In het kort
Wet van 18 juni 1918 die voorziet in de ontginning van zoutlagen bij Buurse (gemeente Haaksbergen) in Overijssel.
Wat het regelt
- Kent de Staat de eigendom toe van de zoutmijn in een omschreven terrein van 3030 hectare (art. I-II).
- Machtigt de minister het ontginningsrecht over te dragen aan de op te richten NV Nederlandsche Zoutindustrie (art. II).
- Regelt de uitkering aan de grondeigenaren (art. III).
- Stelt technische voorwaarden voor de ontginning (art. V-VII).
Voor wie
- De Staat, de NV Nederlandsche Zoutindustrie en de grondeigenaren binnen het terrein.
Belangrijkste punten
- Aan de Staat wordt de eigendom van de zoutmijn toegekend, als ware volgens de mijnwet van 1810 concessie verleend (art. I).
- De minister kan het recht op ontginning overdragen aan de NV Nederlandsche Zoutindustrie (art. II).
- De grondeigenaren hebben recht op een jaarlijkse uitkering of een uitkering ineens per hectare, naar keuze van de ontginner (art. III).
- Binnen 300 meter van de rijksgrens mag niet worden geboord, en er moet een buisleiding naar de IJssel worden aangelegd voor waterverontreinigende stoffen (art. V, VII).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.