In het kort
Dit Koninklijk Besluit van 25 april 1922 voert artikel 99 van de Veewet uit. Het geeft voorschriften om te voorkomen dat inrichtingen van onderwijs en van wetenschappelijk onderzoek smetstof van besmettelijke veeziekten verspreiden.
Belangrijkste punten
- **Verbod op verplaatsing van ziek of verdacht vee (artikel 1):** het is verboden vee dat volgens de Veewet voor ziek of verdacht wordt gehouden, alsmede dolle of van dolheid verdachte honden en katten, buiten de terreinen te brengen van de door de Koning aan te wijzen inrichtingen van onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
- **Uitzondering met machtiging (artikel 1):** verplaatsing is alleen toegestaan met machtiging van de betrokken Burgemeester, onder de voorwaarden die de betrokken Inspecteur-Districtshoofd stelt.
- **Ontsmettingsplicht (artikel 2):** personen en voorwerpen die aanleiding kunnen geven tot verspreiding van smetstof van een besmettelijke veeziekte waarop de Veewet van toepassing is, mogen die terreinen niet verlaten en mogen daarvan niet worden vervoerd dan na ontsmetting.
- **Wijze van ontsmetting (artikel 2):** de ontsmetting geschiedt volgens de aanwijzingen van het Hoofd van de betrokken inrichting.
- **Uitvoering:** de Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel is belast met de uitvoering; het besluit werd in het Staatsblad geplaatst en in afschrift gezonden aan de Raad van State.
Voor wie geldt dit
Voor de door de Koning aangewezen inrichtingen van onderwijs en wetenschappelijk onderzoek waar vee, honden of katten aanwezig zijn, voor het hoofd van die inrichtingen, en voor alle personen die deze terreinen betreden of verlaten. Betrokken autoriteiten zijn de Burgemeester en de Inspecteur-Districtshoofd.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.