In het kort
Koninklijk besluit van 14 september 1838 dat vier reglementen vaststelt ter uitvoering van artikel 19 van de Wet op de samenstelling van de rechterlijke macht.
Wat het regelt
- Keurt vier bij het besluit gevoegde reglementen goed en stelt ze vast (art. 1).
- Behandelt de eedsaflegging, afwezigheid en interne dienst van de Hoge Raad, hoven en rechtbanken (reglement I).
- Regelt de titulatuur en het kostuum van rechterlijke ambtenaren, advocaten, procureurs en deurwaarders (reglementen II en IV).
- Stelt regels van orde en discipline voor advocaten en procureurs (reglement III).
Voor wie
- Rechterlijke ambtenaren, advocaten, procureurs en deurwaarders.
Belangrijkste punten
- De vier reglementen worden goedgekeurd en moeten vanaf 1 oktober worden nageleefd (art. 1).
- De reglementen betreffen onder meer de eedsaflegging en interne dienst, de titulatuur en het kostuum, de orde en discipline van advocaten en procureurs, en de organisatie en dienst van deurwaarders (art. 1, I-IV).
- De Koning behoudt zich voor de reglementen later te wijzigen of te veranderen (art. 2).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.