In het kort
Dit Koninklijk Besluit van 23 februari 1922 voert de artikelen 6, 25, 30, 32 en 57 van de Veewet uit. Het geeft voorschriften over het reinigen en ontsmetten van openbare vervoermiddelen die zijn gebruikt voor vee en dierlijke producten, over ontsmetting bij het verlaten van gebouwen of terreinen waar een kenteken is geplaatst, en over het onschadelijk maken van ziek of gestorven vee en besmette voorwerpen.
Belangrijkste punten
- **Vervoer per spoor (artikelen 1-3):** vee mag langs spoorwegen alleen worden vervoerd in daartoe uitsluitend bestemde spoorvoertuigen. De spoorwegonderneming moet die voertuigen na elk gebruik laten reinigen en ontsmetten; hetzelfde geldt voor alle voorwerpen waarmee het vee of de goederen in aanraking zijn geweest en voor het laad- en losterrein. Gezagvoerders van schepen reinigen hun vaartuig of het afgezonderde gedeelte na elk gebruik, en ontsmetten voor zover de inspecteur-districtshoofd dat nodig acht. Uit het buitenland binnenkomende spoorvoertuigen worden aan het grensstation gereinigd en ontsmet.
- **Kostenbijdrage (artikel 2, lid 4):** de ondernemers mogen een geldelijke bijdrage vorderen van degenen wier vee of goederen zij vervoeren, ter dekking van de reinigings- en ontsmettingskosten.
- **Uitzondering fokvee (artikel 4):** jong of klein fokvee mag in andere spoorvoertuigen worden vervoerd, mits in goed onderhouden, reine hokken met het opschrift "fokvee", met een voor vocht ondoordringbare bodem en vers ligstro; de hokken worden na elk gebruik gereinigd en ontsmet. Vervoer samen met veevoeder of stro is verboden.
- **Ontsmetting bij verlaten van besmette terreinen (artikel 4bis):** wie een gebouw of terrein met een kenteken verlaat, moet verontreinigde handen en lichaamsdelen met warm water en zeep reinigen, kleding en schoeisel met heet zeepsop afborstelen en alles vervolgens ontsmetten met het aanwezige ontsmettingsmiddel. Meegevoerde dieren (hoeven, klauwen, huid) en voertuigen of voorwerpen worden eveneens gereinigd en ontsmet.
- **Onschadelijk maken (artikelen 5-6):** dit kan door koken of stomen tot verval van de weke delen, droge destillatie, chemische behandeling tot verval van de weke delen, of verbranden tot as. Alleen bij overwegende bezwaren, ter beoordeling van de inspecteur-districtshoofd, mag worden begraven. Begraven geschiedt zo diep dat het hoogste gedeelte ten minste 1 meter onder de rand van de kuil ligt; de bodem wordt bedekt met een kalklaag van 1 decimeter en huid en vlees worden vooraf onbruikbaar gemaakt door diepe, elkaar kruisende inkervingen.
Voor wie geldt dit
Voor spoorwegondernemingen en gezagvoerders van schepen die vee, vlees, huiden, hoornen, klauwen, hoeven, borstels, haar, wol, beenderen, vellen, mest of veevoeder vervoeren; voor personen die besmette gebouwen of terreinen betreden of verlaten; en voor houders van ziek of verdacht vee. Toezicht: de inspecteur-districtshoofd; uitvoering: de Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.