Verordening behandeling bezwaar- en beroepschriftenDe raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeen-te Boxmeer, ieder voor zoveel het zijn bevoegdheden betreft; Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. Gelet op de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet; B E S L U I T E N : vast te stellen de volgende : Verordening behandeling bezwaar- en beroepschriften. HoofdstukIBegripsbepalingen Artikel1 In deze verordening wordt verstaan onder : a. beroepsorgaan: het gemeentelijk bestuursorgaan dat dient te beschikken op een be-roepschrift;b. verwerend orgaan: het bestuursorgaan, dat het bestreden besluit heeft genomen;c. commissie: de vaste commissie van advies voor de bezwaar- en beroepschriften als bedoeld in artikel 2;d. voorzitter: de voorzitter van de commissie;e. wet: wet van 4 juni 1992 (Stbl.1992, 315) houdende algemene regels van bestuurs-recht (Algemene wet bestuursrecht). HoofdstukIIBehandeling van de bezwaar- en beroepschriften. Paragraaf1De Commissie. Artikel2Inleidende bepaling. 1Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op gemaakte bezwaren en inge-stelde administratieve beroepen als bedoeld in artikel 1:5 van de wet. 2De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaar- en beroepschriften die zijn inge-diend tegen besluiten op grond van : a. De Procedure-regeling funktiebeschrijving en –waardering 1992.b. Reglement formele personeelsbeoordleing 1990 gemeente Boxmeer.c. Sociaal statuut gemeentelijke herindeling Oeffelt – Boxmeer.d. Gemeentelijke belastingen en retributies, met dien verstande dat het college van bur-ge-meester en wethouders de commissie kan vragen de voorbereiding van bepaalde beslissin-gen op bezwaar- en beroepschriften in deze op zich te nemen. Artikel3Samenstelling van de commissie. 1De commissie bestaat uit tenminste 5 leden, die als volgt worden benoemd:a. de leden worden benoemd door het college van burgemeester en wethouders be-noemd. Op dezelfde wijze wordt een genoegzaam aantal plaatsvervangende leden benoemd.b. De voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter worden door de commissie uit haar midden benoemd. 2Tot voorzitter, respektievelijk lid van de commissie, zijn niet benoembaar: zij, die deel uit-maken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente Boxmeer. 3Leden van de commissie kunnen door eht college van burgemeester en wethouders, uit-sluitend op voorstel van de commissie c.q. de meerderheid van de commissie, worden ont-slagen indien zij naar het oordeel van de commissie niet goed funktioneren. Artikel4 1De commissie kan kamers instellen, die belast worden met de behandeling van bezwaar- of beroepschriften. 2De commissie bepaalt het aantal kamers en stelt voor elke kamer vast welke categorie of categorieën bezwaar- of beroepschriften door haar zullen worden behandeld. 3Elke kamer bestaat uit tenminste drie leden, te weten:a. een voorzitter, zijnde de voorzitter of een van de leden van de commissie, uit haar midden aangewezen;b. tenminste twee andere vaste leden, door de commissie aangewezen uit haar midden. 4De commissie wijst uit haar midden voor elk lid, als bedoeld in het vorige lid onder b., een plaatsvervanger aan. Indien geen plaatsvervanger beschikbaar is, wijst de voorzitter van de commissie een ander lid van de commissie als zodanig aan. 5De kamer kan beslissen dat de behandeling van een bezwaar- of beroepschrift door de commissie zal geschieden. 6Met betrekking tot de werkwijze van de kamers is het bepaalde in deze verordening zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Artikel5Secretaris. Het secretariaat van de commissie en haar kamers wordt bekleed door de gemeentesecreta-ris of een door hem aan te wijzen ambtenaar. De gemeentesecretaris wijst, zo nodig, tevens een of meer plaatsvervangers aan. Artikel6Zittingsduur. 1De leden van de commissie treden af op de dag waarop de leden van de gemeenteraad aftreden. Zij kunnen terstond worden herbenoemd. 2De leden van de commissie kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij dienen dit schriftelijk in bij de voorzitter, die daarvan terstond kennis geeft aan het college van burgemeester en wethouders. 3Aftredende of ontslagnemende leden blijven hun funktie waarnemen totdat in hun opvol-ging is voorzien. Paragraaf2Procedure Artikel7Ingediend bezwaar- of beroepschrift. 1Op het ingediende bezwaar- of beroepschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend. 2Het bezwaar- of beroepschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt onmiddellijk in handen van de commissie gesteld. 3Bij het bericht van ontvangst als bedoeld in artikel 6:4 van de wet wordt vermeld dat een commissie over het bezwaar of beroep zal adviseren. Artikel8Overdracht bevoegdheden. De bevoegdheden ingevolge de artikelen : - 2:1, tweede lid,- 6:6, voor wat betreft het de indiener stellen van een termijn waarbinnen het verzuim in de zin van niet voldoen aan de vereisten als gesteld in artikelen 6:5 van de wet, kan worden hersteld,- 6:17, voor zover het betreft de verzending van stukken tijdens de behandeling door de commissie,- 7:4, tweede lid,- 7:6, vierde lid,- 7:18, tweede en zesde lid, en- 7:
