In het kort
Wet van 9 april 1875 die de dienst en het gebruik van de spoorwegen regelt, ter vervanging van de wet van 1859.
Wat het regelt
- Regelt de aansprakelijkheid van spoorwegondernemers voor schade aan personen en goederen (art. 1, 3).
- Verplicht ondernemers aansluitingen en doorsnijdingen door andere spoorwegen te gedogen (art. 4).
- Verplicht ondernemers het gemeenschappelijk gebruik van de weg en de stations te gedogen (art. 5).
- Regelt de vaststelling van een dienstreglement, dat de instemming van de minister behoeft (art. 6).
Voor wie
- Spoorwegondernemers, reizigers en verladers, en de minister van Verkeer en Waterstaat.
Belangrijkste punten
- De ondernemers zijn verantwoordelijk voor schade die personen of goederen bij de dienst lijden, tenzij de schade buiten hun schuld is ontstaan (art. 1).
- Zij mogen hun aansprakelijkheid voor verlies, vertraging of schade aan goederen niet zonder meer uitsluiten of beperken (art. 3).
- Zij moeten gedogen dat andere spoorwegen aansluiten of de weg doorsnijden, en dat de weg en stations gemeenschappelijk worden gebruikt, telkens tegen schadeloosstelling (art. 4-5).
- De dienst wordt niet geopend voordat de minister met het dienstreglement heeft ingestemd (art. 6).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.