In het kort
Wet van 7 november 1910 (Rijksoctrooiwet) die het octrooirecht voor uitvindingen regelt.
Wat het regelt
- Definieert de kernbegrippen, waaronder het Europees Octrooiverdrag, het Europees octrooi en de internationale aanvrage (art. 1).
- Bepaalt dat aan de uitvinder van een nieuw voortbrengsel of een nieuwe werkwijze op aanvraag octrooi wordt verleend (art. 1A).
- Regelt het nieuwheidsvereiste en de stand van de techniek (art. 2).
Voor wie
- Uitvinders en aanvragers van octrooien.
Belangrijkste punten
- Aan hem die een nieuw voortbrengsel of een nieuwe werkwijze heeft uitgevonden, wordt op zijn aanvrage octrooi verleend (art. 1A).
- Een voortbrengsel of werkwijze is niet nieuw als het al deel uitmaakt van de stand van de techniek (art. 2, lid 1).
- De stand van de techniek wordt gevormd door alles wat vóór de dag van indiening openbaar toegankelijk is geworden (art. 2, lid 2).
- Openbaarmaking als gevolg van kennelijk misbruik of van tentoonstelling op een erkende internationale tentoonstelling binnen zes maanden vóór de indiening blijft buiten beschouwing (art. 2, lid 5).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.