In het kort
De Vleeskeuringswet (wet van 25 juli 1919) bevat bepalingen tot wering van vlees en vleeswaren die schadelijk zijn voor de volksgezondheid. Zij regelt de verplichte keuring van slachtdieren vóór en na het slachten, de gevolgen van goed- en afkeuring, en de eisen aan inrichtingen waar vlees en vleeswaren worden behandeld.
Belangrijkste punten
- **Reikwijdte (artikelen 1-3):** slachtdieren zijn eenhoevige dieren, runderen, schapen, geiten, varkens, buffels, rendieren en kangoeroes; bij algemene maatregel van bestuur kan de wet ook op andere dieren van toepassing worden verklaard. "Vlees" is niet-verduurzaamd (behoudens koeling) en niet-toebereid materiaal van gestorven of gedode slachtdieren; "vleeswaren" zijn wél verduurzaamd of toebereid vlees. "Doden in nood" betreft dieren die ernstig door een ongeval zijn getroffen, in onmiddellijk levensgevaar verkeren door ziekte, of direct gevaar opleveren voor personen of goederen.
- **Keuringsplicht (artikel 4):** slachtdieren worden vóór én na het slachten gekeurd; in nood gedode dieren alleen na het slachten. Gestorven of doodgeboren dieren en bij het slachten aangetroffen vruchten worden onbruikbaar gemaakt voor voedsel voor mens en dier.
- **Termijnen (artikel 11):** de keuring vóór het slachten vindt plaats binnen vierentwintig uur na aankomst in het slachthuis en levert een (voorwaardelijke) slachtvergunning op. De vergunning vervalt als het dier niet binnen vierentwintig uur na de keuring is geslacht. Wie wil slachten of een in nood gedood dier houdt, moet daarvan vooraf respectievelijk terstond kennisgeven (artikelen 6 en 7).
- **Beslissing en herkeuring (artikelen 12-16):** vlees wordt goedgekeurd, voorwaardelijk goedgekeurd of afgekeurd. De eigenaar kan herkeuring vorderen op kosten van ongelijk. Afgekeurd vlees, en voorwaardelijk goedgekeurd vlees waarbij niet tijdig aan de voorwaarden is voldaan, wordt onbruikbaar gemaakt voor voedsel voor mens en dier. Dier en vlees worden bij keuring gemerkt.
- **Sancties en inbeslagname (artikel 17):** bij overtredingen wordt het vlees in beslag genomen en op kosten van de overtreder gekeurd en herkeurd; onbruikbaarmaking tijdens een lopende strafzaak vereist goedkeuring van de officier van justitie.
- **Inrichtingen en personeel (artikelen 19, 19a, 25, 26a):** aan slachterijen, uitsnijderijen, vleeswinkels, bewaarplaatsen, vleeswarenfabrieken en soortgelijke inrichtingen worden eisen gesteld; bedrijfsmatig slachten of vlees en vleeswaren bewerken buiten zulke inrichtingen is verboden. Voor bepaalde inrichtingen kan een vergunning van de Minister van VWS vereist zijn. Keuren mag alleen door personen die bevoegd zijn de diergeneeskunst in volle omvang uit te oefenen, met keurmeesters onder hun toezicht. Voor keuringen kan een retributie worden geheven.
Voor wie geldt dit
Voor slachters, veehouders, slachthuizen, uitsnijderijen, vleeswarenfabrieken, vleeshandel en vervoerders van vlees, alsmede voor keuringsdierenartsen en keurmeesters. Bevoegd zijn de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.