In het kort
Dit Koninklijk Besluit van 4 december 1925 voert de artikelen 62 en 76 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering uit. Het stelt eisen aan de plaatsen waar inverzekeringstelling wordt ten uitvoer gelegd en regelt de bejegening van de inverzekeringgestelde: voeding, beweging, arbeid, veiligheidsonderzoek en het beginsel van minimale beperkingen.
Belangrijkste punten
- **Geschiktheid van de plaats (artikel 1):** de Minister van Justitie kan algemene of bijzondere voorschriften geven zodat de plaatsen voor inverzekeringstelling beantwoorden aan de eisen van een eenvoudig doch voldoende dag- en nachtverblijf. Verklaart de Minister een plaats ongeschikt, dan mag daar generlei vrijheidsberoving (verder) ten uitvoer worden gelegd.
- **Voeding, roken en verblijf (artikel 2):** in de voeding van de inverzekeringgestelde moet naar behoren worden voorzien. Hem kan worden vergund uit eigen middelen verdere voeding te laten verschaffen, zijn verblijf geriefelijker te laten inrichten, en te roken.
- **Beweging en arbeid (artikelen 3-4):** voor zover daartoe gelegenheid bestaat kan hem worden vergund tweemaal per dag gedurende ten minste een half uur beweging in de open lucht te nemen, en zich met zodanige arbeid bezig te houden als hij verkiest, met de daarvoor benodigde middelen.
- **Veiligheidsonderzoek (artikel 4a):** direct vóór de insluiting wordt de inverzekeringgestelde onderzocht op voorwerpen die gevaar kunnen opleveren, door aftasten en doorzoeken van de kleding, zoveel mogelijk door een ambtenaar van hetzelfde geslacht; gevaarlijke voorwerpen worden in bewaring genomen. Ontkleding kan worden verlangd wanneer de kleding een veiligheidsgevaar vormt en de hulpofficier van justitie toestemming heeft gegeven, of wanneer een arts de kleding een gezondheidsgevaar acht; er wordt dan vervangende kleding verstrekt.
- **Minimale beperkingen en reikwijdte (artikelen 5, 7):** de inverzekeringgestelde wordt aan geen andere beperkingen onderworpen dan volstrekt noodzakelijk voor het doel van zijn opsluiting of in het belang van de orde; alleen zulke volstrekte noodzakelijkheid kan weigering van een vergunning uit de artikelen 2, 3 en 4 rechtvaardigen. Het besluit geldt niet voor inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis in een huis van bewaring; de artikelen 1 tot en met 5 gelden niet voor inverzekeringstelling ingevolge artikel 490, eerste lid, Wetboek van Strafvordering.
Voor wie geldt dit
Voor personen die in verzekering zijn gesteld buiten een huis van bewaring, en voor de politie, hulpofficieren van justitie en overige ambtenaren die de inverzekeringstelling ten uitvoer leggen. De Minister van Justitie is met de uitvoering belast.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.