Verordening Gemeentelijke Ombudsman SoestDe raad van de Gemeente Soest; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 10 januari 2011, nr. RV 11-12; gelet op de artikelen 81p en 81 w van de Gemeentewet b e s l u i t: vast te stellen de Verordening gemeentelijke ombudsman Soest Artikel1Instelling ombudsman Er is een gemeentelijke ombudsman en er is een plaatsvervangende ombudsman. Artikel2Zittingsduur 1.Conform het bepaalde in artikel 81q, eerste lid van de Gemeentewet wordt de ombudsman en zijn vervanger benoemd voor een periode van 6 jaar. 2.De ombudsman en de plaatsvervangende ombudsman kan eenmaal worden herbenoemd. Artikel3Financiële middelen De ombudsman en zijn vervanger ontvangen een vergoeding voor zijn werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten: ·Jaarlijks een vaste vergoeding van € 750,-- . Daarnaast wordt er een tegemoetkoming in de kosten uitgekeerd varierend van: € 150,-- per daadwerkelijke inschakeling (totaal onderzoek + verslag) € 50,-- per vooronderzoek dat niet leidt tot een daadwerkelijke inschakeling Tevens verschaft de raad de ombudsman voldoende financiële middelen voor een goede uitoefening van zijn werkzaamheden. Te denken is aan een tegemoetkoming van de kosten voor lidmaatschap, symposium, congres en reiskosten Het vergoeden van de gemaakte kosten per afgehandelde zaak zal geschieden achteraf op basis van declaratie, inclusief bijlages De tarieven van de beloning worden jaarlijks geindexeerd volgens de consumenten prijs index (CPI algemeen) Artikel4Bemiddeling ·De ombudsman kan gedurende een onderzoek de verzoeker en het bestuursorgaan voorstellen doen teneinde onderling tot een oplossing van de klacht te komen. ·De ombudsman brengt ook na een geslaagde bemiddeling een verslag uit. Artikel5Werkinstructie Voor zover de ombudsman dit nodig acht, maakt hij een werkinstructie voor zijn werkzaamheden. Artikel6Ontvangstbevestiging en toezending verzoekschrift De procedure zoals beschreven in titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. Artikel7Het verslag De ombudsman zendt jaarlijk een verslag van zijn werkzaamheden aan de Gemeenteraad en aan het College. Artikel8Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking op 17 maart
- 2.Met ingang van de in lid 1 genoemde datum, vervalt de Verordening gemeentelijke ombudsman, zoals deze is vastgesteld in de raad van 23 juni
- Artikel9Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening gemeentelijke ombudsman Soest. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 maart 2011 de voorzitter, de griffier, A.Noordergraaf M. van Vliet Bijlage 1: Behoorlijkheidsvereisten
- discriminatieverbodNormHet verbod op discriminatie houdt in dat een bestuursorgaan geen onderscheid mag maken naar politieke gezindheid, godsdienst, levensovertuiging, ras, geslacht of op welke grond dan ook.
- brief- en telefoongeheimNormHet brief- en telefoongeheim houdt in dat bestuursorganen alleen in wettelijk vastgelegde gevallen kennis mogen nemen van de inhoud van brieven en telefoongesprekken van burgers.
- huisrechtNormHet huisrecht houdt in dat het binnentreden van een woning tegen de wil van de bewoner alleen is toegestaan in de gevallen bij of krachtens de wet bepaald. Het binnentreden van een woning zonder wettelijke machtiging of toestemming van de bewoner is alleen toegestaan indien een ernstig gevaar dreigt voor de veiligheid van personen of goederen.
- privacy - eerbiediging van de persoonlijke levenssfeerNormHet recht op privacy houdt in dat het bestuursorgaan de persoonlijke levenssfeer van haar burgers eerbiedigt, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen.
- verbod van onrechtmatige vrijheidsontnemingNormEen bestuursorgaan mag niemand zijn vrijheid ontnemen, buiten de bij of krachtens de wet bepaalde gevallen.
- overige grondrechten
- verbod van misbruik van bevoegdheid (détournement de pouvoir)NormHet verbod van misbruik van bevoegdheid houdt in dat een bestuursorgaan zijn bevoegdheid niet gebruikt voor een ander doel dan waartoe die bevoegdheid is gegeven.
- redelijkheidNormHet redelijkheidsvereiste houdt in dat het bestuursorgaan bij elk handelen (rechtshandelingen en feitelijke handelingen) alle relevante feiten en omstandigheden tegen elkaar afweegt. De uitkomst van die belangenafweging mag niet onredelijk zijn.
- evenredigheidNormHet evenredigheidsvereiste houdt in dat bestuursorganen voor het bereiken van een doel een middel aanwenden dat voor betrokkenen niet onnodig bezwarend is en dat in evenredige verhouding staat tot dat doel.
