Wet van 9 juli 1915 die in oorlogstijd het laden en vervoeren van uitvoerverboden goederen met vissersvaartuigen verbiedt.
ELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz. Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten: Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelijk is te voorkomen, dat door visschersvaartuigen in tijden van oorlog of oorlogsgevaar goederen worden uitgevoerd waarvan de uitvoer verboden is; Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: Artikel 1 In tijd van oorlog of oorlogsgevaar is het verboden in visschersvaartuigen goederen, waarvan de uitvoer verboden is, in te laden of te vervoeren, voor zooverre die goederen niet noodig zijn voor uitsluitend gebruik aan boord. Artikel 2 Door of namens Onzen Minister van Marine kan, wanneer bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, geheel of gedeeltelijk dispensatie worden verleend van het verbod, bedoeld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.