In het kort
De Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden, die de grondrechten en de democratische rechtsstaat waarborgt; hoofdstuk 1 bevat de klassieke en sociale grondrechten.
Wat het regelt
- Waarborgt de grondrechten en de democratische rechtsstaat (algemene bepaling).
- Bevat het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod (art. 1).
- Regelt kernvrijheden zoals godsdienst, meningsuiting, vereniging, vergadering en betoging (art. 6-9).
- Beschermt de persoonlijke levenssfeer, de lichamelijke integriteit, het huisrecht en het communicatiegeheim (art. 10-13).
Voor wie
- Allen die zich in Nederland bevinden, en de wetgever en overheid die aan de grondrechten gebonden zijn.
Belangrijkste punten
- Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld; discriminatie is niet toegestaan (art. 1).
- Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging vrij te belijden (art. 6) en om zonder voorafgaand verlof gedachten of gevoelens te openbaren (art. 7).
- Ieder heeft recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer en op onaantastbaarheid van zijn lichaam (art. 10-11).
- Het binnentreden in een woning zonder toestemming is alleen toegelaten in de bij of krachtens de wet bepaalde gevallen (art. 12); onteigening kan alleen in het algemeen belang en tegen schadeloosstelling (art. 14).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.