Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Waterstaatswet 1900

Waar gaat deze regeling over?

Wet van 10 november 1900 die algemene regels stelt omtrent het waterstaatsbestuur, ter uitvoering van de Grondwet.

Voor wie: Het Rijk, de provincies, waterschappen en andere beheerders van waterstaatswerken.

In één oogopslag

Land
Nederland
Rechtsgebied
Familierecht
Artikelen
136
Bron
wetten.overheid.nl
Tekst opgehaald op
Uitleg bijgewerkt op

Wat regelt deze regeling?

  • Regelt de overdracht en overneming van het beheer en onderhoud van waterstaatswerken tussen het Rijk en anderen (art. 1).
  • Geeft Gedeputeerde Staten de bevoegdheid waterstaatswerken in provinciaal beheer te brengen (art. 2).
  • Regelt de voorziening in waterstaatsbelangen wanneer de bevoegde macht in gebreke blijft (art. 3-4).
  • Regelt de inrichting van de rijkswaterstaatsdienst (§ 3; grotendeels vervallen).

Voor wie geldt deze regeling?

  • Het Rijk, de provincies, waterschappen en andere beheerders van waterstaatswerken.

Wat zijn de kernpunten?

  • Het overbrengen van het beheer of onderhoud van waterstaatswerken tussen het Rijk en anderen geschiedt in beginsel bij wet; werken die niet van nationaal belang zijn, kunnen bij koninklijk besluit worden overgedragen in onderling overleg (art. 1).
  • Gedeputeerde Staten kunnen waterstaatswerken van anderen of onbeheerde werken in provinciaal beheer en onderhoud brengen (art. 2).
  • Blijft de bevoegde macht in gebreke een waterstaatsbelang te regelen, dan kan een wet de wijze van voorziening bepalen (art. 3).
  • Bij een geschil tussen provincies over gemeenschappelijke waterstaatsbelangen kan bij algemene maatregel van bestuur worden voorzien (art. 4).

