In het kort
Het Octrooireglement (Koninklijk Besluit van 22 september 1921) regelt de inrichting en de wijze van werken van de Octrooiraad. Het bepaalt de samenstelling van de raad, de belofte van de leden, en de samenstelling en bevoegdheden van de centrale afdeling, de aanvraagafdelingen, de afdelingen van beroep en de bijzondere afdelingen.
Belangrijkste punten
- **Samenstelling van de Octrooiraad (artikel 2):** ten hoogste negentig gewone en plaatsvervangende leden, onderscheiden in rechtsgeleerde en technische leden; het aantal gewone leden bedraagt ten hoogste veertig, waaronder de voorzitter en ten hoogste vier ondervoorzitters. Daarnaast zijn er een of meer buitengewone leden, telkens benoemd voor vijf jaar en herbenoembaar.
- **Onpartijdigheid en belofte (artikelen 3-4):** leden mogen niet deelnemen aan de behandeling van zaken waarbij zij middellijk of onmiddellijk belang hebben of waarbij zij betrokken zijn. Voor aanvaarding van het ambt leggen zij de belofte af (artikel 14, derde lid, Rijksoctrooiwet) ijverig, nauwgezet en onpartijdig te handelen, geheim te houden wat hun over nog niet ter inzage gelegde of openbaargemaakte octrooiaanvragen bekend is, en geen belofte of geschenk aan te nemen.
- **Centrale afdeling (artikelen 5-6):** deze bestaat uit vijf leden; de Voorzitter van de Octrooiraad heeft er ambtshalve zitting in. De Minister (van Economische Zaken) wijst de overige vier leden en vijf plaatsvervangers aan, zodanig dat er steeds één rechtsgeleerd lid is en de technische leden passend over de vakgebieden verdeeld zijn. De centrale afdeling stelt per octrooiaanvraag een aanvraagafdeling en per beroep een afdeling van beroep samen, alsook bijzondere afdelingen, en regelt vervanging bij verhindering.
- **Aanvraagafdeling (artikel 7):** bestaat uit één of drie leden. Bij één lid is dit een technisch lid; bij drie leden twee technische en één rechtsgeleerd lid. Zijn hoofdzakelijk rechtsvragen te beslissen, dan is de samenstelling omgekeerd. Bij een eenpersoonsafdeling kan een lid van de andere discipline worden aangewezen om te adviseren.
- **Afdeling van beroep en bijzondere afdeling (artikelen 8-9):** een afdeling van beroep telt drie leden (twee technische, één rechtsgeleerd), of vijf leden wanneer de aard van de zaak dat rechtvaardigt (drie technische, twee rechtsgeleerde); bij overwegend rechtsvragen weer omgekeerd. De Voorzitter heeft ambtshalve zitting. Een bijzondere afdeling belast met de werkzaamheden van artikel 17A, vierde lid, of 29L, eerste lid, Rijksoctrooiwet bestaat uit één rechtsgeleerd lid; in de overige gevallen uit drie leden.
Voor wie geldt dit
Voor de leden van de Octrooiraad (gewone, buitengewone en plaatsvervangende), de Voorzitter en ondervoorzitters, en voor octrooiaanvragers en belanghebbenden wier zaken door de afdelingen van de raad worden behandeld. "De Minister" is de Minister van Economische Zaken.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.