In het kort
Dit Koninklijk Besluit van 23 april 1919 regelt hoe provincies, gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen of instellingen een wapen kunnen verkrijgen, laten bevestigen of laten wijzigen. Het trekt de eerdere Koninklijke besluiten van 20 februari 1816 (n°. 69) en 3 januari 1818 (n°. 91) in en stelt daarvoor nieuwe bepalingen vast.
Belangrijkste punten
- **Aanvraagprocedure (artikel 1, lid 1):** wie een wapen wenst te bekomen, in het gebruik daarvan bevestigd wil worden of het wil wijzigen, richt zich tot de Koning, onder overlegging van een beschrijving, een tekening in kleuren van het verlangde wapen en een uiteenzetting van de overwegingen waarom dat wapen gewenst wordt.
- **Gemeentelijke herindeling (artikel 1, lid 2):** bij vereniging van gemeenten moet de nieuwe gemeente zich op dezelfde wijze tot de Koning richten, hetzij voor een nieuw wapen, hetzij voor bevestiging van het wapen van de vroegere gemeente waaraan zij haar naam ontleent.
- **Naamsovername (artikel 2):** nieuw gevormde publiekrechtelijke lichamen die de naam hebben ontvangen van een bij hun vorming opgeheven publiekrechtelijk lichaam, mogen het wapen van dat opgeheven lichaam als hun wapen voeren.
- **Zegelplicht (artikel 3):** lichamen of instellingen met een wapen zijn gehouden dit bij gebruik van zegels of cachetten te voeren met een randschrift dat hun naam of de hoedanigheid van de gebruiker vermeldt. Gemeenten zonder wapen zegelen met de woorden "Gemeente ...".
- **Kosten (artikel 4):** alle kosten van vervaardiging en anderszins die op het uit te reiken wapendiploma vallen, komen ten laste van het verzoekende lichaam.
Voor wie geldt dit
Voor provincies, gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen of instellingen die een wapen willen verkrijgen, bevestigen of wijzigen, en voor nieuw gevormde of samengevoegde lichamen. De uitvoering berust bij de Ministers van Justitie, van Financiën en van Binnenlandse Zaken.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.