In het kort
De Zeebrievenwet (wet van 10 juni 1926) geeft een nieuwe regeling van de zeebrieven en van de vergunningen tot het voeren van de Nederlandse vlag. Zij bepaalt welke schepen als zeeschip gelden, wanneer zij de Nederlandse vlag mogen voeren, en hoe zeebrieven worden aangevraagd en uitgereikt.
Belangrijkste punten
- **Begrippen (artikelen 1-2):** onder kapitein is begrepen degene die de kapitein vervangt. Onder zeeschepen worden verstaan alle schepen bedoeld in artikel 2, eerste lid, van Boek 8 BW, met uitzondering van oorlogsschepen, vaartuigen van erkende zeilverenigingen of jachtclubs, schepen van het Rijk of een openbaar lichaam bestemd voor de openbare dienst, reddingsvaartuigen en zeevissersschepen.
- **Vlagvoering (artikel 3):** zeeschepen zijn gerechtigd de Nederlandse vlag te voeren indien zij een overeenkomstig deze wet afgegeven zeebrief hebben. De kapitein draagt er zorg voor dat het schip geen andere vlag dan de Nederlandse voert. De zeebriefeis geldt niet voor schepen in de openbare dienst en niet voor een in Nederland nieuw gebouwd schip op proefvaart.
- **Registratievereiste (artikelen 4, 4a):** gewone zeebrieven worden alleen afgegeven voor zeeschepen die te boek staan in de openbare registers bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 BW. Daarnaast worden zeebrieven en voorlopige zeebrieven afgegeven voor schepen ingeschreven in het rompbevrachtingsregister van artikel 2 van de Wet nationaliteit zeeschepen in rompbevrachting (Stb. 1992, 541). Voorlopige en buitengewone zeebrieven (artikelen 11 en 12) vallen buiten de registratie-eis van artikel 4.
- **Inhoud van de zeebrief (artikelen 5, 5a):** de gewone zeebrief vermeldt de naam van het schip en het kantoor van teboekstelling, de gemeten inhoud, een beschrijving met ten minste de gegevens van artikel 85, tweede lid, onder f, Kadasterwet en het brandmerk, en de naam van de eigenaar (natuurlijk persoon, rechtspersoon, rederij of vennootschap). De rompbevrachtingszeebrief vermeldt onder meer de bruto en netto tonnage volgens de meetbrief, het buitenlandse eigenaarsregister, de rompbevrachter en de tijdsduur van afgifte.
- **Uitreiking, retributie en geldigheidsduur (artikelen 6, 6a):** de zeebrief wordt in naam van de Koning uitgereikt door de met de uitvoering belaste Minister, op overlegging van een verklaring van de bewaarder van het kadaster en de openbare registers, een uittreksel uit de registratie voor schepen en de meetbrief; zijn die stukken ouder dan twee dagen, dan is een aanvullende verklaring nodig dat de gegevens ongewijzigd zijn. Uitreiking geschiedt tegen betaling van een retributie volgens een ministerieel tarief. De rompbevrachtingszeebrief geldt hoogstens voor de duur van de rompbevrachting en in elk geval niet langer dan vier jaar; een voorlopige zeebrief bij ontbrekende meetbrief geldt ten hoogste zes maanden.
Voor wie geldt dit
Voor eigenaren, rederijen, rompbevrachters en kapiteins van Nederlandse zeeschepen. Uitgezonderd zijn oorlogsschepen, erkende jacht- en zeilverenigingsvaartuigen, schepen in de openbare dienst, reddingsvaartuigen en zeevissersschepen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.