Familierecht

8

Familierecht

Wettekst

Wettekst
Inhoudsopgave (136)
  1. § 1 Overdracht of overneming van waterstaatswerken
  2. Artikel 1 1
  3. Artikel 2 1
  4. § 2 Voorziening in waterstaatsbelangen, bij gemis aan regeling door de bev
  5. Artikel 3
  6. Artikel 4 1
  7. § 3 Inrichting van den Rijkswaterstaatsdienst
  8. Artikel 5 Vervallen
  9. § 3a Commissie van advies inzake de waterstaatswetgeving
  10. Artikel 5a Vervallen
  11. § 4 Bevoegdheid tot onderzoek van waterstaatswerken
  12. Artikel 6 Vervallen
  13. § 5 Binnentreden van woningen
  14. Artikel 7 Vervallen
  15. Artikel 8 Vervallen
  16. § 6 Voorzieningen ten behoeve van aanleg, onderhoud en verbetering van wat
  17. Artikel 9 Vervallen
  18. Artikel 10 Vervallen
  19. Artikel 11 Vervallen
  20. Artikel 12 Vervallen
  21. Artikel 12a Vervallen
  22. Artikel 12b Vervallen
  23. § 6a
  24. Artikel 12c Vervallen
  25. Artikel 12d Vervallen
  26. Artikel 12e Vervallen
  27. Artikel 12f Vervallen
  28. § 7 Vervallen
  29. Artikel 13 Vervallen
  30. Artikel 14 Vervallen
  31. § 8 Vervallen
  32. Artikel 15 Vervallen
  33. Artikel 16 Vervallen
  34. Artikel 17 Vervallen
  35. Artikel 18 Vervallen
  36. § 9 Vervallen
  37. Artikel 19 Vervallen
  38. Artikel 20 Vervallen
  39. Artikel 21 Vervallen
  40. § 10 Vervallen
  41. Artikel 22 Vervallen
  42. Artikel 23 Vervallen
  43. Artikel 24 Vervallen
  44. Artikel 25 Vervallen
  45. Artikel 26 Vervallen
  46. Artikel 27 Vervallen
  47. Artikel 28 Vervallen
  48. Artikel 29 Vervallen
  49. Artikel 30 Vervallen
  50. Artikel 31 Vervallen
  51. Artikel 32 Vervallen
  52. § 11 Vervallen
  53. Artikel 33 Vervallen
  54. Artikel 34 Vervallen
  55. Artikel 35 Vervallen
  56. § 12 Staking der uitvoering van werken en uitvoering van noodzakelijke werk
  57. Artikel 36 Vervallen
  58. Artikel 37 1
  59. Artikel 38 1
  60. Artikel 39 1
  61. Artikel 40 Vervallen
  62. Artikel 41 Vervallen
  63. Artikel 41a Vervallen
  64. § 13 Middelen van executie
  65. Artikel 42
  66. Artikel 42a Vervallen
  67. Artikel 42b
  68. Artikel 42c
  69. Artikel 43
  70. Artikel 44 1
  71. Artikel 45 Vervallen
  72. Artikel 46 Vervallen
  73. § 14 Verhaal der kosten bedoeld in §§ 12 en 13
  74. Artikel 47 Vervallen
  75. Artikel 48 Vervallen
  76. Artikel 49 Vervallen
  77. Artikel 50 Vervallen
  78. Artikel 51 Vervallen
  79. Artikel 52 Vervallen
  80. Artikel 53 Vervallen
  81. Artikel 54 Vervallen
  82. Artikel 55 Vervallen
  83. Artikel 56 Vervallen
  84. Artikel 57 Vervallen
  85. Artikel 58 Vervallen
  86. Artikel 59 Vervallen
  87. Artikel 60 Vervallen
  88. Artikel 61 Vervallen
  89. § 15 Vervallen
  90. Artikel 62 Vervallen
  91. § 16 Waterschappen in meer dan eene provincie gelegen
  92. Artikel 63 Vervallen
  93. Artikel 64 Vervallen
  94. Artikel 65 Vervallen
  95. Artikel 66 1
  96. Artikel 67 Vervallen
  97. Artikel 68 Vervallen
  98. Artikel 69 Vervallen
  99. Artikel 70 Vervallen
  100. Artikel 71 Vervallen
  101. Artikel 72 Vervallen
  102. Artikel 72a Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
  103. § 17 Voorzieningen inzake voorbereiding op en optreden bij gevaar
  104. Artikel 73 Vervallen
  105. Artikel 74 Vervallen
  106. Artikel 75 Vervallen
  107. Artikel 76 Vervallen
  108. Artikel 77 Vervallen
  109. Artikel 78 Vervallen
  110. Artikel 79 Vervallen
  111. Artikel 80 Vervallen
  112. Artikel 81 Vervallen
  113. Artikel 82 Vervallen
  114. Artikel 83 Vervallen
  115. Artikel 84 Vervallen
  116. Artikel 85 Vervallen
  117. Artikel 86 Vervallen
  118. Artikel 87 Vervallen
  119. Artikel 88 Vervallen
  120. Artikel 89 Vervallen
  121. Artikel 90 Vervallen
  122. Artikel 91 Vervallen
  123. Artikel 92 Vervallen
  124. Artikel 93 Vervallen
  125. Artikel 94 Vervallen
  126. Artikel 95 Vervallen
  127. Artikel 96 Vervallen
  128. Artikel 97 Vervallen
  129. Artikel 98 Vervallen
  130. Artikel 99 Vervallen
  131. Artikel 100 Vervallen
  132. Artikel 101 Vervallen
  133. Artikel 102 Vervallen
  134. Artikel 103
  135. Artikel 104 1
  136. Artikel 105

Wet van 10 november 1900, houdende algemeene regels omtrent het waterstaatsbestuur Waterstaatswet 1900 Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, saluut! doen te weten:

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is algemeene regels omtrent het waterstaatsbestuur te stellen;

Gezien art. 188 der Grondwet;

Zoo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

§ 1Overdracht of overneming van waterstaatswerken

Artikel 11

Het bij anderen in beheer of onderhoud brengen van waterstaatswerken die bij het Rijk in beheer of onderhoud zijn, alsmede het bij het Rijk in beheer of onderhoud brengen van waterstaatswerken die bij anderen dan het Rijk in beheer of onderhoud zijn dan wel die onbeheerd zijn, geschiedt bij wet.

2 In afwijking van het eerste lid kunnen waterstaatswerken in beheer of onderhoud bij het Rijk, die niet van nationaal belang zijn, bij koninklijk besluit bij anderen in beheer of onderhoud worden gebracht, indien daaromtrent overeenstemming is bereikt tussen het Rijk en die anderen.

