In het kort
Koninklijk besluit van 14 november 1827 over het beheer van de nagelaten gelden en goederen van koopvaardijzeelieden die tijdens de reis overlijden, achterblijven of vermist raken.
Wat het regelt
- Verplicht schippers, eigenaars of boekhouders om de nagelaten goederen, gelden en verdiende gages van overleden, achtergebleven of vermiste schepelingen af te dragen wanneer de erfgenamen onbekend of uitlandig zijn (art. 1).
- Bepaalt dat niet-geldelijke bezittingen openbaar worden verkocht en de opbrengst wordt gestort (art. 1).
- Regelt de kennisgeving aan de consul bij buitenlandse schepelingen (art. 2).
- Regelt de informatieplicht van de waterschouten aan de domeinambtenaren (art. 3-4).
Voor wie
- Schippers, eigenaars en boekhouders van koopvaardijschepen.
- Erfgenamen van overleden of vermiste zeelieden en de betrokken ambtenaren.
Belangrijkste punten
- Het nagelatene wordt overgebracht in de kas der gerechtelijke consignatiën, om te worden behandeld volgens de wet van 20 december 1823 (art. 1).
- Goederen die niet uit gereed geld bestaan, worden in het openbaar verkocht en de opbrengst wordt gestort (art. 1).
- Bij buitenlandse schepelingen wordt de consul of agent van hun natie ingelicht, zodat belanghebbenden een reclame kunnen indienen (art. 2).
- Ook oudere, nog aanwezige gelden en goederen van deze aard moeten worden overgebracht (art. 4).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.