In het kort
Het Reglement zwerfstromen (Koninklijk Besluit van 5 februari 1925) strekt tot voorkoming van aantasting van metalen voorwerpen in de bodem door zwerfstromen afkomstig van de spoorstaven van elektrische spoor- en tramwegen. Het geeft technische eisen aan lassen, dwarsverbindingen, terugleiding en spanningsverschillen, met controleplicht en strafbaarstelling.
Belangrijkste punten
- **Lassen (artikel 1):** de spoorstaven moeten zo verbonden zijn dat de elektrische weerstand van het spoor door de lassen gemiddeld met niet meer dan 25 procent wordt verhoogd. De weerstand van 1 meter spoorstaaf met een las mag niet hoger zijn dan die van 10 meter spoorstaaf van gelijke doorsnede zonder las. Dit geldt niet voor wissels, kruisingen en dergelijke delen.
- **Dwarsverbindingen (artikel 2):** beide spoorstaven van een spoor moeten deugdelijk elektrisch verbonden zijn door stroomgeleiders met een onderlinge afstand van ten hoogste 10 spoorstaaflengten; bij die maximale afstand mag de weerstand niet meer dan 0,5 milli-Ohm per meter bedragen. Naast elkaar gelegen sporen met een hartafstand van 4 meter of minder worden eveneens verbonden, waarbij de dubbele afstand is toegestaan. Kruisingen en wissels worden overbrugd of via lasverbindingen aangesloten.
- **Bijzondere werken en terugleiding (artikelen 3-4):** draaischijven, beweegbare bruggen en dergelijke worden overbrugd door geïsoleerde stroomgeleiders met een spanningsverlies van niet meer dan 5 milli-Volt per meter bij gemiddelde jaarbelasting. Voor de terugleiding mogen naast de spoorstaven alleen van de aarde geïsoleerde leidingen worden gebruikt; blanke aansluitingen mogen ten hoogste 3 meter lang zijn en niet dieper dan 25 cm in de bodem of onder de bestrating liggen.
- **Spanningsverschil en controle (artikelen 5-6):** het spanningsverschil tussen twee willekeurige punten van de spoorstaven mag bij gemiddelde jaarbelasting niet meer dan 2 Volt per kilometer bedragen; de Minister kan dit in bijzondere gevallen verlagen tot 1 Volt per kilometer. Waar het spanningsverschil meer bedraagt dan driekwart van dat maximum worden de lassen jaarlijks gecontroleerd, elders ten minste eenmaal per drie jaar; de uitkomsten worden in een register aangetekend.
- **Strafbaarstelling, opsporing en ontheffing (artikelen 8-11):** overtreding van de artikelen 1 tot en met 7 is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet van 1 november 1924 (Stb. 498), wanneer gepleegd door bestuurders of door beambten of bedienden van een spoor- of tramwegdienst. Opsporing berust bij de ambtenaren bedoeld in artikel 10 van de Spoorwegwet. De Minister kan onder voorwaarden geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen. Voor buiten openbare wegen aangelegde baanvakken op houten dwarsliggers geldt alleen artikel 1, eerste lid, behoudens bij gelijkvloerse kruisingen met openbare wegen en 50 meter aan weerszijden daarvan.
Voor wie geldt dit
Voor beheerders en bestuurders van elektrische spoor- en tramwegen en hun personeel, en indirect voor eigenaren van metalen voorwerpen in de bodem (zoals leidingen) die tegen zwerfstromen worden beschermd. Bevoegd gezag is de Minister van Waterstaat.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.