In het kort
Wet van 5 juni 1878 die de bestaande hypothecaire inschrijvingen, in afwijking van het Burgerlijk Wetboek, aan een eenmalige vernieuwing onderwerpt.
Wat het regelt
- Onderwerpt, in afwijking van artikel 1236 BW, alle bestaande hypothecaire inschrijvingen aan vernieuwing binnen twee jaar (art. 1).
- Regelt de wijze van aanvraag door de schuldeiser met borderellen en een kadastraal uittreksel (art. 2).
- Regelt de kosten van de vernieuwing (art. 3).
- Regelt de rechtsgevolgen van (het uitblijven van) vernieuwing (art. 4).
Voor wie
- Hypothecaire schuldeisers, hypotheekbewaarders en toeziende voogden en curatoren.
Belangrijkste punten
- Alle bij de inwerkingtreding bestaande hypothecaire inschrijvingen moeten binnen twee jaar worden vernieuwd (art. 1).
- De aanvraag geschiedt door de schuldeiser door overlegging van twee borderellen en een uittreksel uit de kadastrale legger (art. 2).
- Tijdige vernieuwing verzekert dezelfde rang en rechten als de oorspronkelijke inschrijving; wordt niet tijdig vernieuwd, dan houdt de inschrijving op van kracht te zijn en kan zij niet meer worden vernieuwd (art. 4).
- De toeziende voogd en toeziende curator zijn verplicht toe te zien op tijdige vernieuwing, op straffe van vergoeding van kosten en schade (art. 5).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.