Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats voor degemeente Heiloo 2011De raad van de gemeente Heiloo; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 29 maart 2011; gelet op artikel35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel149 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats voor de gemeente Heiloo 2011 HoofdstukIINLEIDENDE BEPALINGEN Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken; asbus: een bus ter berging van as van een overledene; beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen of degene die hem vervangt; begraafplaats: de algemene begraafplaats aan de Holleweg; college: college van burgemeester en wethouders van Heiloo gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden grafbedekking: een gedenkteken en grafbeplanting op een graf; kindergraf: een graf, kelder daaronder begrepen, waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken van personen beneden de leeftijd van 12 jaar; particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van lijken het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen het doen verstrooien van as; particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen het doen verstrooien van as; particuliere gedenkplaats: een plaats ingericht om overledenen te gedenken, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen aanbrengen van een naamplaatje op een herdenkingszerk; particuliere urnennis: een nis, al dan niet voorzien van een sluitplaat, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een particulier urnengraf of een particuliere gedenkplaats, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden; urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen; vergunninghouder: de rechthebbende of de gebruiker aan wie een vergunning is verleend voor het plaatsen van een grafbedekking; verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid; monumentale gedeelte: het gedeelte van de begraafplaats dat is aangewezen als beschermd gemeentelijk monument en dat valt onder dewerking van de Heilooër monumentenverordening 2006, zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte tekening. Artikel2Uitbreiding begrippen particulier en algemeen graf 1Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder "particulier graf" mede verstaan: particuliere urnenplaats, particuliere urnennis, particulier urnengraf, particuliere (sier)urn en particuliere gedenkplaats. Hoofdstuk2OPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS Artikel3Openstelling begraafplaats 1De begraafplaats is voor een ieder dagelijks toegankelijk gedurende door het college van burgemeester en wethouders bij nadere regels vast te stellen tijden. Het college maakt deze tijden openbaar bekend. 2Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten. 3Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats niet voor het publiek geopend is, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as. Artikel4Ordemaatregelen 1.Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van deorde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder. 2.De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen. 3.Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaats(en) te rijden: elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen; motorrijtuigen zijn buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor begrafenissen of voor het vervoer van materialen; sneller dan 10 km per uur. 4.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de aanhef en onder a van het derde lid. 5.Het is verboden op de begraafplaats: honden mee te voeren anders dan als blindengeleidehond; op de grafruimten te lopen of zich daarop te bevinden; de begraafplaats te verontreinigen; bloemen of andere waren te koop aan te bieden of aanbiedingen te doen met betrekking tot grafbedekkingen; op enigerlei wijze reclame te maken. Artikel5Plechtigheden 1.Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen tevoren zijn gemeld aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld. 2.De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder. Artikel6Opgraven en ruimen Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast. Hoofdstuk3VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING Artikel7Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf 1Degene, die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag en zondag gelden voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven, moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan. 5Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaatsen, een en ander op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag en zondag gelden voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen. Artikel8Gebouwen en muziekinstallatie 1Het gebruik van de ontvangstruimten, de aula alsmede van de in de aula aanwezige muziekinstallatie moet uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaand aan de dag waarop van de genoemde ruimten, en de muziekinstallatie gebruik zal worden gemaakt, worden aangevraagd bij de exploitant van de aula. De zaterdag en zondag gelden voor de toepassing van deze bepaling niets als werkdag. 2De ruimten en de muziekinstallatie staan voor iedere plechtigheid gedurende een per keer vooraf te bepalen tijdsduur ter beschikking van de aanvrager. Artikel9Over te leggen stukken 1Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot begraven is overlegd aan de beheerder. 2Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet. 3Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende. 4De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren. 5De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikende zijn. Artikel10Tijden van begraven en asbezorging 1.De tijd van begraven en het bezorgen van as is: op werkdagen van 08.00 tot 15.30 uur; op zaterdag van 09.00 tot 13.00 uur. 2.Op zondagen en algemeen erkende feestdagen wordt niet begraven. 3.Het college kan in bijzondere gevallen van het bepaalde in het eerste en tweede lid afwijken. Hoofdstuk4INDELING EN UITGIFTE VAN DE GRAVEN Artikel11Indeling graven en asbezorging 1Op de begraafplaats kunnen worden uitgegeven: particuliere graven; particuliereurnengraven; algemene graven; kindergraven; particuliere urnennissen. 2Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de particuliere graven en hoeveel verstrooiingen van as er op de particuliere graven kunnen plaatshebben. Het college bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere graven. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging. Artikel12Aantal overledenen in algemene graven 1In de algemene graven kan een door het college te bepalen aantal lijken worden begraven. Artikel13Volgorde van uitgifte 1De particuliere graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven. 2Het college kan een particulier graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk is. Artikel14Categorieën Het college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte. Artikel15Termijnen particuliere graven 1Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van tien of twintig jaar het recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven. 2Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van vijf of tien jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. Artikel16Grafkelder Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door het college te stellen voorwaarden. Artikel17Omschrijving van verleende rechten 1.Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon. 2.Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het particuliere graf worden overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende. Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan. 3.Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn van zes maanden, is het college bevoegd het recht op het particuliere graf te doen vervallen. 4.Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van zes maanden kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd. Artikel18Afstand doen van graven Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particuliere graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan de rechthebbende. Hoofdstuk5GRAFBEDEKKINGEN Artikel19Vergunning grafbedekking 1Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig van het college. 2De vergunning voor het hebben van een grafbedekking op een particulier graf of op een particulier urnengraf, respectievelijk een sluitplaat op de urnennis, kan uitsluitend worden aangevraagd door de rechthebbende. De vergunning voor het hebben van een grafbedekking op een algemeen graf kan uitsluitend worden aangevraagd door de gebruiker. 3Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen. 4Het college kan de vergunning weigeren indien: niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het derde lid; de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is. 5Het college kan de vergunning weigeren indien: niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere regels; de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is. 6In het geval van overschrijving van het recht op een particulier graf als bedoeld in artikel 17 (Overschrijving van verleende rechten) wordt de nieuwe rechthebbende beschouwd als houder van de vergunning. Artikel20Onderhoud door de gemeente 1.Het college voorziet in het minimaal een maal per jaar schoonhouden en het na verzakking opnieuw stellen van het gedenkteken. 2.Het college voorziet in het onderhoud van door de gemeente aangebrachte beplanting. Het is niet toegestaan om de door de gemeente aangebrachte beplanting te verwijderen. Artikel21Onderhoud door rechthebbende of gebruiker 1.Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of de gebruiker. 2.De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen. 3.Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende dertien weken ter beschikking van de rechthebbende of de gebruiker en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is. 4.De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de rechthebbende of de gebruiker door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of de gebruiker niet bekend is maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht. 5.Het college kan de rechthebbende of de gebruiker per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar oplevert voor derden. 6.Het college voert het beleid om cultuurhistorisch waardevolle grafstenen, nadat het graf verwijderd en geruimd is, niet zonder meer te vernietigen. De aan de gemeente vervallen grafbedekkingen zullen in die gevallen aan de zijkant van de begraafplaats worden geplaatst. Artikel22Niet-blijvende grafbeplanting Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat verkeert kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende dertien weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, van de gebruiker indien deze daartoe tevoren een aanvraag heeft ingediend bij de beheerder. Artikel23Verwijderen grafbedekking na verstrijken van de termijn 1.De grafbedekking wordt binnen een termijn van twee maanden na het verstrijken van de graftermijn in opdracht van het college verwijderd. 2.Het college kan besluiten de grafbedekking in stand te houden indien het een gedenkteken of graf met bijzondere waarde betreft, zoals bedoeld in artikel 25 van deze verordening. 3.Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het college ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats bekend. 4.Indien de grafbedekking niet binnen dertien weken na de verwijdering is afgehaald, vervalt deze aan de gemeente, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is. Hoofdstuk6RUIMING VAN GRAVEN, URNENGRAVEN EN URNENNISSEN Artikel24Ruiming, bezorging van overblijfselen en as 1Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. 2De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke resten worden geconfronteerd. 3De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten worden begraven in een daarvoor bestemd verzamelgraf (knekelput) en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaatsen. 4Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de menselijke resten, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of voor herbegraving elders. 5De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven. 6De rechthebbende op een particulier urnengraf of particuliere urnennis of particuliere urnenplaats kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien. 7Een graf kan niet eerder geruimd worden dan na verloop van 15 jaar na de laatste bijzetting in dat graf, of zoveel langer als de wet voorschrijft. Dit laat onverlet dat de grafbedekking kan worden verwijderd nadat de graftermijn is verstreken, zoals bepaald in artikel 23 van deze verordening. 8Het zevende lid van dit artikel is niet van toepassing op het ruimen van urnen of asbussen. Hiervoor geldt wel de wettelijk gestelde termijn. Hoofdstuk7MONUMENTALE GEDEELTE HISTORISCHE GRAFMONUMENTEN Artikel25 1.Het college heeft het oudste gedeelte van de begraafplaats (vakken A, B en C) aangewezen als beschermd gemeentelijk monument. Voor wijzigen aan de basisstructuur van dit gedeelte van de begraafplaats is een vergunning volgens artikel 10 van de gemeentelijke monumentenverordening vereist. 2.Het college stelt, na ter zake advies gevraagd te hebben aan de Heilooër monumentencommissie, een lijst vast van graven, die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een zodanige opvallende kwaliteit heeft dat deze van belang is om te behouden. 3.Alvorens tot ruiming van graven of het verwijderen van grafbedekkingen wordt overgegaan, onderzoekt het college of deze in aanmerking komen om op de in het eerste lid bedoelde lijst te worden bijgeschreven. 4.Na het vervallen van grafrechten en alvorens tot ruiming van een graf wordt overgegaan, dat is geplaatst op de in het eerste lid bedoelde lijst, besluit het college, na ter zake advies gevraagd te hebben aan de Heilooër monumentencommissie, of de daarop aanwezige grafbedekking in aanmerking komt voor behoud in de vorm van plaatsing langs de rand van de begraafplaats. 5.Het college beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan. Hoofdstuk8INRICHTING REGISTER Artikel26Voorschriften 1Het college stelt voorschriften vast voor het register van de begraven lijken. 2Het register wordt bijgehouden door de beheerder. Hoofdstuk 9SLOTBEPALINGEN Artikel27Intrekking oude regeling De verordening Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Heiloo 2007, vastgesteld op 5 februari 2007, wordt ingetrokken. Artikel28Overgangsbepaling 1Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Heiloo 2007 gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Heiloo 2007 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast. Artikel29Strafbepaling Hij die handelt in strijd met de artikelen 3, lid 3 (Openstelling begraafplaatsen), 4, leden 1 en 3 (Ordemaatregelen) en 16 (Grafkelder) wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie. Artikel30Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de datum van bekendmaking. Artikel31Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Heiloo
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.