3 In afwijking van het eerste lid kunnen waterstaatswerken in beheer of onderhoud bij anderen, die van nationaal belang zijn, bij koninklijk besluit bij het Rijk in beheer of onderhoud worden gebracht, indien daaromtrent overeenstemming is bereikt tussen het Rijk en die anderen.

4 Een besluit als bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt op gemeenschappelijke voordracht van Onze Minister met de uitvoering van deze wet belast en van Onze Minister van Financiën.

Artikel 21

De Gedeputeerde Staten kunnen, waterstaatswerken in beheer of onderhoud bij anderen dan het Rijk, de beheerders gehoord, zoomede onbeheerde waterstaatswerken in het beheer en onderhoud der provincie brengen.

2 Zij, die van het onderhoud of het geven van bijdragen tot het onderhoud worden bevrijd, kunnen bij het besluit tot overneming in beheer en onderhoud bij de provincie worden verplicht tot afkoopbare jaarlijksche uitkeeringen, welke gezamenlijk niet hooger mogen worden gesteld, dan hetgeen per jaar voor behoorlijk onderhoud werd vereischt.

3 Indien voor het gebruik van een waterstaatswerk, dat door de provincie in beheer en onderhoud wordt genomen, rechten worden geheven, wordt, behoudens het geval, dat ingevolge artikel 54 van de Wegenwet schadevergoeding wordt gegeven, wegens het gemis van de opbrengst der heffing schadevergoeding toegekend, welke in het besluit der Staten tot overneming in beheer en onderhoud wordt bepaald.

4 Het in de beide vorige leden van dit artikel bepaalde is alleen van toepassing, indien omtrent de in het eerste lid bedoelde overneming geen overeenstemming is verkregen.

§ 2Voorziening in waterstaatsbelangen, bij gemis aan regeling door de bevoegde macht

Artikel 3

Wanneer de noodzakelijkheid tot voorziening in een waterstaatsbelang bestaat, en de tot regelen bevoegde macht in gebreke blijft tot regeling van dat belang over te gaan, kan eene wet de wijze bepalen, waarop in dat belang zal worden voorzien.

Artikel 41

Indien Gedeputeerde Staten van twee of meer provincies niet of niet binnen redelijke termijn tot overeenstemming komen over de regeling van belangen van waterstaat die hen gemeenschappelijk aangaan omdat zij van mening verschillen over de noodzaak of de inhoud van de regeling, kan daarin bij algemene maatregel van bestuur worden voorzien. Artikel 27d, eerste tot en met vierde lid, van de Wet op de Raad van State is van overeenkomstige toepassing.

2 Op overtreding van voorschriften, bij algemene maatregel van bestuur krachtens dit artikel gegeven, kunnen dezelfde straffen worden gesteld als provinciale staten krachtens de wet op overtreding van hun verordeningen en reglementen kunnen stellen.

3 Alvorens een voordracht te doen tot een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid, hoort Onze Minister van Verkeer en Waterstaat gedeputeerde staten van de desbetreffende provincies.

§ 3Inrichting van den Rijkswaterstaatsdienst

Artikel 5Vervallen

§ 3aCommissie van advies inzake de waterstaatswetgeving

Artikel 5aVervallen

§ 4Bevoegdheid tot onderzoek van waterstaatswerken

Artikel 6Vervallen

§ 5Binnentreden van woningen

Artikel 7Vervallen

Artikel 8Vervallen

§ 6Voorzieningen ten behoeve van aanleg, onderhoud en verbetering van waterstaatswerken

Artikel 9Vervallen

Artikel 10Vervallen

Artikel 11Vervallen

Artikel 12Vervallen

Artikel 12aVervallen

Artikel 12bVervallen

§ 6a

Voorzieningen betreffende beschadiging van waterstaatswerken, in beheer of onderhoud bij provincie, gemeente, waterschap

