In het kort
Wet van 10 november 1900 die algemene regels stelt omtrent het waterstaatsbestuur, ter uitvoering van de Grondwet.
Wat het regelt
- Regelt de overdracht en overneming van het beheer en onderhoud van waterstaatswerken tussen het Rijk en anderen (art. 1).
- Geeft Gedeputeerde Staten de bevoegdheid waterstaatswerken in provinciaal beheer te brengen (art. 2).
- Regelt de voorziening in waterstaatsbelangen wanneer de bevoegde macht in gebreke blijft (art. 3-4).
- Regelt de inrichting van de rijkswaterstaatsdienst (§ 3; grotendeels vervallen).
Voor wie
- Het Rijk, de provincies, waterschappen en andere beheerders van waterstaatswerken.
Belangrijkste punten
- Het overbrengen van het beheer of onderhoud van waterstaatswerken tussen het Rijk en anderen geschiedt in beginsel bij wet; werken die niet van nationaal belang zijn, kunnen bij koninklijk besluit worden overgedragen in onderling overleg (art. 1).
- Gedeputeerde Staten kunnen waterstaatswerken van anderen of onbeheerde werken in provinciaal beheer en onderhoud brengen (art. 2).
- Blijft de bevoegde macht in gebreke een waterstaatsbelang te regelen, dan kan een wet de wijze van voorziening bepalen (art. 3).
- Bij een geschil tussen provincies over gemeenschappelijke waterstaatsbelangen kan bij algemene maatregel van bestuur worden voorzien (art. 4).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.