In het kort
De Zuiderzeesteunwet 1925 (wet van 29 juni 1925) regelt de tegemoetkoming aan de Zuiderzeevissersbevolking en andere personen wegens de schade die de afsluiting van de Zuiderzee hun mocht berokkenen. Zij vloeit voort uit artikel 3 van de Zuiderzeewet van 14 juni 1918 (Stb. n°. 354).
Belangrijkste punten
- **Belanghebbenden (artikel 1):** personen die op 25 juli 1918 hun hoofdmiddel van bestaan vonden in de visserij op de Zuiderzee of in een daaraan gebonden beroep — onder meer scheepsbouwer, scheepshersteller, mastenmaker, zeilmaker, nettenmaker, touwslager, kuiper, smid, visroker, viszouter, visvervoerder, handelaar in vis, visafslager, wiervisser of eendenhouder. Ook rechthebbenden op inkomsten uit vissersfondsen, in Zuiderzeegemeenten wonende Noordzeevissers die hun bedrijf niet konden voortzetten, en weduwen van belanghebbenden kunnen worden gelijkgesteld.
- **Gelijkstelling IJsselmeervissers (artikel 1a):** met belanghebbenden worden gelijkgesteld personen geboren vóór 1 januari 1913 die in 1950, 1951 of 1952 een vergunning hadden als bedoeld in artikel 17 van de Visserijwet voor de IJsselmeervisserij, alsmede knechten of medeschippers aan boord van zulke vaartuigen die ten minste 15 jaar — waaronder het tijdvak 1 mei 1947 tot 1 mei 1950 — zonder wezenlijke onderbreking hun hoofdmiddel van bestaan in die visserij vonden.
- **Uitvoeringsorganisatie (artikelen 2-3):** aangewezen autoriteiten, colleges en ambtenaren zijn verplicht opgaven, inlichtingen en adviezen te verstrekken en medewerking te verlenen. Er wordt een Generale Commissie ingesteld voor advies en bijstand, met bij algemene maatregel van bestuur geregelde samenstelling, taak, bevoegdheid en werkwijze; daarnaast plaatselijke commissies die aan de Generale Commissie adviseren.
- **Onderwijs (artikel 5):** aan belanghebbenden en hun kinderen kan op verzoek nijverheidsonderwijs worden verstrekt, zo nodig met gehele of gedeeltelijke vergoeding van school-, leer- of andere kosten dan wel toelagen. Willen zij zich bekwamen voor een werkkring waarin dat onderwijs niet voorziet, dan beslist de Minister over kostenvergoeding.
- **Werk en bedrijfsomschakeling (artikel 6):** belanghebbenden en hun kinderen krijgen hulp en voorlichting bij beroepskeuze en het verkrijgen van arbeid; verplaatsing, vervorming of nieuwvestiging van hun bedrijf wordt onderzocht, mits nog verband bestaat met de afsluiting van de Zuiderzee of de inpolderingen in het IJsselmeer. Bij gunstige vooruitzichten kunnen tegemoetkomingen in geld worden verleend ter vergemakkelijking van de liquidatie van het eigen bedrijf, en kunnen kosten van het aanvaarden van een werkkring binnen redelijke grenzen worden vergoed of toelagen worden verleend. Artikel 6a voorziet in een tegemoetkoming wegens waardevermindering, bij algemene maatregel van bestuur te regelen.
Voor wie geldt dit
Voor de op 25 juli 1918 van de Zuiderzeevisserij afhankelijke vissers, ambachtslieden en handelaren, hun kinderen en weduwen, en voor de daarmee gelijkgestelde IJsselmeervissers. Uitvoering berust bij de met de wet belaste Minister, bijgestaan door de Generale Commissie en plaatselijke commissies.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.