Artikel 12cVervallen

Artikel 12dVervallen

Artikel 12eVervallen

Artikel 12fVervallen

§ 7Vervallen

Artikel 13Vervallen

Artikel 14Vervallen

§ 8Vervallen

Artikel 15Vervallen

Artikel 16Vervallen

Artikel 17Vervallen

Artikel 18Vervallen

§ 9Vervallen

Artikel 19Vervallen

Artikel 20Vervallen

Artikel 21Vervallen

§ 10Vervallen

Artikel 22Vervallen

Artikel 23Vervallen

Artikel 24Vervallen

Artikel 25Vervallen

Artikel 26Vervallen

Artikel 27Vervallen

Artikel 28Vervallen

Artikel 29Vervallen

Artikel 30Vervallen

Artikel 31Vervallen

Artikel 32Vervallen

§ 11Vervallen

Artikel 33Vervallen

Artikel 34Vervallen

Artikel 35Vervallen

§ 12Staking der uitvoering van werken en uitvoering van noodzakelijke werken

Artikel 36Vervallen

Artikel 371

Gedeputeerde Staten kunnen bevelen staking der uitvoering van waterstaatswerken, die verricht wordt in strijd met het algemeen of provinciaal belang of met het belang van een ander waterschap dan dat, hetwelk de werken onderneemt.

2 Deze bevoegdheid geldt niet ten aanzien van werken, welke door het Rijk worden ondernomen.

3 In geval van provinciale werken kan Onze voornoemde Minister staking bevelen van de uitvoering wegens strijd met het algemeen belang.

Artikel 381

De uitvoering van noodzakelijke waterstaatswerken en voorzieningen, waaronder ook opruimingen worden verstaan, welke door de daartoe verplichten niet geschiedt, kan door Gedeputeerde Staten worden bevolen.

2 Het bevel kan gegeven worden aan ieder die een waterstaatswerk in beheer of onderhoud heeft met uitzondering van het Rijk.

3 Indien de in het eerste lid bedoelde verplichting op een provincie rust, wordt het bevel gegeven door Onze voornoemde Minister.

4 Aan het bestuur eener gemeente kan het bevel niet worden gegeven, indien de verplichting alleen op zijne zorg voor de huishouding der gemeente steunt.

5 Het bevel kan mede worden gegeven, indien de verplichting voortspruit uit eene gemeenschappelijke regeling door twee of meer gemeenten of waterschappen tot stand gebracht.

Artikel 391

Indien Gedeputeerde Staten van de hun in artikel 37 toegekende bevoegdheid, geen gebruik maken, kan Onze voornoemde Minister, Gedeputeerde Staten gehoord, de daar bedoelde bevelen geven.

2 Het bepaalde in het voorgaande lid is eveneens van toepassing op het bevel bedoeld in artikel 38.

Artikel 40Vervallen

Artikel 41Vervallen

Artikel 41aVervallen

§ 13Middelen van executie

Artikel 42

Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van een door hem gegeven bevel als bedoeld in §12.

Artikel 42aVervallen

Artikel 42b

Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan, ter handhaving van een door hen gegeven bevel als bedoeld in §12, aan gedeputeerde staten opdragen een last onder bestuursdwang op te leggen, dan wel zelf tot oplegging van een last onder bestuursdwang overgaan.

Artikel 42c

Vordert de tenuitvoerlegging van een bevel door Gedeputeerde Staten dat gelden worden voorgeschoten, dan geschiedt dit uit ’s Rijks kas, tenzij daarvoor gelden op de begroting voor provinciale uitgaven zijn uitgetrokken.

Artikel 43

Indien op een ingesteld beroep geheel of gedeeltelijk ten voordele van hem, aan wie het bevel is gegeven, wordt beslist, komen, indien dit bevel reeds is tenuitvoergelegd, de kosten van tenuitvoerlegging en van noodzakelijk herstel in de vorige staat geheel of voor een overeenkomstig gedeelte ten laste van het Rijk, indien Onze Minister van Verkeer en Waterstaat het bevel heeft tenuitvoergelegd dan wel de tenuitvoerlegging door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aan Gedeputeerde Staten is opgedragen en in de overige gevallen ten laste van de provincie.

Artikel 441

Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, door Onze Commissaris in de provincie, door het College van gedeputeerde staten, door de besturen van waterschappen of door de colleges van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren.

