Beleidsregels toetsing nazorgplannen Noord-Brabant Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant; Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; Gezien het advies van het Interprovinciaal Overleg van 4 oktober 2010; Overwegende dat sinds de inwerkingtreding van de nazorgbepalingen in de Wet milieubeheer door het Interprovinciaal Overleg (IPO) een kader is ontwikkeld, dat door de provincies wordt gebruikt bij de implementatie en uitvoering van de nazorgtaken; Overwegende dat met dit kader mede beoogd wordt de werkzaamheden van de colleges van Gedeputeerde Staten ten aanzien van de beoordeling van nazorgplannen op grond van de Wet milieubeheer te ondersteunen, af te stemmen en te harmoniseren, waardoor de volledigheid en gelijke behandeling van exploitanten van stortplaatsen met betrekking tot de nazorgplannen wordt gewaarborgd; Besluiten vast te stellen de volgende regeling: Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: baggerspeciestortplaats: stortplaats uitsluitend bestemd voor het storten van baggerspecie als bedoel in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit; IPO-Checklist 2008 baggerdepots: “IPO-Checklist 2008 baggerdepots, Checklist nazorgplannen baggerdepots”, van 12 augustus 2008, opgesteld door Royal Haskoning in opdracht van het Interprovinciaal Overleg; IPO-Checklist 2008 stortplaatsten: “IPO-Checklist 2008 stortplaatsen, Checklist nazorgplannen stortplaatsen”, van 9 juli 2009, opgesteld door Royal Haskoning in opdracht van het Interprovinciaal Overleg; nazorgplan: nazorgplan als bedoeld in art. 8.49, derde lid, van de Wet milieubeheer; stortplaats: stortplaats als bedoeld in art. 8.47, eerste lid, onder a van de Wet milieubeheer. Artikel 2 Afvalstortplaatsen Gedeputeerde Staten beoordelen een nazorgplan voor een afvalstortplaats aan de hand van de IPO-Checklist 2008 stortplaatsen, opgenomen in bijlage
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.