In het kort
Deze wet van 17 maart 1923 maakt het mogelijk dat het recht tot ontginning van steenkolen binnen bepaalde terreinen van het Staatsmijnveld in Zuid-Limburg aan derden wordt toegekend. Daarnaast worden de resterende voor staatsontginning gereserveerde terreinen samengevoegd en nader omschreven, en kunnen bepaalde mijnveldgrenzen worden gewijzigd.
Belangrijkste punten
- **Afstand aan derden (artikel 1, lid 1):** in afwijking van artikel 1 van de wet van 24 juni 1901 (Stb. n°. 170) en artikel 1 van de wet van 13 februari 1911 (Stb. n°. 68) kan de Koning het recht tot ontginning van steenkolen binnen de op de bij de wet behorende kaart met de letters A en B aangeduide terreinen aan derden toekennen.
- **Wijze van toekenning (artikel 1, lid 2):** dit gebeurt door het verlenen van concessie als bedoeld in de wet van 21 april 1810 (Bulletin des Lois n°. 285), met alle gevolgen daarvan, met dien verstande dat de voorafgaande formaliteiten uit die wet niet hoeven te worden vervuld. De artikelen 1 tot en met 8 van de wet van 27 april 1904 (Stb. n°. 73), met latere wijzigingen, zijn op deze concessies niet van toepassing.
- **Vergoeding (artikel 1, lid 3):** de rechtverkrijgenden keren aan 's Rijks schatkist een vergoeding uit voor het onttrekken van die terreinen aan de ontginning van Staatswege ten behoeve van het Staatsmijnbedrijf in Limburg, berekend naar de maatstaf van € 1 361,34 per hectare.
- **Grenswijziging mijnvelden (artikel 3):** de grenzen tussen de mijnvelden "Oranje-Nassau" en "Carl", en tussen "Laura" en "Vereeniging", kunnen door de Koning, de Raad van State gehoord, worden gewijzigd, zo nodig zonder de formaliteiten van de wet van 21 april 1810.
- **Terrein C (artikel 4):** voor het op de kaart met de letter C aangeduide terrein kan de Koning, de Raad van State gehoord, eveneens een concessie voor steenkolenontginning verlenen, waarop de artikelen 1 tot en met 8 van de wet van 27 april 1904 niet van toepassing zijn.
Voor wie geldt dit
Voor mijnbouwondernemingen en concessiehouders van steenkolenmijnen in Zuid-Limburg, in het bijzonder de rechtverkrijgenden op de terreinen A, B en C en de houders van de concessies "Oranje-Nassau", "Carl", "Laura" en "Vereeniging", alsmede voor het Staatsmijnbedrijf in Limburg. De Minister van Waterstaat ondertekende de wet.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.