Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Wet tarieven in burgerlijke zaken

Waar gaat deze regeling over?

Wet met het tarief van justitiekosten en salarissen in burgerlijke zaken (oorspronkelijk 1843); veel bepalingen zijn vervallen, maar de titel over de salarissen van advocaten is bewaard gebleven.

Voor wie: Advocaten en hun cliënten, en de burgerlijke gerechten.

In één oogopslag

Land
Nederland
Rechtsgebied
Belastingrecht
Artikelen
64
Bron
wetten.overheid.nl
Tekst opgehaald op
Uitleg bijgewerkt op

Wat regelt deze regeling?

  • Bevat het tarief van justitiekosten en salarissen in burgerlijke zaken, in een doorlopende reeks artikelen (aanhef).
  • Regelt de heffing van rechten bij de gerechten (eerste titel; grotendeels vervallen).
  • Regelt de betaling van rechten en verschotten (tweede titel; vervallen).
  • Regelt de salarissen van de advocaten (derde titel, art. 29-31).

Voor wie geldt deze regeling?

  • Advocaten en hun cliënten, en de burgerlijke gerechten.

Wat zijn de kernpunten?

  • Voor advocaten zijn vaste bedragen verschuldigd, zoals voor een besogne of conferentie, een comparitie, een vacatie buiten de woonplaats en voor het schrijven of lezen van een brief (art. 29).
  • Voor werkzaamheden die niet in het tarief zijn genoemd, berekenen advocaten hun salaris naar het belang, de moeilijkheid en de bestede tijd (art. 30).
  • Advocaten zijn verplicht op verzoek gespecificeerde rekeningen te geven, met opgave van de dag en de bestede tijd (art. 31).
  • Veel van de overige tariefbepalingen zijn vervallen.

Belastingrecht

8

Belastingrecht

Wettekst

Wettekst
Inhoudsopgave (64)
  1. Artikel 1 Vervallen
  2. § 1 Vast recht bij de arrondissementsrechtbanken, de gerechtshoven en de H
  3. Artikel 2 Vervallen
  4. Artikel 3 Vervallen
  5. Artikel 4 Vervallen
  6. Artikel 5 Vervallen
  7. Artikel 6 Vervallen
  8. Artikel 7 Vervallen
  9. Artikel 8 Vervallen
  10. Artikel 9 Vervallen
  11. Artikel 9a Vervallen
  12. Artikel 10 Vervallen
  13. § 2
  14. Artikel 11 Vervallen
  15. Artikel 12 Vervallen
  16. § 3 Overige rechten bij de burgerlijke gerechten
  17. Artikel 13 Vervallen
  18. Artikel 14 Vervallen
  19. Artikel 15 Vervallen
  20. Artikel 16 Vervallen
  21. Artikel 17 Vervallen
  22. Artikel 18 Vervallen
  23. Artikel 18a Vervallen
  24. Artikel 19 Vervallen
  25. Artikel 20 Vervallen
  26. Artikel 21 Vervallen
  27. Artikel 22 Vervallen
  28. Artikel 23 Vervallen
  29. Artikel 24 Vervallen
  30. Artikel 25 Vervallen
  31. Artikel 26 Vervallen
  32. Artikel 27 Vervallen
  33. Artikel 28 Vervallen
  34. Artikel 29 1
  35. Artikel 30
  36. Artikel 31 1
  37. Artikel 32
  38. Artikel 33 1
  39. Artikel 34 1
  40. Artikel 35 1
  41. Artikel 36 1
  42. Artikel 37 1
  43. Artikel 38
  44. Artikel 39
  45. Artikel 40 1
  46. Artikel 41 Vervallen
  47. Artikel 42 Vervallen
  48. Artikel 43 Vervallen
  49. Artikel 44 Vervallen
  50. Artikel 45 Vervallen
  51. Artikel 46 Vervallen
  52. Artikel 47 Vervallen
  53. Artikel 48 Vervallen
  54. Artikel 49 Vervallen
  55. Artikel 50 Vervallen
  56. Artikel 51 Vervallen
  57. Artikel 52 Vervallen
  58. Artikel 53 Vervallen
  59. Artikel 54 Vervallen
  60. Artikel 55 Vervallen
  61. Artikel 56 Vervallen
  62. Artikel 57 Vervallen
  63. Artikel 58 Vervallen
  64. Artikel 59

BWBR0001852_2010-02-01_0 Tarieven van justitie-kosten en salarissen in burgerlijke zaken, vastgesteld bij de Wetten van 28 augustus en 29 december 1843, 38, 39, 40, 66 en 67, in een doorlopende reeks van artikelen vervat ingevolge artikel 2 der Wet van 28 augustus 1843, Stb. 41 Wet tarieven in burgerlijke zaken Wij WILLEM II, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Groot-Hertog van Luxemburg, enz., enz., enz.

