In het kort
De Handelsnaamwet (wet van 5 juli 1921) bevat bepalingen omtrent de handelsnaam: de naam waaronder een onderneming wordt gedreven. Zij verbiedt misleidende en verwarringwekkende handelsnamen en geeft belanghebbenden een verzoekschriftprocedure bij de kantonrechter om wijziging af te dwingen.
Belangrijkste punten
- **Definitie en overdracht (artikelen 1-2):** de handelsnaam is de naam waaronder een onderneming wordt gedreven. Hij gaat over bij erfopvolging en is vatbaar voor overdracht, maar uitsluitend in verbinding met de onderneming die onder die naam wordt gedreven.
- **Verbod op onjuiste eigendomssuggestie (artikel 3):** het is de eigenaar verboden een handelsnaam te voeren die in strijd met de waarheid aanduidt dat de onderneming geheel of gedeeltelijk aan een ander toebehoort, ook wanneer de aanduiding zo weinig van de naam van die ander afwijkt dat verwarring bij het publiek te duchten is. Het verbod geldt niet als naam en onderneming afkomstig zijn van iemand die die naam rechtmatig voerde.
- **Verbod op onjuiste rechtsvorm (artikel 4):** verboden is een handelsnaam die ten onrechte suggereert dat de onderneming toebehoort aan een vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap, rederij, NV, BV, onderlinge waarborgmaatschappij, coöperatie, vereniging of stichting. Vermelding van meer dan één persoon duidt op een vof; "en compagnie" op een vof of commanditaire vennootschap; "maatschappij" op een NV, BV of vereniging; "fonds" op een stichting — tenzij uit de naam als geheel het tegendeel blijkt.
- **Verwarring, merken en misleiding (artikelen 5, 5a, 5b):** verboden is een handelsnaam die al rechtmatig door een ander werd gevoerd, of daarvan slechts in geringe mate afwijkt, voor zover gelet op de aard en de vestigingsplaats van beide ondernemingen verwarring bij het publiek te duchten is. Eveneens verboden is een handelsnaam die andermans merk bevat of daar nauwelijks van afwijkt, wanneer verwarring over de herkomst van waren dreigt, en een handelsnaam die een onjuiste indruk geeft van de onderneming waardoor misleiding te duchten is.
- **Rechtsgang (artikel 6):** iedere belanghebbende kan, onverminderd een vordering krachtens titel 3 van Boek 6 BW, de kantonrechter verzoeken de voerder van de verboden handelsnaam te veroordelen tot zodanige wijziging dat de onrechtmatigheid wordt opgeheven. Het verzoekschrift gaat naar de rechtbank van het arrondissement van vestiging (of van filiaal, bijkantoor, handelsagent, dan wel woonplaats van verzoeker) en wordt aan de wederpartij betekend; de kantonrechter beslist pas na verhoor of behoorlijke oproeping. Hoger beroep bij het gerechtshof binnen een maand na verzending van het afschrift, daarna cassatie binnen een maand. De rechter kan voorlopige tenuitvoerlegging bevelen.
Voor wie geldt dit
Voor iedere ondernemer die een handelsnaam voert, voor rechthebbenden op een oudere handelsnaam of een merk, en voor alle belanghebbenden die verwarring of misleiding door een handelsnaam willen laten opheffen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.