In het kort
Deze wet van 28 juli 1924 regelt het dragen van de kosten van openbare verpachtingen en het uitloven van premies bij openbare verkopingen en verpachtingen. In de huidige tekst is artikel 1 vervallen; wat resteert is het premieverbod van artikel 2 met de bijbehorende strafbepaling.
Belangrijkste punten
- **Premieverbod (artikel 2, lid 1):** het is verboden bij een openbare verkoping of openbare verpachting enigerlei premie uit te loven of uit te keren.
- **Uitzondering strijkgeld (artikel 2, lid 1):** de enige uitzondering geldt, en dan uitsluitend bij een openbare verkoping, voor strijkgeld.
- **Definitie strijkgeld (artikel 2, lid 1):** strijkgeld is de premie in geld die wordt uitgeloofd voor degene die bij een openbare verkoping, gehouden in twee of meer zittingen of instanties, bij de eerste zitting of instantie het hoogste bod voor een goed doet.
- **Sanctie (artikel 2, lid 2):** overtreding van het verbod wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste één maand of geldboete van de eerste categorie.
- **Kwalificatie (artikel 2, lid 3):** het strafbaar gestelde feit wordt beschouwd als een overtreding, niet als een misdrijf. De wet treedt in werking op een door de Koning te bepalen tijdstip (artikel 3).
Voor wie geldt dit
Voor organisatoren, verkopers, verpachters en notarissen bij openbare verkopingen en openbare verpachtingen, en voor bieders die een premie zouden ontvangen. Alleen bij openbare verkopingen in meerdere zittingen is strijkgeld toegestaan; bij openbare verpachtingen is elke premie verboden.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.