In het kort
Koninklijk besluit van 23 februari 1909 dat de rechtsmacht van de Hoge Raad der Nederlanden regelt ten aanzien van de koloniën Suriname en Curaçao.
Wat het regelt
- Regelt het hoger beroep op de Hoge Raad tegen burgerlijke vonnissen van het Hof van Justitie in Suriname (art. 1).
- Regelt de wijze van dagvaarding in deze zaken (art. 11-13).
- Regelt de behandeling van strafzaken en de cassatie in het belang der wet (art. 14).
Voor wie
- Procespartijen in Suriname en Curaçao en de Hoge Raad der Nederlanden.
Belangrijkste punten
- Tegen in eerste aanleg gewezen burgerlijke vonnissen van het Hof van Justitie in Suriname is hoger beroep op de Hoge Raad toegelaten, tenzij het belang 1000 gulden of minder is of het faillissements- en surséancezaken betreft (art. 1).
- Is de woonplaats van de gedaagde in hoger beroep onbekend, dan geschiedt de dagvaarding aan de procureur-generaal, met aanplakking en bekendmaking in een nieuwsblad (art. 12).
- Strafvonnissen van het Hof zijn niet aan hoger beroep onderworpen; de procureur-generaal bij de Hoge Raad kan cassatie in het belang der wet instellen (art. 14).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.