In het kort
Wet van 21 juli 1890 die het militair onderwijs bij de landmacht regelt, voor zover het de opleiding voor de officiersrang en de hogere vorming van de officier betreft.
Wat het regelt
- Wijst de inrichtingen aan waar de opleiding voor de officiersrang plaatsvindt (art. 1).
- Regelt het voorbereidend onderwijs aan de Cadettenschool en een cursus bij de infanterie (art. 2).
- Stelt een Hoogere Krijgsschool in voor de hogere vorming van officieren (art. 3).
- Bepaalt de vestigingsplaatsen van de inrichtingen en de vaststelling van het leerplan (art. 4-5).
Voor wie
- Aanstaande en dienende officieren van de landmacht en het ministerie van Oorlog.
Belangrijkste punten
- De opleiding voor de officiersrang geschiedt aan de Koninklijke Militaire Academie (infanterie, cavalerie, artillerie, genie) en aan de Hoofdcursus (infanterie en militaire administratie) (art. 1).
- Voorbereidend onderwijs wordt gegeven aan de Cadettenschool en aan een cursus bij het wapen der infanterie (art. 2).
- Er is een Hoogere Krijgsschool voor de hogere troepenleiding, de Generale Staf en de intendance (art. 3).
- De Hoogere Krijgsschool is te 's-Gravenhage gevestigd, de KMA te Breda; de minister van Oorlog stelt het leerplan vast (art. 4-5).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.