MonumentenverordeningDe raad van de gemeente Borsele gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 9 mei 2006, gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en de artikelen 12, 14 en 15 van deMonumentenwet 1988, overwegende dat het gewenst is de Monumentenverordening gemeente Borsele,vastgesteld op 1 december 1999, te vervangen door een nieuwe verordening die aangepastis aan de thans geldende Monumentenwet 1988 en die tevens aansluit bij voornoemde nota; besluit vast te stellen de Monumentenverordening, luidende als volgt: Artikel1Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder:a. monument:
- een vóór tenminste vijftig jaar vervaardigde zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde;
- terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak als bedoeld onder 1;b. gemeentelijk monument: onroerend monument, dat overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen; gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen zaken;c. beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers;d. commissie: de door het college ingestelde Welstandsmonumentencommissie met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de verordening en het monumentenbeleid;e. bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit van een monument.f. het college; het college van burgemeester en wethouders van Borsele. Artikel2Het gebruik van het monument Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het gebruik van het monument. Artikel3De aanwijzing tot gemeentelijk monument 1Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een monument aanwijzen als gemeentelijk monument. 2Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt hij advies aan de commissie. In spoedeisende gevallen kan het vragen van dit advies achterwege blijven. 3Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een gemeentelijk monument bepalen dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht. 4De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet
- Artikel4Termijnen advies en aanwijzingsbesluit 1De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na ontvangst van het verzoek van het college. 2Het college beslist, indien om aanwijzing is verzocht, binnen zes maanden na ontvangst van het verzoek . Artikel5Mededeling aanwijzingsbesluit De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan en aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers. Artikel6Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst Het college registreert het gemeentelijke monument op de gemeentelijke monumentenlijst.De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving van het gemeentelijke monument. Artikel7Wijzigen van de aanwijzing Het college kan de aanwijzing ambtshalve of op aanvraag van een belanghebbende wijzigen.Artikel 3, tweede tot en met vierde lid, alsmede artikel 4 zijn van overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit.Indien de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing van artikel 3, tweede tot en met vierde lid, alsmede artikel 4, eerste lid, achterwege.De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend. Artikel8Intrekken van de aanwijzing Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede lid, en artikel 4 van overeenkomstige toepassing.De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988.De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend. Artikel9Verbodsbepaling Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen. Artikel10Vergunning Het is verboden zonder vergunning van het college of in strijd met bij zodanige vergunninggestelde voorschriften:a. een gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;b. een gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Artikel11Termijnen advies en vergunningverlening 1Het college vraagt advies aan de commissie voordat zij beslist op de aanvraag op grond van artikel
- 2Binnen acht weken na de adviesaanvraag brengt de commissie schriftelijk advies uit aan het college. 3Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van het advies van de commissie, maar in ieder geval binnen 16 weken na ontvangst van de aanvraag. 4Het college kan de in het derde lid genoemde termijn van 16 weken met ten hoogst tien weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan kennis geeft binnen de in het derde lid genoemde termijn. 5Een vergunning ingevolge deze verordening blijft buiten werking gedurende zes weken na de datum waarop zij is verleend of van rechtswege is verleend. Artikel12Intrekken van de vergunning 1De vergunning kan door het college worden ingetrokken indien:a. blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;b. blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 10 niet naleeft;c. de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen;d. niet binnen twee jaar van de vergunning gebruik wordt gemaakt. 2Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de commissie. Artikel13Vergunning voor beschermd rijksmonument De commissie adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift. Artikel14Schadevergoeding 1Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van:a. de weigering van het college een vergunning als bedoeld in artikel 10 te verlenen;b. voorschriften door het college verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 10;schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoortte blijven, kent het college hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe. 2Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van de verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening van overeenkomstige toepassing. Artikel15Strafbepaling Hij, die handelt in strijd met de artikelen 9 en 10 van deze verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie. Artikel16Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de dor het college aan te stellen toezichthouders. Artikel17Inwerkingtreding 1Voor zover deze verordening betrekking heeft op gemeentelijke monumenten treedt zij in werking op de eerste dag na het verstrijken van een termijn van zes weken na bekendmaking. 2De Monumentenverordening gemeente Borsele, voor zover het betreft bepalingen over gemeentelijke monumenten, vervalt op de datum waarop het eerste lid toepassing vindt. 3Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde rijksmonumenten, treedt zij in werking overeenkomstig het bepaalde in artikel 15, tweede lid, van de Monumentenwet
- 4De Monumentenverordening gemeente Borsele, voor zover het betreft bepalingen over beschermde rijksmonumenten, vervalt op de datum waarop het derde lid toepassing vindt. Artikel18Overgangsbepalingen 1De op grond van de ingevolge de Monumentenverordening gemeente Borsele geregistreerde gemeentelijke monumenten worden geacht aangewezen te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 2De gemeentelijke monumenten, geregistreerd op de monumentenlijst van de Monumentenverordening gemeente Borsele worden geacht geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 3Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de Monumentenverordening gemeente Borsele. Artikel19Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als 'Monumentenverordening'. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 1 juni 2006.De griffier, De voorzitter,