In het kort
Dit Koninklijk Besluit van 24 december 1925 bepaalt de duur van de gevangenisstraf als bedoeld in artikel 487, tweede lid, en artikel 501, eerste lid, in verband met artikel 376, eerste lid, van het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Het besluit bestaat uit twee artikelen.
Belangrijkste punten
- **Vastgestelde duur (artikel 1):** de duur van de bedoelde gevangenisstraf wordt bepaald op zes maanden.
- **Grondslag (artikel 1):** het gaat om de gevangenisstraf bedoeld in artikel 487, tweede lid, en artikel 501, eerste lid, telkens in verband met artikel 376, eerste lid, van het nieuwe Wetboek van Strafvordering.
- **Wettelijke basis van het besluit:** het besluit is genomen op grond van de genoemde artikelen 487, tweede lid, en 501, eerste lid, van het nieuwe Wetboek van Strafvordering, op voordracht van de Minister van Justitie.
- **Inwerkingtreding (artikel 2):** dit besluit treedt in werking tegelijk met het nieuwe Wetboek van Strafvordering.
- **Procedure en uitvoering:** de Raad van State werd gehoord (advies van 15 december 1925, n°. 12). De Minister van Justitie is belast met de uitvoering; het besluit wordt in het Staatsblad geplaatst en een afschrift wordt aan de Raad van State gezonden.
Voor wie geldt dit
Voor de rechterlijke macht en het openbaar ministerie die de artikelen 487 en 501 van het Wetboek van Strafvordering toepassen, en voor de personen op wie de daarin bedoelde gevangenisstraf van zes maanden betrekking heeft.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.