Beleidsregels terugvordering, verhaal en zekerheidsrechten 2010Hoofdstuk1Wettelijke bevoegdheden De directeur van de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling van de gemeente Enschede; gelet op punt 6 van het Overzicht VII DMO van het vigerende Mandaatbesluit 2003 dat de directeur de bevoegdheid verschaft om namens het college ter zake beleidsregels vast te stellen; gelet op titel 4.3 ‘’Beleidsregels’’ van de Algemene wet bestuursrecht; gelet op de bepalingen inzake herziening, intrekking, terugvordering en verhaal van uitkeringen in de Wet werk en bijstand, Wet investeren in jongeren, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Wet werk en inkomen kunstenaars, en gelet op de bepalingen inzake zekerheidsrechten in de Wet werk en bijstand; overwegende dat de huidige, door de directeur op 13 januari 2009 vastgestelde, beleidsregels door gewijzigde wetgeving wijzigingen in artikel 1, onderdeel c, behoeven, besluit vast te stellen de Beleidsregels terugvordering, verhaal en zekerheidsrechten 2010 Artikel1Gebruikmaking wettelijke bevoegdheden Het college maakt gebruik van de wettelijke bevoegdheden tot: herziening of intrekking van toekenningsbesluiten als bedoeld in de artikelen 53a, lid 2 en 54, lid 3 van de Wet werk en bijstand (WWB), artikel 40, leden 3 en 4 van de Wet investeren in jongeren (WIJ), artikel 17 leden 3 en 4 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), artikel 17, leden 3 en 4 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en artikel 26, leden 1 en 2 van de Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK); terugvordering van ten onrechte verleende uitkeringen als bedoeld in paragraaf 6.4 van de WWB, artikelen 54 tot en met 56 van de WIJ, hoofdstuk II, paragraaf 5 van de IOAW, hoofdstuk II, paragraaf 5 van de IOAZ en hoofdstuk 4 van de WWIK; verhaal van verleende uitkeringen als bedoeld in paragraaf 6.5 van de WWB en artikel 57 van de WIJ; vestiging van zekerheidsrechten door middel van hypotheekrechten op woningen of pandrechten op woonwagens of woonschepen indien bijstand in de vorm van een geldlening wordt verleend op grond van artikel 50 van de WWB. Hoofdstuk2Terugvordering en verhaal Artikel2Afzien van terugvordering of verhaal, kwijtschelding 1.Het college kan, op grond van dringende redenen of om redenen van doelmatigheid, geheel of gedeeltelijk afzien van terugvordering, invordering of verhaal. 2.Het college kan om redenen van redelijkheid of billijkheid of gelet op de persoonlijke situatie van belanghebbende, geheel of gedeeltelijk kwijtschelding verlenen. Hoofdstuk3Zekerheidsrechten Paragraaf1Vestiging Artikel3Verplichting meewerking vestiging hypotheek of pand; minimum € 5000 1.Het college verbindt aan de verlening van algemene bijstand in de vorm van een geldlening als bedoeld in artikel 50 WWB de verplichting dat de belanghebbende meewerkt aan de vestiging van een hypotheekrecht. 2.Indien de belanghebbende een eigen woonwagen of eigen woonschip bewoont, heeft de meewerkverplichting betrekking op de vestiging van een pandrecht. 3.Voor geldleningen beneden € 5000 wordt geen hypotheek of pand geëist. Paragraaf2Rente en aflossing geldlening Artikel4 Hoogte geldlening, taxatie woning, taxatiekosten woning ten laste van belanghebbende, taxatie woonwagens en woonschepen De geldlening bedraagt ten hoogste de waarde van de woning in het economisch verkeer bij vrije oplevering, verminderd met de daarop drukkende schulden en met het vrij te laten vermogen als bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdeel d WWB. Als waarde van de woning geldt in beginsel de waarde vastgesteld volgens de Wet waardering onroerende zaken (‘’WOZ-waarde’’). Bij gerede twijfel van het college over de passendheid van de WOZ-waarde als actuele waarde in het economische verkeer bij vrije oplevering, of op verzoek van belanghebbende, vindt taxatie plaats door een taxateur voor onroerende zaken die door het college in overeenstemming met de belanghebbende wordt aangewezen. De kosten verbonden aan de taxatie op verzoek van belanghebbende komen ten laste van de belanghebbende. Ten aanzien van woonwagens en woonschepen bedraagt de geldlening ten hoogste de waarde van de woonwagen of het woonschip in het economisch verkeer bij vrije oplevering, verminderd met de daarop drukkende schulden en met het vrij te laten vermogen als bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdeel d WWB. Ter vaststelling van de waarde van de woonwagen of het woonschip vindt taxatie plaats door een erkend of een in elk geval als deskundig aan te merken taxateur voor dergelijke roerende zaken die door het college in overeenstemming met de belanghebbende wordt aangewezen. Artikel5Op te nemen name voorwaarden in hypotheekakte of pandovereenkomst 1.Aan de geldlening worden in elk geval verbonden de voorwaarden van de artikelen 6 en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.