In het kort
Koninklijk besluit van 28 augustus 1919 dat de overbrenging regelt van de rechterlijke archieven uit de periode van de Franse wetgeving tot 1838 naar de rijksarchiefbewaarplaatsen.
Wat het regelt
- Bepaalt dat de rechterlijke archieven van na de invoering van de Franse wetgeving en van vóór 1 oktober 1838 (Limburg 1 januari 1842) naar de rijksarchiefbewaarplaats van de provincie worden overgebracht (art. 1).
- Plaatst deze archieven onder de rijksarchivaris (art. 2).
- Regelt de wijze en het tijdstip van overbrenging en de inventarisatie (art. 3-4).
Voor wie
- Griffiers en gemeentebesturen die deze archieven beheren, en de rijksarchivarissen.
Belangrijkste punten
- De genoemde rechterlijke archieven worden overgebracht naar de rijksarchiefbewaarplaats in de hoofdplaats van de provincie; voor Zuid-Holland naar de Algemene Rijksarchiefbewaarplaats te 's-Gravenhage (art. 1).
- De overbrenging geschiedt in gemeen overleg en moet binnen tien jaar na de inwerkingtreding plaatsvinden (art. 3).
- Van de overgebrachte archieven wordt een inventaris in duplo opgemaakt (art. 4).
- Stukken van vóór en na 1 oktober 1838 die in één deel zijn gebonden, worden niet overgebracht (art. 5).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.