In het kort
Dit Koninklijk Besluit van 4 december 1925 voert artikel 198 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering uit. Het stelt de voorwaarden vast waaraan een inrichting moet voldoen om te kunnen worden aangewezen als plaats waar verdachten ter observatie van hun geestvermogens kunnen worden opgenomen, en regelt aanvraag, onderzoek en intrekking van die aanwijzing.
Belangrijkste punten
- **Materiële voorwaarden (artikel 1, a-f):** de inrichting moet voldoende ruimte bieden voor het aantal te huisvesten personen, voldoen aan behoorlijke eisen van veiligheid en waarborgen bieden tegen ontvluchting. Voor de reinheid moet nauwgezet zorg worden gedragen. Verdachten krijgen gezond voedsel in voldoende hoeveelheid, behoorlijke kleding en ligging, en ieder een afzonderlijk bed. Zij mogen geen arbeid verrichten die niet evenredig is aan hun krachten. Verdachten van verschillend geslacht mogen alleen in geheel gescheiden afdelingen worden opgenomen. Worden zij 's nachts niet onderling afgezonderd, dan gelden door de Minister van Justitie goed te keuren regelingen voor de slaapzalen en het nachttoezicht.
- **Personeel en kosten (artikel 1, g-h):** het personeel moet van goed zedelijk gedrag zijn en de geldelijke voorwaarden van opneming moeten in redelijkheid zijn bepaald.
- **Toezicht en medewerking (artikel 1, i-k):** door de Minister van Justitie aangewezen personen moeten te allen tijde toegang krijgen en alle gewenste inlichtingen ontvangen. Alle aanwijzingen van de deskundigen belast met het onderzoek naar de geestvermogens moeten worden opgevolgd, en er moet worden zorg gedragen voor de uitvoering van maatregelen die de rechter-commissaris of het gerecht in het belang van het onderzoek beveelt.
- **Aanvraag en onderzoek (artikelen 2-4):** de aanwijzing wordt aangevraagd door een verklaring van het bestuur dat het zich wenst te onderwerpen aan de voorwaarden van artikel 1. De Minister van Justitie laat dan een onderzoek instellen. De aanwijzing kan geschieden onder voorbehoud dat binnen een gestelde termijn bepaalde verbeteringen worden aangebracht.
- **Intrekking (artikel 5):** bij niet-naleving of overtreding van de voorwaarden, ter beoordeling van de Minister van Justitie, kan de aanwijzing worden ingetrokken, maar pas nadat het bestuur gelegenheid heeft gekregen alsnog te voldoen — tenzij de vereiste spoed zich daartegen verzet. Wijzigingen op de punten van artikel 1 mogen, op straffe van intrekking, niet worden aangebracht voordat de Minister heeft verklaard dat de inrichting ondanks die wijzigingen aan de voorwaarden blijft voldoen. Het besluit treedt in werking tegelijk met het nieuwe Wetboek van Strafvordering (artikel 6).
Voor wie geldt dit
Voor besturen en personeel van inrichtingen die verdachten ter observatie opnemen krachtens artikel 198 Wetboek van Strafvordering, voor de daar geplaatste verdachten, voor de deskundigen die de geestvermogens onderzoeken, en voor de rechter-commissaris, het gerecht en de Minister van Justitie.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.