In het kort
Wet van 24 juni 1901 die bepaalt dat de ontginning van steenkolenmijnen in bepaalde delen van Limburg van Staatswege geschiedt.
Wat het regelt
- Bepaalt dat de ontginning van steenkolenmijnen in de op de bijbehorende kaart blauw aangeduide terreinen door de Staat geschiedt (art. 1).
- Regelt dat de Kroon de achtereenvolgens te ontginnen mijnen aanwijst (art. 1).
- Bepaalt dat die aanwijzing voor de Staat de eigendom van de mijn doet verkrijgen (art. 1).
- Omschrijft de begrenzing van de betrokken terreinen (art. 2).
Voor wie
- De Staat als exploitant en de betrokken grondeigenaren in Limburg.
Belangrijkste punten
- De ontginning van steenkolenmijnen in de blauw aangeduide Limburgse terreinen geschiedt van Staatswege (art. 1, lid 1).
- De achtereenvolgens te ontginnen mijnen worden door de Kroon, de Raad van State gehoord, aangewezen (art. 1, lid 2).
- Door die aanwijzing verkrijgt de Staat de eigendom van de mijn, alsof volgens de mijnwet van 21 april 1810 concessie was verleend (art. 1, lid 3).
- De betrokken terreinen worden in de wet nauwkeurig geografisch begrensd (art. 2).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.