Allen die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:

Alzoo Wij in overweging genomen hebben de noodzakelijkheid, om het, krachtens de wet van den 15den December 1838 (Staatsblad n°. 43), bij reglement van openbaar bestuur van den 30sten November 1839 ( Staatsblad n°. 49) vastgesteld en krachtens de wet van den 15den December 1842 (Staatsblad n°. 26) nog in werking zijnde tarief van justitie-kosten en salarissen in burgerlijke zaken, door wettelijke bepalingen te doen vervangen;

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze, vast te stellen de navolgende algemeene bepaling en titel, welke zullen uitmaken een gedeelte van het tarief van justitie-kosten en salarissen in burgerlijke zaken:

Algemeene bepaling Eerste titel Van de heffing van rechten

Artikel 1Vervallen

§ 1Vast recht bij de arrondissementsrechtbanken, de gerechtshoven en de Hoge Raad der Nederlanden

Artikel 2Vervallen

Artikel 3Vervallen

Artikel 4Vervallen

Artikel 5Vervallen

Artikel 6Vervallen

Artikel 7Vervallen

Artikel 8Vervallen

Artikel 9Vervallen

Artikel 9aVervallen

Artikel 10Vervallen

§ 2

Vervallen.

Artikel 11Vervallen

Artikel 12Vervallen

§ 3Overige rechten bij de burgerlijke gerechten

Artikel 13Vervallen

Artikel 14Vervallen

Artikel 15Vervallen

Tweede titel Van de betaling der rechten en verschotten

Artikel 16Vervallen

Artikel 17Vervallen

Artikel 18Vervallen

Artikel 18aVervallen

Artikel 19Vervallen

Artikel 20Vervallen

Artikel 21Vervallen

Artikel 22Vervallen

Artikel 23Vervallen

Artikel 24Vervallen

Artikel 25Vervallen

Artikel 26Vervallen

Artikel 27Vervallen

Artikel 28Vervallen

Derde titel Van de advocaten

Artikel 291

Aan de advocaten is verschuldigd: a.

Voor elke besogne of conferentie met of voor hunne clienten € 0,82, des echter dat zij, voor elk besogne of conferentie, welke langer dan een uur duurt, gelijke € 0,82, gedeelten voor het geheel genomen, per uur mogen berekenen; b.

Voor eene comparitie € 1,63; c.

Voor eene vacatie buiten de plaats hunner woning € 5,45 voor eenen geheelen dag, en € 2,72 voor een gedeelte van den dag, zes uren of minder bedragende, onverminderd, in beide gevallen, hetgeen voor de gedurende dien tijd verrigte werkzaamheden verschuldigd is, mitsgaders de reis- en verblijfkosten; d.

Vervallen; e.

Voor het schrijven van eenen brief en voor het lezen van eenen ontvangen brief € 0,41;

2 Indien dezelve buitengewoon groot of van veel gewigt is, alsdan naar mate van den tijd, welke daartoe noodig mogt zijn geweest, berekend op den voet sub litt a vermeld.

Artikel 30

Voor werkzaamheden, niet in het vorig artikel vermeld, berekenen de advocaten het hun verschuldigde salaris, naar mate van het belang en de moeijelijkheid der zaken, mitsgaders van den tijd, welke daaraan besteed heeft moeten worden.

Artikel 311

De advocaten zijn verpligt aan hunne clienten, des gevorderd wordende, te geven gespecificeerde rekeningen met opgave van den dag waarop de werkzaamheden zijn verrigt en van den besteedden tijd, voor zoo verre de hoegrootheid van het salaris daarvan afhankelijk is.

2 Voor werkzaamheden ten behoeve van personen, die het vrije beheer over hunne goederen niet bezitten, alsmede in vacante boedels, onderwerpen de advocaten hunne rekeningen vooraf aan de begrooting van den voorzitter der regtbank van het arrondissement waarin hunne woonplaats is gevestigd, of van een der leden daartoe door hem benoemd; van die begrootte rekening wordt een ongezegeld afschrift aan de clienten uitgegeven.

Artikel 32

Buiten de gevallen in het 2de lid van art. 31 vermeld, geschiedt, in geval van verschil over het salaris, door den advocaat aan den client berekend, de begrooting door de raden van toezigt en discipline in de hoofdplaats van het arrondissement waarin de advocaat woonachtig is, of, indien aldaar geen raad van toezigt aanwezig is, door dien in de residentie van het provinciaal geregtshof waaronder de woonplaats van den advocaat behoort; en indien ook aldaar geen zoodanige raad bestaat, alsdan door dien, gevestigd in de residentie van den hoogen raad.

Artikel 331

Indien de advocaat met de begrooting van den raad van toezigt geen genoegen neemt, of de client weigerachtig blijft het bedrag daarvan te voldoen, wordt het bedrag van het verschuldigde nader vastgesteld door den voorzitter van het collegie waar de zaak, waarin het salaris berekend is, gediend heeft, of door een der leden, daartoe door hem benoemd.

