In het kort
Wet van 14 juli 1904 die het ondernemen van droogmakerijen en indijkingen aan een concessie onderwerpt.
Wat het regelt
- Bepaalt dat droogmakerijen en indijkingen die niet door het Rijk worden uitgevoerd, een concessie vereisen (art. 1).
- Regelt de aanvraag met kaarten, omschrijving en kostenbegroting (art. 2).
- Regelt het advies van Gedeputeerde Staten en de voorwaarden van de concessie (art. 3, 5-6).
- Regelt het vervallen van de concessie en de staking van werken zonder concessie (art. 7-8).
Voor wie
- Ondernemers van droogmakerijen en indijkingen, Gedeputeerde Staten en de minister van Waterstaat.
Belangrijkste punten
- Droogmakerijen en indijkingen die niet door het Rijk tot stand worden gebracht, mogen niet worden ondernomen zonder een door de Kroon verleende concessie, na het horen van Gedeputeerde Staten (art. 1).
- Bij de concessie worden voorwaarden gesteld ter bescherming van de belangen die kunnen worden geschaad, en kan een waarborgkapitaal worden gevorderd (art. 6).
- De concessie kan vervallen worden verklaard als het werk niet binnen de gestelde termijn is voltooid (art. 7).
- Gedeputeerde Staten bevelen de staking van werken die zonder concessie zijn ondernomen (art. 8).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.