In het kort
Wet van 23 september 1912 (Auteurswet) die het auteursrecht regelt: het uitsluitend recht van de maker om zijn werk openbaar te maken en te verveelvoudigen.
Wat het regelt
- Omschrijft het auteursrecht als het uitsluitend recht van de maker of diens rechtverkrijgenden (art. 1).
- Regelt de overgang, overdracht en licentie van het auteursrecht en de bescherming tegen beslag (art. 2).
- Regelt de aanspraak van de uitgever op vergoedingen (art. 3).
- Regelt het vermoeden wie als maker geldt en het makerschap van verzamelwerken (art. 4-5).
Voor wie
- Makers van werken van letterkunde, wetenschap of kunst en hun rechtverkrijgenden, uitgevers en gebruikers van werken.
Belangrijkste punten
- Het auteursrecht is het uitsluitend recht van de maker om zijn werk openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de wettelijke beperkingen (art. 1).
- Het auteursrecht gaat over bij erfopvolging, is geheel of gedeeltelijk overdraagbaar en kan in licentie worden gegeven; overdracht of exclusieve licentie geschiedt schriftelijk (art. 2).
- Het auteursrecht van de maker is niet vatbaar voor beslag (art. 2, lid 4).
- Behoudens tegenbewijs wordt voor de maker gehouden hij die als zodanig op het werk is aangeduid of bij de openbaarmaking als maker is bekendgemaakt (art. 4).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.