In het kort
Koninklijk besluit van 26 september 1879 dat regelt hoe de ambtenaar van de burgerlijke stand de geheven rechten verantwoordt, ter uitvoering van de wet van 23 april 1879.
Wat het regelt
- Bepaalt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand de geheven rechten uitkeert aan de gemeente-ontvanger tegen ontvangstbewijs (art. 1).
- Schrijft voor dat bij de uitkering een ondertekende lijst volgens een vast model wordt gevoegd (art. 2).
- Bepaalt het tijdstip van de uitkering (art. 3).
Voor wie
- Ambtenaren van de burgerlijke stand en gemeente-ontvangers.
Belangrijkste punten
- De krachtens artikel 2 van de wet geheven rechten worden aan de gemeente-ontvanger uitgekeerd tegen een door hem af te geven ontvangstbewijs (art. 1).
- Bij de uitkering wordt een door de ambtenaar ondertekende lijst volgens het bij het besluit behorende model gevoegd (art. 2).
- De uitkering vindt plaats binnen de eerste vijf dagen van april, juli, oktober en januari, telkens over het afgelopen kwartaal (art. 3).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.