gespeeld. Afdeling8.Toezicht op OPENBARE INRICHTINGEN Artikel2:16Definities 1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt. 2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte. Artikel 2:16a Veiligheidsplan 1. Het is verboden een inrichting, die valt onder de door de burgemeester aangewezen categorie van inrichtingen, in bedrijf te hebben en te houden zonder dat de houder van de inrichting beschikt over een door de burgemeester goedgekeurd veiligheidsplan. 2. Voor de opzet van een veiligheidsplan kan de burgemeester een model vaststellen. 3. De burgemeester kan van het bepaalde in het eerste lid ontheffing verlenen. 4. De burgemeester kan nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, het woon- en leefklimaat, de veiligheid, zedelijkheid en gezondheid. Artikel2:17Terrasvergunning 1.Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een terras bij een openbare inrichting in te richten en in gebruik te nemen en te houden. 2.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, kan de vergunning worden geweigerd: indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. indien het gebruik afbreuk doet aan andere publieke functies van de openbare ruimte, inclusief de bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan. 3.In afwijking van artikel 1:5 is de terrasvergunning objectgebonden. 4.De burgemeester kan openbare plaatsen aanwijzen waarvoor het verbod van het eerste lid van dit artikel niet geldt. 5.Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel2:18Sluitingstijden openbare inrichtingen 1.Openbare inrichtingen zijn gesloten van maandag tot en met zondag tussen 00.00 en 06.00 uur. 2.Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. 3.De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. 4.In afwijking van de in het eerste lid gestelde sluitingstijden, kan de burgemeester in het belang van de openbare orde of het woon- en leefklimaat andere sluitingstijden vaststellen voor één of meer openbare inrichtingen, categorieën van openbare inrichtingen of voor de tot de openbare inrichtingen behorende terrassen. 5.De burgemeester kan bij openbaar bekend te maken besluit bepalen dat het verbod in het eerste lid niet geldt voor één of meer in dat besluit aangewezen gedeelten van de gemeente. 6.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel2:19Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor één of meer openbare inrichtingen en/of een daartoe behorend terras tijdelijk andere dan krachtens 2:18, eerste lid geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2.Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet. Artikel2:20Aanwezigheid in gesloten openbare inrichting Het is bezoekers van een openbare inrichting verboden gedurende de tijd dat dit bedrijf bij of krachtens het bepaalde in artikel 2:18 of ingevolge een op grond van artikel 2:19 genomen besluit gesloten dient te zijn, zich daarin of aldaar te bevinden. Artikel2:21Ordeverstoring Het is verboden in een openbare inrichting de orde te verstoren. Artikel2:22Het college als bevoegd bestuursorgaan Indien een openbare inrichting geen inrichting is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt niet de burgemeester maar het college op als bevoegd bestuursorgaan voor de toepassing van artikel 2:16 tot en met 2:20. AFDELING8a.BIJZONDERE BEPALINGEN OVER HORECABEDRIJVEN ALS BEDOELD IN DE DRANK- EN HORECAWET Artikel 2:22a Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: alcoholhoudende drank, horecabedrijf, horecalokaliteit inrichting, paracommerciele rechtspersoon, sterke drank, slijtersbedrijf en zwak-alcoholhoudende drank, dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet. Artikel2:22bRegulering paracommerciele rechtspersonen 1.Een paracommerciele rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van desbetreffende paracommerciele rechtspersonen betrokken zijn. 2.Een paracommerciele rechtspersoon kan, onverminderd het bepaalde in artikel 2:18 van deze verordening, alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken op maandag tot en met zondag van 13:00 uur tot maximaal 1 uur na beeindiging van de activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciele rechtspersoon. 3.In afwijking van het gestelde in het eerste lid, kan een paracommerciele rechtspersoon tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard of bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn, alcoholhoudende drank verstrekken tijdens ten hoogste 6 bijeenkomsten per jaar. 4.Een paracommerciele rechtspersoon doet uiterlijk twee weken voor een bijeenkomst als bedoeld in het derde lid melding hiervan aan de burgemeester. Artikel2:22cVerbod verstrekking sterke drank 1.Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank voor gebruik ter plaatse te verstrekken in een inrichting of in een onderdeel van een inrichting: waarin uitsluitend of in hoofdzaak geringe eetwaren, zoals belegde broodjes, patat frites of andere snacks en ijs worden verkocht; waarin uitsluitend of in hoofdzaak onderwijs wordt gegeven; die uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij jeugdorganisaties of -instellingen; die uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij sportorganisaties of -instellingen; die in gebruik is als wachtruimte voor passagiers van een openbaar vervoersbedrijf die uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij kerkelijke instellingen of -organisaties tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op jongeren. 