In het kort
Wet met het tarief van justitiekosten en salarissen in burgerlijke zaken (oorspronkelijk 1843); veel bepalingen zijn vervallen, maar de titel over de salarissen van advocaten is bewaard gebleven.
Wat het regelt
- Bevat het tarief van justitiekosten en salarissen in burgerlijke zaken, in een doorlopende reeks artikelen (aanhef).
- Regelt de heffing van rechten bij de gerechten (eerste titel; grotendeels vervallen).
- Regelt de betaling van rechten en verschotten (tweede titel; vervallen).
- Regelt de salarissen van de advocaten (derde titel, art. 29-31).
Voor wie
- Advocaten en hun cliënten, en de burgerlijke gerechten.
Belangrijkste punten
- Voor advocaten zijn vaste bedragen verschuldigd, zoals voor een besogne of conferentie, een comparitie, een vacatie buiten de woonplaats en voor het schrijven of lezen van een brief (art. 29).
- Voor werkzaamheden die niet in het tarief zijn genoemd, berekenen advocaten hun salaris naar het belang, de moeilijkheid en de bestede tijd (art. 30).
- Advocaten zijn verplicht op verzoek gespecificeerde rekeningen te geven, met opgave van de dag en de bestede tijd (art. 31).
- Veel van de overige tariefbepalingen zijn vervallen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.