Verordening financieringsstatuut gemeente Haren 2010 DE RAAD DER GEMEENTE HAREN, gelet op het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15 december 2009; b e s l u i t : vast te stellen de Verordening financieringsstatuut gemeente Haren 2010 Artikel 1 Begrippenkader In dit statuut wordt verstaan onder: Financiering: Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen. Geldstromenbeheer: Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer). Liquiditeitsrisico: De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen. Kasgeldlimiet: Een bedrag op basis van de Wet Fido ter grootte van een percentage van het totaal van de lasten in de begroting van de gemeente. Koersrisico: Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. Kredietrisico: De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit. Kasbeheer: Het financieren en uitzetten van middelen voor een periode tot een jaar. Liquiditeitenplanning: Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per tijdseenheid. Rating: De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier. Renterisico: Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen. Renterisiconorm: Een bedrag aan maximale aflossing van vaste schulden in een bepaald jaar ter grootte van een percentage van de lasten in de begroting van de gemeente van dat jaar. Rentetypische looptijd: rentevaste periode Saldobeheer: Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen. Rentevisie: Toekomstverwachting over de renteontwikkeling. Ruddo: Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden. Solvabiliteitsratio van 0%: Status die door een bancaire toezichthouder in een EUlidstaat aan het schuldpapier van een instelling kan worden toegekend. Financieringsfunctie: De Financieringsfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer. Uitzetting: Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van een jaar of langer. Wet Fido: Wet Financiering decentrale overheden. Instellingen: Financiële ondernemingen of overheden. Financiële onderneming: Een onderneming die het bedrijf van kredietinsteling of het bedrijf van verzekeraar mag uitoefenen. Artikel 2 Doelstellingen van de financieringsfunctie De financieringsfunctie van de gemeente dient tot: Het tijdig aantrekken van voldoende financiële middelen om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren (beschikbaarheid). Het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico, koersrisico, kredietrisico, liquiditeitsrisico en valutarisico (risicominimalisatie). Het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities (kostenminimalisatie). Het zo veel mogelijk beperken van de rentekosten van de leningen en het bereiken van voldoende rendement op overtollige middelen (renteoptimalisatie). Het tijdig aanleveren van informatie aan derden voortvloeiende uit de Wet Fido. Artikel 3 Uitgangspunten risicobeheer Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: De gemeente mag geld alleen aantrekken uit hoofde van de ‘publieke taak’. In principe zet de gemeente geen gelden uit bij derden, tenzij hier een publieke taak mee geholpen wordt (uitzettingen uit hoofde van ‘publieke taak’). Het verstrekken van garanties op leningen is in dit kader gelijk te stellen aan het uitzetten van leningen uit hoofde van de ‘publieke taak’. De gemeente kan, in afwijking van het tweede lid, middelen uitzetten anders dan ten behoeve van de publieke taak, indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet gericht zijn op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico (uitzettingen uit hoofde van treasury). De gemeente maakt geen gebruik van derivaten. De gemeente doet niet aan ‘near banking’ (geld lenen tegen een lage rente met de bedoeling dit tegen een hogere rente uit te zetten). Het is niet toegestaan om (garanties op) leningen te verstrekken aan personeel en politieke ambtdragers. Artikel 4 Renterisicobeheer 1 De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet Fido. 2 De renterisiconorm wordt niet overschreden conform de Wet Fido. 3 Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning. 4 Bij het aantrekken van leningen en het uitzetten van gelden wordt zowel gekeken naar de actuele rentestand en de rentevisie om een zo optimaal mogelijk renteresultaat te bereiken. 5 Bij het aantrekken van leningen en het uitzetten van gelden wordt, ter voorkoming van het verstoren van meerjarige trends in begroting en rekening, gestreefd naar het zo lang mogelijk (in jaren) stabiliseren van de omslagrente (dit de interne rentevoet die gebruikt wordt om de rentelasten toe te rekenen aan de vaste activa en die gebaseerd is op het gemiddelde werkelijke rentepercentage op lange termijn). Artikel 5 Koersrisicobeheer 1 De gemeente beperkt de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde van treasury, door daarbij uitsluitend de volgende producten te hanteren: producten waarbij de hoofdsom tenminste aan het einde van de looptijd intact is, uitgezet bij een instelling die voldoet aan artikel 6; vastrentende waarden, uitgegeven door een instelling die voldoet aan artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.