In het kort
Wet van 23 mei 1899 die belemmeringen opheft die uit gemeentelijke, waterschaps- en provinciale verordeningen voortvloeien bij de uitvoering van werken in het openbaar belang.
Wat het regelt
- Verplicht het bestuur dat een verordening vaststelde om ontheffing te verlenen wanneer een openbaar werk een handeling in strijd met die verordening vereist (art. 1).
- Verplicht datzelfde bestuur de vereiste vergunning te verlenen (art. 2).
- Geeft Gedeputeerde Staten de bevoegdheid in te grijpen als het bestuur weigert of in gebreke blijft (art. 3).
- Regelt de gevallen waarin een provinciale verordening in de weg staat (art. 6-7).
Voor wie
- Uitvoerders van openbare werken (Rijk, provincie, concessiehouders) en de betrokken lokale en provinciale besturen.
Belangrijkste punten
- Vereist een openbaar werk een handeling in strijd met een gemeente-, waterschaps-, veenschaps- of veenpolderverordening, dan verleent het bestuur dat de verordening vaststelde daarvan ontheffing (art. 1).
- Aan de ontheffing of vergunning mogen geen andere voorwaarden worden verbonden dan die welke in het belang van de gemeente, het waterschap of de polder nodig zijn (art. 1-2).
- Weigert het bestuur, of blijft het in gebreke te beslissen, dan kunnen Gedeputeerde Staten de ontheffing of vergunning verlenen (art. 3).
- Bij strijd met een provinciale verordening verlenen Gedeputeerde Staten de ontheffing (art. 6).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.