← Nederland

Besluit aanwijzing wetenschappelijke inrichtingen

In het kort

Dit Koninklijk Besluit van 23 februari 1922 voert artikel 3 van de Veewet uit. Het wijst aan welke wetenschappelijke inrichtingen ten dienste van de veeartsenijkundige dienst worden gebezigd en regelt hoe de ambtenaren van die dienst met de leiders van die inrichtingen samenwerken.

Belangrijkste punten

Voor wie geldt dit

Voor de aangewezen wetenschappelijke inrichtingen en hun leiders, en voor de ambtenaren van de veeartsenijkundige dienst, in het bijzonder de directeur en de inspecteurs-districtshoofd. De Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel is met de uitvoering belast.

Wettekst

Besluit van 23 februari 1922, ter uitvoering van artikel 3 der Veewet Besluit aanwijzing wetenschappelijke inrichtingen Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz, enz, enz. Op de voordracht van Onzen Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel van 31 October 1921, Directie van den Landbouw, n°. 16141, 3e Afdeeling; Overwegende, dat volgens artikel 3 der Veewet bij algemeenen maatregel van bestuur moet worden bepaald, welke wetenschappelijke inrichtingen geheel of ten deele ten dienste van den veeartsenijkundigen dienst zullen worden gebezigd, en op welke wijze de ambtenaren van dien dienst met de leiders dier inrichtingen zullen samenwerken; Den Raad van State gehoord (advies van 15 November 1921, n°. 42); Gelet op het nader rapport van Onzen voornoemden Minister van 20 Februari 1922, Directie van den Landbouw, n°. 2811, 3e Afdeeling; Hebben goedgevonden en verstaan te bepalen: Artikel 1 Als wetenschappelijke inrichtingen, welke ten dienste van den veeartsenijkundigen dienst zullen worden gebezigd, worden aangewezen: a. het Instituut voor parasitaire en besmettelijke ziekten van de Veeartsenijkundige Hoogeschool te Utrecht; b. de Rijksseruminrichting. Door Onzen Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel kunnen andere wetenschappelijke inrichtingen worden aangewezen, welke ten dienste van den veeartsenijkundigen dienst zullen worden gebezigd. Artikel 2 De inrichtingen, bedoeld in het vorig artikel, staan ten dienste van den veeartsenijkundigen dienst voor zooveel zij daartoe, met inachtneming van het doel, waarvoor zij zijn gesticht, door Onzen Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel worden aangewezen. Artikel 3 1 De leiders der inrichtingen, bedoeld in artikel 1, onderzoeken het materiaal, hetwelk door de ambtenaren van den veeartsenijkundigen dienst ter onderzoek wordt toegezonden. 2 Zij stellen desgewenscht hem, die het materiaal heeft gezonden, in de gelegenheid bij dat onderzoek tegenwoordig te zijn of dat onderzoek zelf te verrichten. 3 Van het onderzoek wordt rapport uitgebracht. 4 Indien het betreft ziektegevallen, uit een oogpunt van veeartsenijkundige politie van hoogst ernstigen aard, wordt van dit rapport afschrift gezonden aan den directeur en den inspecteur-districtshoofd. Ditzelfde geschiedt ten aanzien van de gevallen, waaromtrent de directeur van den veeartsenijkundigen dienst mededeeling van het resultaat van het onderzoek heeft verzocht. Onze Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan den Raad van State. 's-Gravenhage den 23sten Februari 1922 WILHELMINA. De Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel, H. A. VAN IJSSELSTEIJN. den twee en twintigsten Mei 1922. De Minister van Justitie, HEEMSKERK.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.