In het kort
Wet van 28 april 1916 (Eedswet 1971) die de betrokkene het recht geeft in plaats van een eed een belofte of bevestiging af te leggen.
Wat het regelt
- Geeft de betrokkene de keuze om in plaats van een wettelijk vereiste eed een belofte af te leggen of een bevestiging te geven (art. 1).
- Bepaalt dat onder eed in wettelijke voorschriften ook de belofte of bevestiging wordt begrepen (art. 2).
- Regelt de citeertitel en de overgang (art. 3).
Voor wie
- Iedereen die op grond van een wettelijk voorschrift een eed moet afleggen.
Belangrijkste punten
- Waar een wettelijk voorschrift een eed vordert, kan de betrokkene naar keuze in plaats daarvan de belofte afleggen of de bevestiging geven (art. 1).
- Onder eed wordt in wettelijke voorschriften de daarvoor in de plaats tredende belofte of bevestiging begrepen (art. 2).
- Eden die vóór de inwerkingtreding zijn afgelegd door personen zonder godsdienstige gezindheid, worden geacht op wettige wijze te zijn afgelegd (overgangsbepaling).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.