2.De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. AFDELING8b.BEPALINGEN OVER HET VERSTREKKEN VAN ALCOHOLVRIJE DRANKEN Artikel 2:22dBegripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: Alcoholvrij bedrijf: de openbare inrichting waarin alcoholvrije drank voor gebruik ter plaatse wordt verstrekt. Alcoholvrije drank: de drank die bij een temperatuur van twintig graden Celsius voor minder dan een half volumeprocent uit alcohol bestaat. Leidinggevende: De natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico het alcoholvrij bedrijf wordt uitgeoefend; De natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan een onderneming, waarin het alcoholvrij bedrijf wordt uitgeoefend; De natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de uitoefening van het alcoholvrij bedrijf. Artikel 2:22eVergunning alcoholvrij bedrijf 1.Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester het alcoholvrij bedrijf uit te oefenen. 2.Dit verbod is niet van toepassing in situaties waarin wordt voorzien door de Drank- en Horecawet. 3.Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. Artikel 2:22fNadere regels De burgemeester kan nadere regels stellen die strekken tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning voor het alcoholvrij bedrijf is vereist. Artikel2:22gVereisten vergunning alcoholvrij bedrijf 1.Voor het verkrijgen van een vergunning voor het alcoholvrij bedrijf moet een leidinggevende: de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt; een verklaring omtrent het gedrag overleggen die maximaal drie maanden voor de datum, waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven; niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn. 2.Het alcoholvrij bedrijf moet voldoen aan de in artikel 2:22f gestelde nadere regels. Artikel2:22hWeigeren en intrekken van de vergunning 1.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, weigert de burgemeester een vergunning indien: niet wordt voldaan aan de in artikel 2:22f gestelde nadere regels en artikel 2:22g gestelde vereisten; redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn. 2.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het alcoholvrije bedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 3.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6, trekt de burgemeester een vergunning in indien: niet langer voldaan wordt aan de in artikel 2:22f gestelde nadere regels en artikel 2:22 g gestelde vereisten; zich in de inrichting feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid. 4.De burgemeester kan een vergunning intrekken indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn. Artikel 2:22iWijziging leidinggevende 1.Een leidinggevende als genoemd in artikel 2:22d, onder a, meldt aan de burgemeester zijn wens een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven of door te halen op de aan hem verleende vergunning. 2.De melding als genoemd in het eerste lid geldt als aanvraag tot wijziging van de vergunning. 3.De in het eerste lid aangemelde nieuwe leidinggevende mag werkzaam zijn in het alcoholvrij bedrijf waarvoor de vergunning is verleend, mits de ontvangst van die melding is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is besloten. 4.Het bepaalde in artikel 2:22h, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing. AFDELING9.GROW-, HEAD-, SMARTSHOPS is vervallen AFDELING10.NACHTVERBLIJF, KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN Artikel 2:38 komt te luiden: In deze afdeling wordt verstaan onder: inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet, de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft. kampeermiddel: een onderkomen of een voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Artikel2:39Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1.Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd. 2.Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. 3.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod van het eerste lid. 4.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 van deze verordening kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van: de bescherming van natuur en landschap; de bescherming van een stadsgezicht 5.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:40 Aanwijzing kampeerplaatsen 1.Het verbod van artikel 2:39, eerste lid, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 2.Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van de gronden, genoemd in de artikelen 1:8 en 2:39, lid 4, van deze verordening. Artikel 2:41 Verschaffing gegevens nachtregister Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder, is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken. Artikel 2:42 Slapen op of aan de weg Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken. Afdeling11.Maatregelen tegen overlast en baldadigheid Artikel 2:43 Betreden gesloten woning of lokaal 1.Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. 2.Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden. 3.Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is. Artikel 2:43a Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen 1.De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of als er naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten. 2.Onverminderd hetgeen in artikel 5:24 van de Algemene Wet bestuursrecht is bepaald omtrent de bekendmaking, wordt het bevel tot sluiting tevens bekend gemaakt door een schrijven, waaruit van dat bevel tot sluiting blijkt, aan te brengen op of nabij de toegang(
