In het kort
Wet van 5 augustus 1850 die het recht van onderzoek (enquête) van de Kamers der Staten-Generaal regelt ter uitvoering van de Grondwet.
Wat het regelt
- Geeft elke Kamer of de verenigde vergadering de bevoegdheid een onderzoek in te stellen en daarvoor een commissie aan te wijzen (art. 1).
- Regelt de bekendmaking van het onderzoeksbesluit in de Staatscourant (art. 2).
- Legt medewerkingsplichten op tot het verstrekken van bescheiden en het verschijnen als getuige of deskundige (art. 3).
- Regelt de oproeping, dagvaarding, het verhoor en de beëdiging van getuigen en deskundigen (art. 4-8).
Voor wie
- De Kamers der Staten-Generaal en hun onderzoekscommissies.
- Alle Nederlanders, ingezetenen, rechtspersonen en ambtenaren die tot medewerking kunnen worden verplicht.
Belangrijkste punten
- Een Kamer kan op voorstel van leden of een commissie besluiten een onderzoek in te stellen; de commissie kan haar bevoegdheden alleen uitoefenen als ten minste drie leden aanwezig zijn (art. 1).
- Vanaf de eerste bekendmaking zijn personen en rechtspersonen verplicht inzage in bescheiden te geven en aan een oproeping als getuige of deskundige te voldoen (art. 3).
- Getuigen en deskundigen verschijnen vrijwillig of na dagvaarding, ten minste drie dagen voor het verhoor opgeroepen (art. 4-6).
- De commissie kan bepalen dat getuigen van zestien jaar of ouder pas na eed of belofte worden verhoord (art. 8).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.