- coulanceNormer is ruimte voor coulance in situaties waarbij ten gevolge van vermoedelijke maar onbewezen fouten van bestuursorganen burgers uitgave in geld of investeringen in tijd hebben gedaan, zonder dat er sprake is van evident of vermoedelijk onrechtmatig overheidshandelen
- rechtszekerheidDit vereiste omvat twee normen:gevolg geven aan rechterlijke uitspraken en beslissingen op bezwaar (rechtszekerheidsvereiste) honoreren van gerechtvaardigde verwachtingen (opgewekt vertrouwen) (vertrouwensbeginsel) I gevolg geven aan rechterlijke uitsprakenNormHet rechtszekerheidsvereiste houdt in dat een bestuursorgaan gevolg geeft aan rechterlijke uitspraken en beslissingen op bezwaarschriften. II opgewekt vertrouwenNormEen onderdeel van het rechtszekerheidsvereiste is het vertrouwensbeginsel. Dit houdt in dat het bestuursorgaan gerechtvaardigde verwachtingen van burgers en organisaties jegens die overheid nakomt (tenzij wet- of regelgeving zich daartegen verzetten).
- gelijkheidNormHet gelijkheidsbeginsel houdt in dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld en dat ongelijke gevallen ongelijk worden behandeld al naar gelang zij van elkaar verschillen.
- onpartijdigheid/onvooringenomenheidNormHet vereiste van onpartijdigheid/onvooringenomenheid houdt in dat bestuursorganen zich actief opstellen om iedere vorm van een vooropgezette mening of opvatting te vermijden. Ook de schijn van partijdigheid moet worden vermeden. Zij dienen zich te richten op objectieve algemene belangen, dan wel een algemeen uitgezet beleid.
- hoor en wederhoorNormHet vereiste van hoor en wederhoor houdt in dat het bestuursorgaan bij de voorbereiding van een handeling of beslissing de betrokken burger in staat stelt te worden gehoord. Zo kan deze burger voor zijn belangen opkomen. Het vereiste geldt voor primaire en secundaire besluitvorming en voor de klachtbehandeling.
- motiveringNormHet motiveringsvereiste houdt in dat de motivering op de individuele zaak is toegesneden, feitelijk juist is, logisch voortvloeit uit het overheidshandelen en kenbaar is.
- fair playNormHet fair play-vereiste houdt in dat een bestuursorgaan de burger de mogelijkheid geeft zijn procedurele kansen te benutten.
- voortvarendheidNormHet vereiste van voortvarendheid houdt in dat een bestuursorgaan slagvaardig en met voldoende snelheid optreedt.
- administratieve nauwkeurigheidNormHet vereiste van administratieve nauwkeurigheid houdt in dat bestuursorganen secuur werken.
- actieve en adequate informatieverstrekkingNormHet vereiste van actieve en adequate informatieverstrekking houdt in dat bestuursorganen burgers tijdig begrijpelijke, juiste en volledige informatie verstrekken.
- actieve en adequate informatieverwervingNormHet vereiste van actieve en adequate informatieverwerving houdt in dat bestuursorganen bij de voorbereiding van hun handelingen de relevante informatie verwerven.
- adequate organisatorische voorzieningenNormHet vereiste van adequate organisatorische voorzieningen houdt in dat bestuursorganen hun administratieve beheer en organisatorische functioneren inrichten op een wijze die behoorlijke dienstverlening aan burgers verzekert.
- correcte bejegeningI. beleefdheid en fatsoenNormHet vereiste van correcte bejegening houdt in dat bestuursorganen burgers respecteren en hen beleefd behandelen. II. dienstbaarheid (eenvoudige hulpvaardigheid)NormHet vereiste van correcte bejegening houdt in dat bestuursorganen zich tegenover burgers hulpvaardig opstellen.
- professionaliteitNormHet vereiste van professionaliteit houdt in dat ambtenaren zich jegens burgers professioneel opstellen. Bijlage 2: Normen Het onderscheid behoorlijk/ niet behoorlijk is meestal te grof om recht te doen aan de bevindingen van het onderzoek. Daarom is gekozen voor een nuancering van het oordeel, die loopt van ‘adequaat’ tot ‘onbehoorlijk’. Adequaatdit is een positieve waardering; er is meer gedaan dan alleen behoorlijk gehandeld Behoorlijker zijn geen behoorlijkheidvereisten geschonden en er is gehandeld zoals redelijkerwijs van de overheid mag worden verwacht. Niet onbehoorlijker is behoorlijk gehandeld maar voor de burger blijft het een moeilijk te accepteren resultaat. Na interventie behoorlijk betekent dat na een eenvoudige actie van de ombudsman een correctie heeft plaatsgevonden en wel voordat de betrokken dienst het verslag van de ombudsman had gekregen. Niet behoorlijk, maar gecorrigeerdde gewraakte gedraging was onbehoorlijk, maar gevolgd door een nieuwe gedraging die wel in de haak is. Onzorgvuldigop zichzelf is er geen grove schending van de regels, maar er moet wel een bestuurlijke correctie volgen. Niet behoorlijker zijn meer respectievelijk zeer fundamentele vereisten van behoorlijkheid geschonden. Onbehoorlijkkomt zowel juridisch als taalkundig overeen met ‘niet behoorlijk’ maar wordt alleen bij flagrante schendingen gehanteerd.