Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2011Nummer: Onderwerp: vaststellen Verordening watertoeristenbelasting 2011 De raad van de gemeente Sneek; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d.; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; Besluit: vast te stellen de: Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2011 (Verordening watertoeristenbelasting 2011) Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: vaartuig: een drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan wel bestemd is of geschikt is voor het vervoer te water van persoon of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen; lengte: de lengte over alles; vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een zelfde vaartuig gedurende een periode van ten minste drie maanden; etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur; maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen; seizoen: het tijdvak van 1 april tot en met 31 oktober; schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt. Artikel2Belastbaar feit Ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente op vaartuigen waarvoor wegens de aanwezigheid in het watergebied van de gemeente in welke vorm dan ook een vergoeding wordt betaald door personen, die niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente zijn opgenomen, wordt onder de naam watertoeristenbelasting een directe belasting geheven. Artikel3Belastingplicht 1Belastingplichtig is degene die tegen vergoeding gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 aan hem ter beschikking staande ligplaatsen dan wel op hem ter beschikking staande vaartuigen. 2De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. 3Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig de schipper, de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig als in artikel 2 bedoelt dan wel een andere persoon die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig. Artikel4Vrijstellingen -De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: 1door degenen die verblijf houden aan boord van: een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden; kano's, roei- en volgboten; motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter; een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt; 2waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting; 3waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting; 4van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Artikel5Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal etmalen dat verblijf is gehouden. Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend. Artikel6Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats voor 3 maanden en langer wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen: het aantal personen dat verblijf heeft gehouden, bepaald op:- 2,5 bij een vaartuig met een lengte tot 7 meter;- 2,8 bij een vaartuig met een lengte van 7 meter en meer, doch ten hoogste 10 meter;- 3,7 bij een vaartuig met een lengte van 10 meter en meer. het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden bepaald op:- 22 voor vaartuigen met een lengte tot 7 meter;- 26 voor vaartuigen met een lengte van 7 meter of meer. 2Terzake van vaartuigen met een ligplaats voor korter dan 3 maanden doch langer dan één maand wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen: het aantal personen dat verblijf heeft gehouden, bepaald overeenkomstig het gestelde in het eerste lid; het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden bepaald op:- 8 voor vaartuigen met een lengte tot 7 meter met een ligplaats uitgegeven voor 1 maand;- 9 voor vaartuigen met een lengte van 7 meter en meer, met een ligplaats uitgegeven voor 1 maand. het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden bepaald op:- 16 voor vaartuigen met een lengte tot 7 meter met een ligplaats uitgegeven voor 2 maanden;- 18 voor vaartuigen met een lengte van 7 meter en meer, met een ligplaats uitgegeven voor 2 maanden. 3Terzake van vaartuigen zonder vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen, het aantal personen dat verblijf heeft gehouden bepaald overeenkomstig het gestelde in het eerste lid. 4Terzake van charterschepen zonder vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen, het aantal personen dat verblijf heeft gehouden bepaald op: - 8 bij een vaartuig met een lengte van 10 tot 20 meter; - 15 bij een vaartuig met een lengte van 20 meter tot 30 meter; - 22 bij een vaartuig met een lengte van 30 meter en meer. Artikel7Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing In afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijke aantal etmalen dat verblijf is gehouden, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op de voet van artikel 6 berekende aantal. Artikel8Belastingtarief De belasting bedraagt per persoon per etmaal € 1,00. Artikel9Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het seizoen. Artikel10Wijze van belastingheffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel11Aanslaggrens Geen belastingaanslag wordt opgelegd indien het aantal etmalen dat gelegenheid tot verblijf is of wordt gegeven, gedurende het belastingtijdvak minder dan tien zal of heeft belopen. Artikel12Termijnen van betaling 1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de voorlopige en de definitieve aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en de tweede termijn twee maanden later. 2De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel13Kwijtschelding Bij de invordering van watertoeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel14Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de watertoeristenbelasting. Artikel15Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet. Artikel16Registratie Ieder die gelegenheid tot verblijf biedt in de zin van deze verordening is gehouden aan verblijfhoudenden op vaartuigen, ten aanzien waarvan de belasting verschuldigd wordt, een doorlopend genummerd bewijs uit te reiken dat terzake belasting is verschuldigd. Daartoe kan de gemeente deze bewijzen beschikbaar stellen. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere voorschriften geven omtrent het gebruik van de bewijzen. Artikel17Inwerkingtreding 1Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van bekendmaking. 2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011. 3Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening watertoeristenbelasting 2011. Sneek, 30 november 2010De raad van de gemeente Sneek,….., voorzitter……., griffier
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.