In het kort
Wet van 16 juli 1869 die uitvoering geeft aan enkele artikelen van de herziene Rijnvaartakte (Mannheim, 1868) over de rechtspraak in Rijnvaartzaken.
Wat het regelt
- Wijst de rechtbanken aan die kennisnemen van Rijnvaartovertredingen en bijbehorende burgerlijke vorderingen (art. 1).
- Regelt het hoger beroep tegen vonnissen van de Rijnvaartgerechten (art. 2).
- Bepaalt dat de gewone regels van rechtspleging gelden en dat burgerlijke zaken summier worden behandeld (art. 3).
- Regelt het hoger beroep bij de Centrale Commissie voor de Rijnvaart te Mannheim (art. 4-5).
Voor wie
- Partijen in Rijnvaartzaken en de betrokken rechterlijke colleges en het Openbaar Ministerie.
Belangrijkste punten
- De rechtbanken nemen kennis van binnen hun arrondissement gepleegde Rijnvaartovertredingen en van de daarmee samenhangende burgerlijke vorderingen (art. 1).
- Burgerlijke Rijnvaartzaken worden steeds summierlijk behandeld (art. 3).
- Een partij kan in hoger beroep komen bij de Centrale Commissie voor de Rijnvaart; de rechter in eerste aanleg zendt de stukken door naar Mannheim (art. 4).
- Het Openbaar Ministerie bij het Rijnvaartgerecht is belast met de tenuitvoerlegging van de in hoger beroep gewezen uitspraak (art. 5).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.