Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Reglementen van openbaar bestuur

Waar gaat deze regeling over?

Koninklijk besluit van 14 september 1838 dat vier reglementen vaststelt ter uitvoering van artikel 19 van de Wet op de samenstelling van de rechterlijke macht.

Voor wie: Rechterlijke ambtenaren, advocaten, procureurs en deurwaarders.

In één oogopslag

Land
Nederland
Rechtsgebied
Bank-, verzekerings- en financieel marktrecht
Bron
wetten.overheid.nl
Tekst opgehaald op
Uitleg bijgewerkt op

Wat regelt deze regeling?

  • Keurt vier bij het besluit gevoegde reglementen goed en stelt ze vast (art. 1).
  • Behandelt de eedsaflegging, afwezigheid en interne dienst van de Hoge Raad, hoven en rechtbanken (reglement I).
  • Regelt de titulatuur en het kostuum van rechterlijke ambtenaren, advocaten, procureurs en deurwaarders (reglementen II en IV).
  • Stelt regels van orde en discipline voor advocaten en procureurs (reglement III).

Voor wie geldt deze regeling?

  • Rechterlijke ambtenaren, advocaten, procureurs en deurwaarders.

Wat zijn de kernpunten?

  • De vier reglementen worden goedgekeurd en moeten vanaf 1 oktober worden nageleefd (art. 1).
  • De reglementen betreffen onder meer de eedsaflegging en interne dienst, de titulatuur en het kostuum, de orde en discipline van advocaten en procureurs, en de organisatie en dienst van deurwaarders (art. 1, I-IV).
  • De Koning behoudt zich voor de reglementen later te wijzigen of te veranderen (art. 2).

Bank-, verzekerings- en financieel marktrecht

5

Bank-, verzekerings- en financieel marktrecht

Wettekst

Wettekst

Besluit van 14 september 1838, waarbij worden vastgesteld vier Reglementen, in voldoening aan art. 19 der Wet op de samenstelling van de Rechterlijke macht en het beleid der Justitie Reglementen van openbaar bestuur Wij WILLEM, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Groot-Hertog van Luxemburg, enz., enz., enz.

Gezien art. 19 der Wet op de zamenstelling der Regterlijke magt en het beleid der Justitie;

Gezien mede art. 2, litt. a en b van Ons besluit van den 10den April dezes jaars (Staatsblad n°. 12);

Gelet op de ontwerpen van reglementen, ter voldoening aan het laatstgemelde artikel, door den Hoogen Raad der Nederlanden aan Ons ingediend;

Op het rapport van Onzen Minister van Justitie, van den 3den dezer, n°. 35;

Den Raad van State gehoord;

Hebben besloten en besluiten:

Artikel 1De aan dit besluit gehechte reglementen:

I.

Reglement, betreffende de wijze van eeds-aflegging der onderscheidene Regterlijke Ambtenaren, de afwezigheid, de afwisseling en de orde van de inwendige dienst van den Hoogen Raad, gelijk mede van de Hoven en Regtbanken;

II.

Reglement, betreffende de titulature en het costuum der Regterlijke Ambtenaren, alsmede het costuum der Advocaten, Procureurs en Deurwaarders;

III.

Reglement van orde en discipline voor de Advocaten en Procureurs;

IV.

Reglement op de organisatie en de dienst der Deurwaarders en verdere regtsbedienden; worden bij deze door Ons goedgekeurd en vastgesteld, en zullen mitsdien, te rekenen van den 1sten October aanstaande, alom in alle zaken, waartoe dezelve betrekkelijk zijn, worden opgevolgd en nageleefd.

Artikel 2

Wij behouden Ons voor, om de opgemelde reglementen nader te wijzigen of te veranderen, in dier voege als Ons, in vervolg van tijd, mogt blijken noodzakelijk te zijn.

Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk aan den Raad van State tot informatie medegedeeld en in het Staatsblad geplaatst zal worden.

Gegeven te 's Gravenhage den 14 WILLEM.

Van wege den Koning, VAN DOORN. den negentienden September 1838.

De Secretaris van Staat, VAN DOORN.

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.