In het kort
Wet van 29 september 1815 die de Orde van de Nederlandse Leeuw instelt als eervolle onderscheiding.
Wat het regelt
- Stelt een ridderorde in ter onderscheiding van onderdanen die blijk geven van vaderlandsliefde, ijver en trouw of buitengewone bekwaamheid in wetenschappen en kunsten; in bijzondere gevallen ook aan vreemdelingen (art. 1).
- Bepaalt dat de Koning Grootmeester is en dat het Grootmeesterschap onafscheidelijk aan de kroon is verbonden (art. 3).
- Verdeelt de orde in drie graden en beschrijft het versiersel en het lint (art. 4, 7).
- Regelt het verval van de onderscheiding bij strafrechtelijke veroordeling (art. 12).
Voor wie
- Nederlandse onderdanen die worden onderscheiden; in bijzondere gevallen vreemdelingen.
Belangrijkste punten
- De orde kent drie graden: Ridder Grootkruis, Commandeur en Ridder (art. 4).
- Alle benoemingen geschieden door de Grootmeester (art. 6).
- Het versiersel is een wit geëmailleerd kruis met een gouden W en de spreuk "Virtus Nobilitat"; het lint is Nassaus blauw met twee oranje strepen (art. 7).
- De onderscheiding vervalt bij een onherroepelijke veroordeling tot een gevangenisstraf van ten minste een jaar (art. 12).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.