2 De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner.

Artikel 45Vervallen

Artikel 46Vervallen

§ 14Verhaal der kosten bedoeld in §§ 12 en 13

Artikel 47Vervallen

Artikel 48Vervallen

Artikel 49Vervallen

Artikel 50Vervallen

Artikel 51Vervallen

Artikel 52Vervallen

Artikel 53Vervallen

Artikel 54Vervallen

Artikel 55Vervallen

Artikel 56Vervallen

Artikel 57Vervallen

Artikel 58Vervallen

Artikel 59Vervallen

Artikel 60Vervallen

Artikel 61Vervallen

§ 15Vervallen

Artikel 62Vervallen

§ 16Waterschappen in meer dan eene provincie gelegen

Artikel 63Vervallen

Artikel 64Vervallen

Artikel 65Vervallen

Artikel 661

Wordt een bevel, als bedoeld in de artikelen 36, 37 en 38 bij gemeenschappelijk besluit van twee of meer colleges van Gedeputeerde Staten gegeven, dan wordt bij dat besluit één van die colleges aangewezen voor de uitoefening van de bevoegdheden, bij deze wet aan of ten aanzien van Gedeputeerde Staten toegekend in verband met de tenuitvoerlegging, daaronder begrepen de bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang.

2 Indien de betrokken colleges zich niet met elkander over zulk een besluit verstaan, wordt het bevel gegeven en de aanwijzing gedaan door Onze met de uitvoering van deze wet belaste Minister.

3 De rechtsvordering tegen de provincie, bedoeld in artikel 41, wordt ingesteld tegen de provincie, waarvan Gedeputeerde Staten voor de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden zijn aangewezen.

Artikel 67Vervallen

Artikel 68Vervallen

Artikel 69Vervallen

Artikel 70Vervallen

Artikel 71Vervallen

Artikel 72Vervallen

Artikel 72aDit onderdeel is nog niet inwerking getreden

§ 17Voorzieningen inzake voorbereiding op en optreden bij gevaar

Artikel 73Vervallen

Artikel 74Vervallen

Artikel 75Vervallen

Artikel 76Vervallen

Artikel 77Vervallen

Artikel 78Vervallen

Artikel 79Vervallen

Artikel 80Vervallen

Artikel 81Vervallen

Artikel 82Vervallen

Artikel 83Vervallen

Artikel 84Vervallen

Artikel 85Vervallen

Artikel 86Vervallen

Artikel 87Vervallen

Artikel 88Vervallen

Artikel 89Vervallen

Artikel 90Vervallen

Artikel 91Vervallen

Artikel 92Vervallen

Artikel 93Vervallen

Artikel 94Vervallen

Artikel 95Vervallen

Artikel 96Vervallen

Artikel 97Vervallen

Artikel 98Vervallen

Artikel 99Vervallen

Artikel 100Vervallen

Artikel 101Vervallen

Artikel 102Vervallen

Slotbepalingen

Artikel 103

Deze wet is niet van toepassing op een waterstaatswerk als bedoeld in de Omgevingswet.

Artikel 1041

Door Ons wordt bepaald, op welk tijdstip, of op welke tijdstippen onderscheidenlijk de bepalingen dezer wet in werking treden, voorzoover dit niet reeds is geschied.

2 Met de inwerkingtreding dezer wet, zooals zij oorspronkelijk is vastgesteld, zijn vervallen de wet van 12 Juli 1855 (Staatsblad n°. 102), tot voorloopige voorziening in sommige waterstaatsbelangen, alsmede art. 7 van het Koninklijk besluit van 17 December 1819 n° 1 en de Koninklijke besluiten van 29 Maart 1822 (Staatsblad n°. 7), 7 September 1822 (Staatsblad n°. 42), 23 September 1849 (Staatsblad n°. 50) en 14 April 1850 (Staatsblad n°. 16).

3 Met de inwerkingtreding van de bepalingen van § 17 dezer wet, vervallen het Koninklijk besluit van 21 Augustus 1835, n°. 23, houdende vaststelling van een reglement op de correspondentie bij ijsgang en hoog opperwater op de rivieren, met de besluiten, waarbij dat Koninklijk besluit is gewijzigd of aangevuld en de besluiten, die ter uitvoering daarvan zijn genomen, en het Koninklijk besluit van 18 December 1820, n°. 70.

Artikel 105

Deze wet kan worden aangehaald onder den naam "Waterstaatswet 1900".

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven op het Loo den 10den November 1900 WILHELMINA.

De Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, C. Lely. den vier en twintigsten November 1900.

De Minister van Justitie, Cort v. d. Linden.

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.