Verordening regels bestrijding misbruik bijstand gemeente Laarbeek 2004Besluit van de raad d.d. 16 december 2004 tot vaststelling van de Verordening regels bestrijding misbruik bijstand gemeente Laarbeek 2004, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 30 november 2004; overwegende dat met betrekking tot bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand, alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet, in het kader van het financieel beheer regels gesteld dienen te worden, welke in een verordening worden neergelegd; gelet op de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en de Wet werk en bijstand; BESLUIT: vast te stellen de Verordening regels bestrijding misbruik bijstand gemeente Laarbeek 2004 HOOFDSTUK I: ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1 Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laarbeek; de wet: de Wet werk en bijstand; bijstand: de bijstand zoals genoemd onder artikel 5 onder b van de Wet werk en bijstand; alleenstaande: de persoon genoemd in artikel 4 onder a van de Wet werk en bijstand; alleenstaande ouder: de persoon genoemd in artikel 4 onder b van de Wet werk en bijstand; gezin: de personen genoemd in artikel 4 onder c van de Wet werk en bijstand; recidive: het binnen een periode van 5 jaar wederom verwijtbaar niet nakomen van de inlichtingenplicht; benadelingbedrag: het netto bedrag aan bijstand dat ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend; inlichtingenplicht: de verplichtingen genoemd in artikel 17, lid 1, 2 en 4 van de Wet werk en bijstand en de artikelen 28 lid 2 en 29 lid 1 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; afstemmingsverordening: de verordening gebaseerd op artikel 8 lid 1 onder b van de Wet werk en bijstand. Artikel2 Lid 1 Terugvordering van bijstand voor zover deze ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend als gevolg van het niet nakomen van de inlichtingenplicht genoemd in artikel 1 onder i van deze verordening door de personen genoemd in artikel 1 onder d, e en f van deze verordening, geschiedt met inachtneming van de bepalingen van deze verordening. Lid 2 Hoofdstuk 3 van de afstemmingsverordening is van overeenkomstige toepassing. Artikel3 Terugvordering van ten onrechte of tot een te hoog verleend bedrag aan bijstand vindt niet plaats indien dit belanghebbende niet te verwijten valt. HOOFDSTUK II: DE WIJZE VAN TERUG- EN INVORDERING Artikel4 Lid 1 Indien het benadelingbedrag minder bedraagt dan € 100,00 wordt van terugvordering afgezien, tenzij sprake is van recidive of het benadelingbedrag ontstaan is naar aanleiding van fraude. Lid 2 Indien het benadelingbedrag gedurende het lopende kalenderjaar niet volledig kan worden ingevorderd, wordt het resterende deel, met toepassing van artikel 58 lid 4 Wet werk en bijstand, na afloop van voornoemd kalenderjaar verhoogd met de verschuldigde loonbelasting, de premies volksverzekeringen evenals de ziekenfondspremie. Lid 3 Van terugvordering kan worden afgezien in geval sprake is van dringende redenen. HOOFDSTUK III: AANGIFTE Artikel5 Lid 1 Indien het benadelingbedrag de € 6.000,00 overschrijdt, wordt door of namens het college proces-verbaal opgemaakt en aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie. Lid 2 Jaarlijks maakt het college afspraken met het Openbaar Ministerie over het aantal aan te leveren processen-verbaal. HOOFDSTUK IV: VERANTWOORDING COLLEGE Artikel6 Lid 1 De raad bepaalt jaarlijks de onderwerpen waarover het college dient te rapporteren. Lid 2 In ieder geval rapporteert het college aan de raad over: het aantal gevallen waarin is vastgesteld dat bijstand ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend; in hoeveel gevallen hierbij sprake is geweest van leefvormfraude inclusief het aantal verrichte huisbezoeken; of, en zo ja in hoeveel gevallen tot terugvordering is besloten onderscheidenlijk in hoeveel gevallen, met redenen omkleed, is afgezien van terugvordering; of, en zo ja in hoeveel gevallen is ingevorderd en tot welk bedrag; in hoeveel gevallen toepassing is gegeven aan het gestelde in artikel 8 van deze verordening; in hoeveel gevallen aangifte heeft plaatsgevonden. HOOFDSTUK V: OVERIGE BEPALINGEN Artikel7 In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Artikel8 Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ten gunste van de uitkeringsgerechtigde afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel9 Deze verordening wordt binnen 2 jaar na inwerkingtreding geëvalueerd. Artikel10 Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening regels bestrijding misbruik bijstand gemeente Laarbeek
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.