2 Indien de zaak voor geen regterlijk collegie is aanhangig geweest, geschiedt zulks door den voorzitter der regtbank van het arrondissement waarin de woonplaats van den advocaat is gevestigd, of door een der leden, daartoe door hem benoemd.

Artikel 341

De begrooting geschiedt op gezegelde rekeningen, waarop iedere post, zoo van salaris als verschot, behoorlijk is omschreven, en het bedrag daarvan afzonderlijk uitgedrukt, en waarop, naast de uitgetrokkene som, een wit vak is opengelaten.

2 Onder de rekening wordt gesteld: ter begrooting ingediend door . . . . . . ., met onderteekening en dagteekening, zonder dat er eenige andere vorm, bij de indiening ter begrooting, in acht genomen behoeft te worden.

Artikel 351

De regter, door wien de begrooting geschiedt, is bevoegd de overlegging der justificatoire stukken te vorderen.

2 Hij slaat bij de begrooting acht op de omstandigheid, of de gemaakte kosten en verschotten en de gedeclareerde vacatien, naar den aard der zaak, nuttig, doelmatig of noodig kunnen geacht worden, of door den client zijn verlangd, en wijzigt, roijeert of vermindert de zoodanige, welke daarbij geoordeeld worden overbodig te zijn, of de palen eener billijke gematigdheid te overschrijden, daarbij in aanmerking nemende het gewigt der zaak, en de moeijelijkheid die zij mogt hebben opgeleverd.

Artikel 361

Wanneer in de rekeningen als verschot worden gebragt posten, die uit eigen hoofde aan begrooting onderworpen, doch niet begroot zijn, zijn deze posten nog steeds voor vermindering vatbaar, en worden alleen geleden tot zoodanig bedrag, als waarop de regter dezelve begroot, onverminderd het verhaal tegen hem, die aldus blijken mogt te veel te hebben ontvangen.

2 Posten wegens betaalde zegel-, griffie- en registratie-regten, mits van derzelver voldoening behoorlijk blijke, zijn niet aan vermindering onderworpen.

Artikel 371

Het bedrag der te hoog gestelde of onaannemelijke posten wordt doorgehaald en in het daarvoor opengelaten wit vak de verschuldigde som, of wel nihil, gesteld.

2 Aan het slot der rekening wordt door den regter gesteld: goedgekeurd ter somma van . . . . . . . . . . . ., met uitdrukking, in letters, van het geheel bedrag waarop dezelve is begroot, en daaronder een bevelschrift van ten uitvoer legging, hetwelk op de minuut ten uitvoer wordt gelegd.

3 De advocaat kan de herziening der begrooting aan het collegie, welks voorzitter of benoemd lid dezelve heeft gedaan, verzoeken bij een verzoekschrift, waarop niet wordt beschikt, dan nadat de belanghebbenden voor twee commissarissen uit het collegie, daartoe benoemd, zijn opgeroepen, om in hunne belangen te worden gehoord.

Artikel 38

De begrootingen van den regter zijn niet aan regten van registratie of griffie onderworpen.

Artikel 39

De schuldenaar wordt tot de betaling genoodzaakt, hetzij krachtens het bevelschrift van ten uitvoer legging van den voorzitter of benoemden regter, hetzij krachtens de beschikking, door het collegie op een verzoek tot herziening genomen.

Artikel 401

Degene, ten wiens laste zoodanig bevelschrift is afgegeven, kan daartegen verzet doen.

2 Dit verzet wordt gebragt voor het collegie, welks voorzitter of benoemd lid het bevelschrift heeft afgegeven, en wordt als eene summiere zaak afgedaan.

3 De uitspraak op het verzet en de beschikking op een verzoek om herziening, zijn niet vatbaar voor verzet, hooger beroep of voorziening in cassatie.

Artikel 41Vervallen

Artikel 42Vervallen

Vierde titel Van de Procureurs

Artikel 43Vervallen

Artikel 44Vervallen

Artikel 45Vervallen

Artikel 46Vervallen

Artikel 47Vervallen

Artikel 48Vervallen

Artikel 49Vervallen

Artikel 50Vervallen

Artikel 51Vervallen

Artikel 52Vervallen

Vijfde titel

Artikel 53Vervallen

Artikel 54Vervallen

Artikel 55Vervallen

Artikel 56Vervallen

Zesde titel Slotbepalingen

Artikel 57Vervallen

Artikel 58Vervallen

Artikel 59

Deze wet kan worden aangehaald als Wet tarieven in burgerlijke zaken.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Kollegien en Ambtenaren, wien zulks aangaat, aan de naauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s Gravenhage den 28sten Augustus 1843.

WILLEM.

Van wege den Koning, De Directeur van het Kabinet des Konings, A. G. A. VAN RAPPARD. den dertigsten Augustus 1843.

De Directeur van het Kabinet des Konings, A. G. A. VAN RAPPARD.

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.