- vierde lid, van de wet worden door de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie. Artikel9Vooronderzoek. 1De voorzitter draagt er zorg voor, dat al het noodzakelijke wordt gedaan om de behande-ling van het bezwaar- of beroepschrift genoegzaam voor te bereiden. 2Hij is bevoegd in verband hiermee rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen. 3De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en dezen zo nodig uitnodigen ter zitting te verschijnen. In-dien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college van burge-meester en wethouders vereist. Artikel10Hoorzitting. 1De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin belangheb-benden en het verwererend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zicht door de commis-sie te doen horen. 2De voorzitter beslist over de toepassing van de artikelen 7:3 en 7:17 van de wet. 3Indien de voorzitter op grond van de in het tweede lid genoemde artikelen besluit van het horen af te zien, doet hij daarvan mededeling aan : a. de belanghebbenden;b. het verwerend orgaan en,c. in geval van behandeling van een beroepschrift, het beroepsorgaan. Artikel11Vaststelling zitting. 1De voorzitter stelt een zitting vast telkens als dit voor de behandeling van een of meer be-zwaar- of beroepschriften noodzakelijk is. 2Hij draagt zorg voor de oproeping van de leden van de commissie onder mededeling van de voor de zitting vastgestelde agenda. Hij zorgt dat tegelijk met de oproeping de agenda van de zitting ter openbare kennis wordt gebracht. 3Voor het houden van zittingen van de commissie is vereist, dat de meerderheid van de leden waaronder in ieder geval de voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter aanwezig is. Artikel12Uitnodiging zitting. 1De voorzitter deelt belanghebbenden alsmede het verwerend orgaan tenminste drie we-ken voor de zitting schriftelijk mede, dat zij in de gelegenheid worden gesteld zich te doen horen tijdens deze zitting. 2Indien een belanghebbende of het verwerende orgaan wijziging wenst van het tijdstip van de zitting, dient zulks binnen drie dagen na de in het eerste lid bedoelde mededeling, on-der opgaaf van redenen te worden verzocht aan de voorzitter. 3De beslissing van de voorzitter op een verzoek als bedoeld in het tweede lid, wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval twee weken voor het tijdstip van de zitting aan de be-langhebbenden, het verwerend orgaan en in het geval van behandeling van een be-roep-schrift, aan het beroepsorgaan medegedeeld. 4De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen, als genoemd in de leden 1 tot en met
- Artikel13niet deelneming aan behandeling. De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaar- of beroepschrift, waarbij zij op enigerlei wijze direkt of indirekt zijn betrokken. Artikel14Openbaarheid zitting. 1De zittingen van de commissie zijn openbaar. 2De deuren worden gesloten wanneer één der aanwezige leden of de voorzitter het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet. 3Indien de commissie vervolgens beslist dat er gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten deuren. Artikel15Schriftelijke vastlegging. 1Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 en 7:121 van de wet vermeldt de namen van de aanwezigen, met daarbij een vermelding van hun hoedanigheid. 2Het verslag houdt vermelding in van hetgeen over en weer is gezegd en overigens ter zit-ting is voorgevallen. 3Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvond, of indien belang-hebbenden respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn ge-hoord, maakt het verslag hiervan melding. 4Het verwijst naar de ter zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag worden ge-hecht. 5Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie. Artikel16Nader onderzoek. 1Indien na afloop van de zitting als bedoeld in artikel 10, doch voordat de beslissing om-trent het uit te brengen advies wordt genomen, een nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter van de commissie uit eigen beweging of op verlangen van de commissie dit onderzoek houden of doen houden. 2De uit het onderzoek verkregen informatie worden in afschrift aan de leden van de com-missie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden. 3De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen bin-nen een week na verzending van de in het eerste lid bedoelde informatie aan de voorzit-ter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. 4Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid, zijn de bepalingen in deze veror-dening, die betrekking hebben op de hoorzitting zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Artikel17Raadkamer en advies 1De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies. 2a. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.b. Indien bij een stemming de stemmen staken dan beslist de stem van de voorzitter.c. Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt, indien die min-der-heid dat verlangt. 3Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het be-zwaar- of beroepschrift. 4Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend. Artikel18Uitbrengen advies. 1Het schriftelijk advies wordt, onder medezending van het in artikel 15 bedoelde verslag en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie, zo spoedig mogelijk uitge-bracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaar- of beroepschrift dient te beslissen. 2Indien naar het oordeel van de voorzitter de termijn van tien weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid, of artikel 7:24, tweede lid van de wet ontoereikend is voor achtereenvol-gens het uitbrengen van een advies door de commissie en het nemen van een beslissing verzoekt hij het in het eerste lid bedoelde bestuursorgaan zo spoedig mogelijk de beslis-sing te verda-gen. 3Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie, de belanghebbenden en in het geval van een beroepschrift het verwerend orgaan, een afschrift. HoofdstukIIISlotbepalingen. Artikel19Inwerkingtreding en citeerartikel. 1Deze verordening kan worden aangehaald als : Verordening behandeling bezwaar- en beroepschriften. 2Zij treedt in werking op 1 januari 1996.Terzelfder tijd vervalt de Verordening behandeling bezwaar- en beroepschriften, zoals vast-gesteld bij besluit van 23 december 1993.