In het kort
Wet van 1 juli 1909 (Schepenwet) met bepalingen ter voorkoming van scheepsrampen, het onderzoek naar scheepsrampen en tuchtmaatregelen tegen kapiteins, stuurlieden en machinisten.
Wat het regelt
- Definieert de kernbegrippen zoals buitengaats brengen, schepelingen, kapitein, passagiers, passagiersschip en vissersvaartuig (art. 1).
- Bepaalt op welke schepen de wet van toepassing is en welke schepen zijn uitgezonderd (art. 2).
- Vormt het kader voor de voorkoming van en het onderzoek naar scheepsrampen (aanhef, hoofdstuk I).
Voor wie
- Reders, kapiteins, schepelingen en de scheepvaartinspectie.
Belangrijkste punten
- De wet strekt tot voorkoming van scheepsrampen, het onderzoek naar voorgekomen rampen en tuchtmaatregelen tegen kapiteins, stuurlieden en machinisten (aanhef).
- Een passagiersschip is elk schip dat bestemd is voor of meer dan twaalf passagiers vervoert (art. 1).
- De wet is van toepassing op in Nederland thuisbehorende schepen die een reis ondernemen (art. 2).
- Uitgezonderd zijn onder meer oorlogsschepen, reddingvaartuigen, kleine onoverdekte vissersvaartuigen en pleziervaartuigen die geen passagiers tegen vergoeding vervoeren (art. 2).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.