In deze afdeling wordt verstaan onder: collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is gebonden; gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer; gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer; houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT): gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse optredende geluid, gemeten in de loop van een bepaalde periode en vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de “Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai”, uitgave 1999; onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt. Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:4 van deze verordening gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten in de daarbij aangewezen gebieden gedurende de daarbij aangewezen dagen en dagdelen. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten in de daarbij aangewezen gebieden gedurende de daarbij aangewezen dagen en dagdelen. Het college maakt de aanwijzing tenminste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. Tijdens een collectieve festiviteit mag het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) veroorzaakt door de inrichting, gemeten invallend op de gevel van gevoelige gebouwen, niet meer bedragen dan 60 dB(A). Toeslagen voor de aard van het geluid of de bedrijfsduurcorrectieterm blijven hierbij achterwege. Tijdens een collectieve festiviteit mag het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) veroorzaakt door de inrichting, gemeten binnen in- of aanpandige woningen van derden, niet meer bedragen dan 50 dB(A). Toeslagen voor de aard van het geluid of de bedrijfsduurcorrectieterm blijven hierbij achterwege. De geluidswaarden bedoeld in het vijfde en zesde lid zijn inclusief onversterkte muziek. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:4 van deze verordening - uiterlijk om 01.00 uur te worden beëindigd. De geluidsnormen als bedoeld in het vijfde en zesde lid gelden voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. Het college kan afwijken van het in lid 8 genoemde tijdstip. Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten Het is een inrichting toegestaan maximaal 6 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit Milieubeheer en artikel 4:4 van deze verordening niet van toepassing zijn mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 6 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148 lid 1 van het Activiteitenbesluit Milieubeheer niet van toepassing is mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. Tijdens een incidentele festiviteit mag het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) als gevolg van de inrichting, gemeten invallend op de gevel van gevoelige gebouwen, niet meer bedragen dan 60 dB(A). Toeslagen voor de aard van het geluid of de bedrijfsduurcorrectieterm blijven hierbij achterwege. Tijdens een incidentele festiviteit mag het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) als gevolg van de inrichting, gemeten binnen in- of aanpandige woningen van derden, niet meer bedragen dan 50 dB(A). Toeslagen voor de aard van het geluid of de bedrijfsduurcorrectieterm blijven hierbij achterwege. De geluidswaarde als bedoeld in het zesde en zevende lid is inclusief onversterkte muziek. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit Milieubeheer en artikel 4:4 van deze verordening - uiterlijk om 01.00 uur beëindigd. De geluidsnorm als bedoeld in het zesde en zevende lid geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. Het college kan afwijken van het in lid 9 genoemde tijdstip. Artikel 4:4 Onversterkte muziek Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Activiteitenbesluit Milieubeheer binnen inrichtingen is de in het tweede lid opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; de in de tabel aangegeven waarden op de gevel gelden ook bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder; bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel wordt geen bedrijfsduurcorrectie toegepast. 2. Tabel 7.00 – 19.00 uur 19.00 – 23.00 uur 23.00 – 7.00 uur LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A) LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A) Voor de duur van 4 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals onder andere orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Activiteitenbesluit Milieubeheer van toepassing. Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in de artikelen 4:2 en 4:3. Artikel 4:5 Overige geluidhinder 1.Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2.Het college, dan wel de burgemeester indien het veroorzaken van geluidhinder verband houdt met een evenement, kan van het verbod ontheffing verlenen. 3.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, het Activiteitenbesluit Milieubeheer, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Bouwbesluit, het Vuurwerkbesluit of de Omgevingsverordening Flevoland. 4.