In het kort
Dit Koninklijk Besluit van 25 april 1922 voert artikel 2 van de Veewet uit. Het regelt de benoeming, schorsing en het ontslag van de ambtenaren van de veeartsenijkundige dienst, hun werkkring en bevoegdheid, en verdeelt het Rijk in districten met voor elk district een ambtenaar als hoofd van de dienst.
Belangrijkste punten
- **Inbedding (artikelen 1-3):** de veeartsenijkundige dienst ressorteert onder het Directoraat-Generaal Landelijke Gebieden en Kwaliteitszorg; de ambtenaren gedragen zich naar de voorschriften van de Directeur-Generaal. Voor het veeartsenijkundig staatstoezicht wordt het Rijk verdeeld in districten, waarvan het werkgebied overeenkomt met dat van de kringen bedoeld in artikel 4 van de regeling van de Minister van Landbouw en Visserij van 13 september 1983, no. J. 3762 (Stcrt. 181).
- **Ambtstitels (artikel 4):** directeur, adjunct-directeur, inspecteur, adjunct-inspecteur, plaatsvervangend inspecteur, rijkskeurmeester in bijzondere dienst en opzichter. Inspecteurs zijn inspecteurs in algemene dienst of inspecteurs-districtshoofden; adjunct-inspecteurs en opzichters kennen een vergelijkbare onderverdeling.
- **Benoeming en eed (artikelen 5-6):** directeur, adjunct-directeur, inspecteurs en adjunct-inspecteurs worden door de Koning benoemd, geschorst en ontslagen; de overige ambtenaren door de Minister. Zij leggen vóór ambtsaanvaarding kosteloos de eed of belofte af dat zij hun werkzaamheden naar plicht en geweten, nauwgezet en onpartijdig zullen verrichten — respectievelijk in handen van de Minister, de directeur of de inspecteur-districtshoofd van hun standplaats.
- **Legitimatie en nevenfuncties (artikelen 7-8):** behoudens rijkskeurmeesters en opzichters in bijzondere dienst dragen de ambtenaren een door de Directeur-Generaal verstrekte legitimatiekaart. Directeur, adjunct-directeur, inspecteurs en adjunct-inspecteurs bekleden geen ander ambt en oefenen geen diergeneeskundige praktijk uit zonder toestemming van de Koning; opzichters (behalve die in bijzondere dienst) hebben daarvoor toestemming van de Minister nodig.
- **Taken van de directeur (artikelen 10-13):** hij leidt en houdt toezicht op de onder hem gestelde ambtenaren, met standplaats 's-Gravenhage en het gehele Rijk als ambtsgebied. Hij bevordert eenheid van taakvervulling, adviseert de Minister en de Directeur-Generaal, kan ambtenaren tijdelijk elders inzetten en hun opdrachten geven. Hij brengt jaarlijks vóór een door de Minister bepaalde datum verslag uit over de werkzaamheden van de dienst en de gezondheidstoestand van de veestapel, volgt die toestand en de wetgeving in naburige landen, verzamelt gegevens, laat onderzoek verrichten en zorgt voor materiaalaanschaf. Bij afwezigheid wordt hij vervangen door de adjunct-directeur.
Voor wie geldt dit
Voor alle ambtenaren van de veeartsenijkundige dienst en hun leidinggevenden, en voor de Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel en de Directeur-Generaal Landelijke Gebieden en Kwaliteitszorg.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.