In het kort
Besluit van 17 september 1912 dat een reglement vaststelt voor het vorderen en gebruiken van spoorwegen en spoorwegmaterieel in geval van oorlog of andere buitengewone omstandigheden.
Wat het regelt
- Regelt wie bepaalt van welke spoorwegen en welk materieel het gebruik wordt gevorderd (art. 1).
- Regelt het ingaan en opheffen van de vordering (art. 2).
- Regelt het afwijken van de gewone dienstregels bij oorlogsnoodzaak (art. 3).
- Regelt de militaire leiding over de gevorderde spoorwegen en de voortzetting van het openbaar verkeer (art. 4-8).
Voor wie
- De militaire overheid en de bestuurders van spoorwegdiensten.
Belangrijkste punten
- De Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht of de minister van Oorlog bepaalt van welke spoorwegen en welk materieel het gebruik wordt gevorderd (art. 1).
- De vordering gaat in zodra de machtiging ter kennis van de bestuurders is gebracht en blijft van kracht tot zij wordt opgeheven (art. 2).
- De leiding van het gebruik wordt opgedragen aan een door de minister van Oorlog aan te wijzen militaire autoriteit (art. 4).
- De uitvoering van de dienst blijft zoveel mogelijk overgelaten aan de bestuurders met hun eigen personeel; dienstregelingen worden reeds in vredestijd voorbereid (art. 7-8).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.