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Afdeling2.Bodem-, weg- en milieuverontreiniging Artikel 4:6 Straatvegen Het is verboden op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode. Artikel 4:7 Natuurlijke behoefte doen Het is verboden binnen de bebouwde kom en op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen. Artikel 4:7a Ballonnen oplaten Het is verboden ballonnen, van welk materiaal dan ook, door middel van hete lucht afkomstig van vuur, dan wel door middel van helium of andere gassen, op te laten stijgen. Onder een ballon wordt mede verstaan: herdenkingsballon, vuurballon, sfeerballon, gelukslampion, Thaise wensballon, papierballon en geluksballon, dan wel een voorwerp dat door middel van open vuur of gas opstijgt en zonder sturing wegdrijft. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een heteluchtballon, zijnde een luchtvaartuig. Afdeling3.Maatregelen tegen ontsiering Artikel 4:8 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde gezag op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen met welstand; in het belang van de verkeersveiligheid; in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van het in de nabijheid gelegen onroerend goed. De weigeringsgrond van het tweede lid, onder a, geldt niet voor bouwwerken. De weigeringsgrond van het tweede lid, onder c, geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen soorten handelsreclame of objecten waarop handelsreclame wordt aangebracht. Hoofdstuk5.Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente Afdeling1.Parkeerexcessen Artikel 5:
In deze afdeling wordt verstaan onder: voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het Reglement verkeersregelsen verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het Reglement verkeersregelsen verkeerstekens ( RVV 1990). Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend: voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 50 meter met als middelpunt een van deze voertuigen; de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken. Het college kan ontheffing van het verbod verlenen. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen. Het college kan ontheffing van het verbod verlenen Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 5:4 Voertuigwrakken Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud of tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg of op een parkeergelegenheid te plaatsen of te parkeren. Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer. Artikel 5:5 Parkeren van aanhangwagens, caravans en dergelijke Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt zoals een caravan, een kampeerwagen, een aanhangwagen, een keetwagen of ander dergelijk voertuig langer dan op drie achtereenvolgende dagen zonder wezenlijke tijdsonderbreking te plaatsen of te hebben op de weg binnen de bebouwde kom; Het college kan plaatsen of tijden aanwijzen waar, respectievelijk gedurende welke tijd het bepaalde in het eerste lid niet van toepassing is. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. De in het derde lid bedoelde ontheffing kan worden geweigerd met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte en wanneer dit naar het oordeel van het college schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. Artikel 5:6 Parkeren van grote voertuigen Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter langer dan twee achtereenvolgende uren te parkeren op de weg. Het in het eerste lid omschreven verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op de in artikel 5:5 bedoelde voertuigen. Het college kan wegen of weggedeelten aanwijzen waar het bepaalde in het eerste lid niet geldt. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing Artikel 5:6a Uitzicht belemmerende voertuigen Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer van 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan. Het verbod is niet van toepassing gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is. Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing Artikel 5:8 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook. Dit verbod is niet van toepassing: op de weg; op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of vanwege de overheid; op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing AFDELING2.Collecteren Artikel 5:9 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. Onder een inzameling van geld of goederen als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden: in besloten kring gehouden; door een instelling die is ingedeeld in het door het college voor het betreffende kalenderjaar vastgestelde collecte- en wervingsrooster, mits de inzameling of werving overeenkomstig dat collecte- en wervingsrooster is en met inachtneming van de door het college gestelde voorwaarden plaatsvindt; door een vereniging met haar statutaire zetel in de gemeente Almere en waarbij de inzameling slechts in één van de stadsdelen wordt gehouden. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Afdeling3.Venten Artikel 5:10 Definities In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis; Onder venten wordt niet verstaan: het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen als bedoeld in het eerste lid op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:15; het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen op een standplaats als bedoeld in artikel 5:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.