← Nederland

Wet omtrent dragen der kosten openbare verpachtingen

In het kort

Deze wet van 28 juli 1924 regelt het dragen van de kosten van openbare verpachtingen en het uitloven van premies bij openbare verkopingen en verpachtingen. In de huidige tekst is artikel 1 vervallen; wat resteert is het premieverbod van artikel 2 met de bijbehorende strafbepaling.

Belangrijkste punten

Voor wie geldt dit

Voor organisatoren, verkopers, verpachters en notarissen bij openbare verkopingen en openbare verpachtingen, en voor bieders die een premie zouden ontvangen. Alleen bij openbare verkopingen in meerdere zittingen is strijkgeld toegestaan; bij openbare verpachtingen is elke premie verboden.

Wettekst

Wet van 28 juli 1924, houdende regeling omtrent het dragen der kosten van openbare verpachtingen en het uitloven van premiën bij openbare verkoopingen en verpachtingen Wet omtrent dragen der kosten op

enbare verpachtingen Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz. Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten: Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het in het algemeen belang wenschelijk is, eene regeling vast te stellen omtrent het dragen der kosten van openbare verpachtingen en het uitloven van premiën bij openbare verkoopingen en verpachtingen; Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: Artikel 1 Vervallen Artikel 2 1 Het is verboden, bij eene openbare verkooping of openbare verpachting eenigerlei premie uit te loven of uit te keeren; met uitzondering van - voorzoover betreft eene openbare verkooping - strijkgeld. Onder strijkgeld wordt verstaan de premie in geld, welke wordt uitgeloofd voor dengeen, die bij eene openbare verkooping, in twee of meer zittingen of instantiën gehouden, bij de eerste zitting of instantie het hoogste bod voor een goed doet. 2 Overtreding van dit verbod wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste ééne maand of geldboete van de eerste categorie. 3 Het strafbaar gestelde feit wordt beschouwd als eene overtreding. Artikel 3 Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Gegeven te Stockholm den 28sten Juli 1924 WILHELMINA. De Minister van Binnenlandsche Zaken en Landbouw, CH. RUYS DE BEERENBROUCK. De Minister van Justitie, HEEMSKERK. den zes en twintigsten Augustus 1924. De Minister van Justitie, HEEMSKERK.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.